Reportage

Afscheid van de dode met eigen rituelen

Uitvaartcentrum Uitvaartcentra voldoen vaak niet aan de wensen van mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. In Zuidoost is er nu een „voor álle culturen”.

Van boven naar onder: Ghanese kamer, Surinaamse kamer en Indonesische kamer.
Van boven naar onder: Ghanese kamer, Surinaamse kamer en Indonesische kamer. Foto’s Jan Peter Fiering

Op een steenworp afstand van station Bijlmer Arena staat een langgerekt, hypermodern gebouw met verticale houten latten langs de buitenmuren. Het is het eerste multiculturele uitvaartcentrum in Nederland – resultaat van jarenlang overleg tussen stadsdeel Zuidoost, vertegenwoordigers van de ruim 170 culturen in het stadsdeel en uitvaartondernemer Yarden. Bij de ingang hangen witte en rode ballonnen, een bazuinkoor (Surinaamse koperblazersband) staat klaar. Het Afscheidshuis, zoals het uitvaartcentrum heet, wordt deze eerste zaterdag van februari ritueel ingewijd en houdt daarna open huis voor de bewoners van het stadsdeel.

Het uitvaartcentrum is specifiek ingericht om zoveel mogelijk culturen gelegenheid te bieden geheel volgens eigen tradities afscheid te nemen. Zo kunnen de diverse rouwkamers naar wens worden aangekleed en zijn ze modulair, zodat ze groter of kleiner gemaakt kunnen worden. De damestoiletten zijn ruim, zodat vrouwen niet in de knoei komen met hun grote gewaden. Er zijn bewassingsruimten om de overledene volgens eigen gebruiken te wassen en balsemen. Daarnaast is er een flinke keuken gebouwd waarin mensen eigen gerechten kunnen bereiden die horen bij de specifieke afscheidstradities – hier geen verplichte vaste cateraar.

Indonesische rouwkamer Foto Jan Peter Fiering

Dit alles was hard nodig: veel mensen uit andere culturen liepen tegen de beperkingen en regels aan die gelden in de bestaande uitvaarcentra in Nederland. Met dit nieuwe centrum kunnen rouwenden met een eigen pasje naar binnen, zodat ze een 24-uurs wake kunnen houden. En moest men bij grote groepen vroeger vaak uitwijken naar elders: nu kan eten of vieren gewoon in het uitvaartcentrum zelf – met de dode erbij dus. Moslims kunnen zelf gebedsmatjes pakken, voor hen is er ook een speciale voetenwasvoorziening. En de kamers zijn dusdanig basic ingericht dat je niet aanloopt tegen de huisstijl van het uitvaartcentrum; „ze zijn geheel aan te passen in eigen geur en kleur”, zoals locatiemanager Mala Angna het noemt.

Tranen bij inzegening

Zeven geestelijk leiders zegenen het gebouw in. Betrokkenen en omwonenden, velen in felgekleurde traditionele kledij, staan er omheen. Dan is er muziek van het bazuinkoor. Bij een Surinaamse vrouw rollen de tranen over haar wangen. Haar moeder is vijf jaar geleden overleden. „Maar het is niet erg, tranen zijn troostrijk. Net als zingen. In de Creoolse traditie wordt er een hele nacht voor een overledene gezongen. Als je langs het huis loopt, denk je dat er een verjaardag aan de gang is.”

De speciaal voor vandaag Ghanees ingerichte rouwkamer heeft knipperende lampjes, bloemenslingers rond de kist, manden met reinigingsproducten voor de bewassing en een witte zakdoek met geld zodat de overledene op zijn of haar ‘reis’ dingen kan kopen.

Surinaamse rouwkamer Foto Jan Peter Fiering

Ook zijn er rouwkamers aangekleed in Afro-Surinaamse, Surinaams-Hindoestaanse, Indonesische en christelijk-esoterische traditie. „Dit is slechts ter inspiratie, want álle culturen zijn hier welkom”, benadrukt stadsdeelvoorzitter Tanja Jadnanansing. Ze is trots op het nieuwe centrum. „Iemand zei net tegen mij: ‘Dit is ons huis’. En zo is het ook bedoeld. Het is niet van het stadsdeel of het bestuur, het is van de mensen. Ik werd vandaag aangesproken door mensen die interesse hebben om hier te komen werken. Ze willen hier bij horen. Dat vind ik heel mooi.”

‘We zijn niet zo bang dat oma in de kist heen en weer schudt, want we dansen mét haar’

De aula waar gedanst en gezongen wordt is gigantisch. Dat is niet voor niks. Mama Nancy, al twintig jaar lijkverzorgster en van Ghanese komaf, was betrokken bij de indeling van de ruimtes. „Naar een Ghanese uitvaart komen vaak 500 tot 700 mensen – je hoeft de persoon niet te kennen en wacht niet op een uitnodiging. Daarom adviseerde ik een ruimte te bouwen waar iedereen in past.”

Actief lid van de Afro-Surinaamse gemeenschap Talita Keerveld legt uit waarom bepaalde culturen, zoals de hare, uitbundig afscheid nemen van de overledene. „Wij víéren het leven van de overledene, met dans en met zang. We zijn niet zo bang dat oma in de kist heen en weer schudt, want we dansen mét haar. Oma danst mee.”