Verenigde Naties

Half miljoen mensen zijn weg uit Idlib sinds december

De afgelopen twee maanden zijn ruim 500.000 mensen de Noord-Syrische provincie Idlib ontvlucht. Dit aantal kan nog verder oplopen, waarschuwen de Verenigde Naties (VN) dinsdag. Het is een van de grootste vluchtelingenstromen sinds het begin van de oorlog in Syrië, schrijft persbureau AFP. Idlib is de laatste provincie die deels in handen is van de gewapende oppositie.

Begin december begon het Syrische regime samen met de Russen een offensief. Dit leidde tot een grote vluchtelingenstroom richting de grens met Turkije. Volgens de VN gaat het om 520.000 mensen. De Turkse president Erdogan wil geen Syrische vluchtelingen meer toelaten in het land en houdt de grens dicht. Dit zorgt voor een chaotische situatie aan de grens. De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt voor de uitbraak van ziekten. De afgelopen dagen dreigt de situatie tussen Turkije en Syrië te escaleren. Zes Turkse militairen kwamen om bij artilleriebeschieting door het Syrische regime. Hierop dreigde Turkije maandag met militair ingrijpen. VN-secretaris-generaal António Guterres riep dinsdag op de vijandelijkheden te staken. „We zijn vooral bezorgd omdat we nu in een situatie terecht zijn gekomen waarin het Turkse leger en het Syrische leger elkaar bombarderen”, zei hij volgens persbureau Reuters. (NRC)