‘Sorry, u valt onder de verkeerde wet’

Wet zorg en dwang De nieuwe Wet zorg en dwang voor demente ouderen en verstandelijk beperkten krijgt aan alle kanten kritiek.

Illustratie Roland Blokhuizen

Sinds 1 januari heeft specialist ouderengeneeskunde Nienke Nieuwenhuizen al van 26 regionale vakgroepen gehoord over demente ouderen, compleet in de war en soms agressief, die werden geweigerd door de crisisdienst van de ggz. De reden? Meneer of mevrouw valt niet meer onder de ggz, hij valt onder de nieuwe Wet zorg en dwang. Nieuwenhuizen: „Ze worden weggestuurd. Dus wij, de thuiszorg, of de familie moeten ter plekke oplossingen bedenken. Wij hébben geen crisisdienst. Een onwerkbare situatie.”

Lees ook: Ouderen en gehandicapten door nieuwe wet ernstig gedupeerd

Het is misschien wel de meest acute klacht over de nieuwe wet, die onlangs is ingegaan. Donderdag praat Nieuwenhuizen, voorzitter van belangenvereniging Verenso (waar 1.800 ouderenartsen bij zijn aangesloten) met ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over noodmaatregelen.

Er zijn veel meer klachten over de wet. De wet regelt gedwongen zorg – dat de deur op slot gaat, de handen vastgebonden, medicijnen in de vla – voor demente ouderen en mensen met een verstandelijke beperking.

De oude wet, die dwangmaatregelen voor iedereen regelde, heette Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ), maar die gold alleen voor patiënten in instellingen. Nu steeds meer ouderen, verstandelijk beperkten en psychiatrisch patiënten zelfstandig wonen, dus buiten een instelling, moeten wijkverpleegkundigen, ouderenartsen en thuiszorgmedewerkers ook thuis tegen de zin van de patiënt kunnen handelen. Bijvoorbeeld als de patiënt gevaar loopt of „ernstig nadeel” heeft (‘lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade of ernstige verwaarlozing...’, aldus de wet) of een gevaar vormt voor anderen.

Bedoelingen waren goed

De Wet zorg en dwang lag al tien jaar op de tekentafel net als de andere opvolger van de BOPZ, de Wet verplichte ggz (Wvggz). Die geldt alleen voor psychiatrisch patiënten – in een instelling of thuis. In december 2018 zei beroepsvereniging Verenso, die Nienke Nieuwenhuizen voorzit, al dat de Wet Zorg en Dwang van tafel moest. In november 2019 riep ook de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie op om de Wvggz níét in te voeren omdat die te veel bureaucratie met zich zou meebrengen. Maar beide wetten zijn ingegaan.

Lees ook het achtergrondverhaal over de Wet verplichte ggz: ‘Zeven brieven in twee dagen’

De bedoelingen waren goed. „Het idee was om de zorg thuis te verbeteren en dwang, zo nodig, netjes toe te passen”, zegt Nieuwenhuizen. „Maar daar heb je vooral veel goed opgeleid personeel voor nodig, dat goeie inschattingen kan maken. Niet zozeer een wet. En al helemaal niet een diagnosegebonden-wet. Zij geldt alleen voor mensen met een bepaalde diagnose – ‘laag IQ of dementerend’ – en niet voor iedereen.”

Dat staat arts voor verstandelijk gehandicapten Channa de Winter, die bij Trajectum in Drenthe werkt, ook tegen. „Deze wet deelt mensen in absurde hokjes in. Mijn cliënten zijn laag verstandelijk beperkt én hebben vaak psychiatrische klachten. Dat loopt door elkaar; dat kun je niet kunstmatig scheiden.”

Neem haar cliënt, een veertiger, die recent een nieuwe ‘indicatie’ nodig had voor verlenging van een rechterlijke machtiging (die gedwongen zorg mogelijk maakt). Het CIZ, dat bepaalt wie recht heeft op langdurige zorg, beoordeelt de cliënt. Dat is louter een papieren oefening: het CIZ ziet de cliënt niet. De Winter: „Op papier heeft hij geen laag IQ, want dat móét voor je 18de zijn geconstateerd maar dat was bij hem niet gebeurd. Dus hij geldt níét als verstandelijk beperkt, maar hij is dat wel. En hij heeft gedwongen zorg nodig – het ging hier net wat beter met hem. Het CIZ zei nu: ‘hij valt niet onder de Wet zorg en dwang want hij heeft geen laag IQ. Hij valt dus onder de Wvggz.’ Hij zou hier weg moeten! Want hier geldt alleen de Wet zorg en dwang. Ik heb uiteindelijk met veel moeite een verzoek tot verlenging hier kunnen indienen.”

En dan is er de rechtspositie van de patiënt. Die is in de Wvgzz beter beschermd dan in de Wet zorg en dwang. Verstandelijk beperkten en ouderen mogen volgens de Wet zorg en dwang veel makkelijker worden opgesloten of vastgebonden dan psychiatrisch patiënten. Er moet wel sprake zijn van „ernstig nadeel” voor de patiënt of de omgeving als hij de zorg niet accepteert. En er moet een ‘zorgplan’ zijn opgesteld, door de cliënt, zijn vertegenwoordiger en begeleider, dat beschrijft wat er moet gebeuren. Maar de meeste dwangmaatregelen hoeven niet door een rechter te worden gefiatteerd, zoals bij psychiatrisch patiënten. En er hoeft geen arts over te beslissen, maar iemand met opleidingsniveau mbo-3.

Een aantal artsen voor verstandelijk gehandicapten, onder wie Michiel Vermaak, heeft er zelfs recent een klacht over ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens. Zij vinden het „schandalig” dat de rechtspositie van sommige mensen „wettelijk zwakker is dan die van anderen”. Het College bevestigt dat „als toezichthouder op het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap het College hiernaar gaat kijken”.