Opinie

‘Virus? Welk virus?’ denkt de belegger

Maarten Schinkel

Opmerkelijk hoe snel slecht nieuws normaal wordt. Terwijl woensdag bekend werd dat het aantal bekende besmettingen met het Wuhan-coronavirus in China inmiddels is opgelopen tot ruim 24.000 en het aantal sterfgevallen 490 bedraagt, gaat de financiële sector weer langzaam over tot de orde van de dag.

Voor zover bekend is het sterftecijfer van een doorsnee-griep 0,07 procent. Voor het coronavirus, hoewel nog jong, is het nu al een tijd lang stabiel op 2,1 procent. Wie gevoelig is voor het argument dat in de Verenigde Staten jaarlijks wel zo’n 10.000 mensen overlijden aan de gevolgen van griep (‘dus waar hebben we het over?’) moet zich realiseren dat jaarlijks dan ook zo’n 13 miljoen mensen die griep oplopen. Bij het Wuhan-coronavirus zou het aantal Amerikaanse sterfgevallen, zoals het er nu voor staat, al in de honderdduizenden lopen. Best eng.

Maar goed: er is vertrouwen in de wetenschap, in de maatregelen die de internationale verspreiding moeten tegengaan. En er is de beurs. Want die laatste is toch altijd het windvaantje dat zegt: erg, of niet zo erg. Het moet gezegd: na een kleine kniebuiging lijkt alles eigenlijk best oké op de aandelenmarkten. Zelfs Chinese aandelen hebben hun koersval van 8,4 procent op maandag alweer voor de helft ingehaald. De AEX stond woensdag op een haar na op zijn pre-virale hoogtepunt.

Het verschil tussen de beurs en de werkvloer van de wereldeconomie wordt wel érg groot

Geven de beurzen wel een goed signaal? Vanaf de werkvloer van de wereldeconomie komen andere verhalen. De verstoringen van de bedrijvigheid in China zelf en daarbuiten stapelen zich op. De productie van smartphones, vermoedelijk ook die van Apple, loopt schade op. De Koreaanse automaker Hyundai sluit zijn fabrieken vanwege een gebrek aan componenten. Zakenreizen naar China, en steeds vaker ook Hongkong, drogen op. Net als het internationale Chinese toerisme. Modehuis Ralph Lauren doet vestigingen in China dicht, net als fastfoodketens en koffieverkoper Starbucks. Nike waarschuwt, Disney ook. De Capesize-prijsindex voor internationaal maritiem bulkvervoer is met 40 procent ingestort. De Baltic Dry-index daalde al, maar is nu in vrije val.

Het is allemaal anekdotisch, maar tegelijk staat het vermoedelijk voor een veel grootschaliger verstoring van de economie van China en ver daarbuiten. Veel hoop lijkt gevestigd op het opengaan van de fabrieken in China vanaf komende maandag (Foxconn bijvoorbeeld) en de regio Wuhan een kleine week later. Economisch gezien is het effect van de coronazaak dan misschien weinig meer dan dat van een staking: een kortstondige storing die daarna weer wordt ingehaald en uiteindelijk weinig sporen nalaat.

De beurs is, ook in dit soort tijden, één grote feedback-loop van stemmingen. Gaat het daar goed, dan is er kennelijk weinig aan de hand. Nu heeft de markt , zoals dat heet, altijd gelijk. Maar er is toch reden aan te nemen dat hij ditmaal toch ietsje minder gelijk heeft dan gewoonlijk. Er zijn krachten die op dit moment groter zijn dan het virus zelf. Beleggers blijven na de ‘dips’ bijkopen.

Sommige bewegingen zijn ronduit bizar. Kijk naar Tesla, dat in drie maanden tijd verdriedubbelde in koers en nu duurder is dan de traditionele Amerikaanse autoproducenten bij elkaar. Je zou bijna gaan denken aan een melt up – het tegengestelde van een melt down – die twintig jaar geleden vaak voorkwam tijdens de dotcom-hausse. Ook het paniekerig bijkopen door beleggers die short gingen in Tesla kan zo’n reuzenstijging moeilijk geheel verklaren. En wie weet: misschien wordt het Wuhan-effect inderdaad overdreven en hebben beleggers gelijk. Maar dat vergt vertrouwen. Véél vertrouwen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.