Aantal abortussen in Nederland licht gestegen in 2018

Ministerie VWS In 2018 werden in Nederland 31.002 abortussen uitgevoerd, 479 meer dan in 2017. Per duizend vrouwen gaat het om 8,8 keer, ten opzichte van 8,6 in 2017.
Foto iStock

Het aantal abortussen in Nederland is in 2018 licht gestegen ten opzichte het jaar ervoor. Onder tieners daalde het aantal abortussen juist verder. Dat blijkt uit een rapport van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dat donderdag is gepubliceerd.

Per duizend vrouwen werd 8,8 keer een abortus gepleegd in 2018, ten opzichte van 8,6 in 2017. In totaal ging in Nederland om 31.002 abortussen – 479 meer dan in 2017. Het totaal aantal geboren kinderen daalde in dezelfde periode met 0,8 procent, naar 168.525.

Het jaarlijkse aantal abortussen schommelt al sinds 2011 rond de dertigduizend. Rond de eeuwwisseling lag dat hoger, tegen de 34.000. Het aantal tieners dat een zwangerschap liet beëindigen is sinds 2000 gehalveerd, tot zo’n 2.500.

Een op de tien vrouwen die in Nederland een behandeling ondergingen, woonde in het buitenland. Van hen kwamen er ruim 1.200 uit Duitsland en 810 uit Frankrijk. In 1985, één jaar nadat de abortus in Nederland werd gelegaliseerd en toen de metingen begonnen, kwamen nog duizenden vrouwen uit Duitsland, België, Luxemburg en Spanje naar Nederland voor het veilig beëindigen van een zwangerschap. Dat jaar werden bijna 38.000 abortussen uitgevoerd, waarvan 20.000 bij vrouwen uit het buitenland.

In deze cijfers zijn zwangerschapsafbrekingen en overtijdbehandelingen bij elkaar opgeteld. Voor een overtijdbehandeling mag een vrouw niet langer dan zes weken en twee dagen zwanger zijn, is geen verwijsbrief van een arts nodig en kan een abortuspil worden gebruikt. Het gebruik van de morning-afterpil komt niet in deze cijfers terug.