Opinie

Veel kritiek op Frenkie

Frits Abrahams

Voor het eerst in zijn nog jonge carrière krijgt Frenkie de Jong veel kritiek te verduren. Er zijn misschien NRC-lezers die er nog niet van wakker liggen, en ik wil ook niet al te paniekerig klinken, maar toch is een waarschuwing op haar plaats: Frenkie is in Spanje nog niet de speler zoals we hem kennen uit zijn Nederlandse periode.

Als Frenkie-watcher van het eerste uur constateer ik dit met pijn in het hart. Ik vond (en vind) hem een uitzonderlijk talent, al vanaf de eerste minuten dat ik hem bij Ajax zag spelen. Toen hij met Matthijs de Ligt Ajax ontrouw werd, besefte ik meteen dat daarmee het verval van het grote Ajax van 2019 was begonnen. Voor zulke talenten vind je op korte termijn geen gelijkwaardige plaatsvervangers.

En zie het huidige Ajax: geen schim meer van het prachtige elftal van vorig seizoen. Dat komt ook door allerlei blessures, maar belangrijker lijkt mij het feit dat de als vervangers aangekochte spelers – Marin en Alvarez – tot dusver mislukten. Bovendien zijn Dusan Tadic, een van de helden van vorig seizoen, en de jonge back Noussair Mazraoui volledig uit vorm. In de eredivisie heeft Ajax daardoor met iedere tegenstander problemen.

Frenkie verging het in Spanje niet veel beter. Hij kwam bij FC Barcelona in een elftal terecht dat zo matig presteerde dat de trainer ontslagen werd. Frenkie kreeg aanvankelijk veel krediet van de pers. Toch was hij nooit een uitblinker in de wedstrijden die ik van hem zag. Ik vond zijn spel steeds fletser en onopvallender worden. Hij deed zijn uiterste best, maar kon zijn stempel op geen enkele wedstrijd drukken.

Zijn onopvallendheid móést gaan opvallen. Van iemand die ongeveer 80 miljoen heeft gekost verwacht men méér dan alleen voorzichtige breedtepasses. En jawel, na enkele povere resultaten van het elftal barstte de kritiek los. „Er werd veel van hem verwacht, maar hij heeft nog niet veel gebracht”, schreef het dagblad Sport. „Binnen het team is zijn rol beperkt. Het doet hem pijn dat Sergio Busquets de vaste man op zijn positie is.”

In Nederland nam Ruud Gullit de kritiek over. „Hij komt een balletje halen, maakt een schijnbeweging. Dan tikt hij hem weer naar links of naar rechts, er gebeurt verder niets. (…) Frenkie moet beter spelen, het is niet goed genoeg.”

Omdat zijn concurrent Busquets nog steeds voldoet, wil men bij FC Barcelona van Frenkie een aanvallende middenvelder maken, maar dat ligt hem niet. Hij zegt dat het hem niet uitmaakt waar hij speelt, maar ik vermoed dat hij het liefst centraal op het middenveld, kort voor zijn verdediging, speelt. Daar heeft hij de ruimte om zijn talent – het verdelen van het spel – te benutten.

Aan zelfkritiek ontbreekt het hem niet – hij heeft vaak gewezen op zijn zwakke punten: zijn afstandsschot en zijn lange pass. Ik heb er in Spanje nog geen verbetering van gezien.

Misschien kan hij zich nog bewijzen in een aanvallender rol, maar hij zou niet de eerste Nederlandse topspeler zijn die aanvankelijk mislukt in het buitenland. Dennis Bergkamp (Internazionale), Wesley Sneijder (Real Madrid) en Memphis Depay (Manchester United) gingen hem voor. Bij andere clubs kwam het met hen toch nog goed, en dat verwacht ik ook van Frenkie. De vraag is vooral of hij zijn Ajax-vorm kan hervinden als in juni het EK begint.