Middelbare scholen rommelen maar wat aan met hun schoolexamens

Onderwijs Leerlingen krijgen een ‘kakofonie’ aan toetsen gepresenteerd. Scholen houden zich niet aan de wet en hun eigen programma.

Op het VMBO Maastricht werden in 2018 examens ongeldig verklaard.
Op het VMBO Maastricht werden in 2018 examens ongeldig verklaard. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Ondanks verbeteracties gaan veel middelbare scholen anderhalf jaar na het examendebacle in Maastricht nog steeds onzorgvuldig om met hun schoolexamens. Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerd onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs. Van 104 onderzochte scholen hield zeventig procent zich niet aan de wetgeving over examens. „Verontrustend”, vindt minister Arie Slob (Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie).

Op bijna de helft van de onderzochte scholen voldeed het programma van toetsing en afsluiting (PTA) niet aan de wet. Meestal was niet duidelijk wat er in het schoolexamen wordt getoetst en ontbraken verplichte onderdelen in het examen. Een op de vijf scholen hield zich niet aan het eigen PTA, bijvoorbeeld door aangekondigde toetsen niet uit te voeren. Bij een op de drie scholen was het examenreglement niet op orde.

Lees ook: Trend op scholen: minder toetsen voor een cijfer

Op geen van de scholen leidde de tekortkomingen volgens de inspectie tot een risico om niet deel te kunnen nemen aan het centrale eindexamen, zoals in juni 2018 het geval was bij 350 leerlingen van VMBO Maastricht. Hun eindexamens werden kort voor de diploma-uitreiking ongeldig verklaard wegens onregelmatigheden in hun schoolexamens.

Schoolexamens bepalen de helft van de eindcijfers op het diploma van een scholier. Ze bestaan uit verschillende toetsen, zoals tentamens, overhoringen of werkstukken. Scholen maken deze toetsen zelf. In het PTA moet gedetailleerd beschreven zijn welke toetsen er zijn, over welke stof ze gaan en hoe zwaar ze meetellen in het schoolexamencijfer.

De conclusie van de inspectie komt in grote lijnen overeen met die van een commissie die vorig jaar de kwaliteit van schoolexamens onderzocht, onder leiding van Geert ten Dam, hoogleraar onderwijskunde en bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam. Die commissie constateerde onder meer dat de controle op de kwaliteit van schoolexamens onvoldoende is en dat ze zijn verworden zijn tot een oefening voor het centraal eindexamen.

„Er is een kwetsbaar systeem ontstaan met perverse prikkels waaraan zowel de overheid, de inspectie als scholen debet aan zijn”, zegt Ten Dam. Het schoolexamen is bedoeld als wezenlijk onderdeel van het schoolprogramma, waarin scholen hun eigen accenten en onderwijsvisie kwijt kunnen. „Maar de afgelopen vijftien jaar is het dat eigen karakter kwijtgeraakt en zich gaan voegen naar het eindexamen.”

Dat komt mede doordat de inspectie lange tijd beoordeelde of de cijfers van het school- en eindexamen niet te ver uit elkaar lagen. En het gemiddelde eindexamencijfer van een school mag niet te ver onder het landelijk gemiddelde liggen. Naar de inhoud van de schoolexamens deed de inspectie niet eerder onderzoek.

Scholen hebben daarnaast een „kakofonie van toetsen” ingevoerd die meer bedoeld lijken om leerlingen bij de les te houden dan dat ze een inhoudelijke afsluiting vormen van het gegeven onderwijs, zegt Ten Dam. „Het is zo’n onoverzichtelijk geheel geworden, dat een administratieve fout snel op de loer ligt.”

Lees ook: Scholen op scherp na 'Maastricht'

Naar aanleiding van het onderzoek van de commissie-Ten Dam hebben scholen hun PTA’s voor dit schooljaar al verbeterd, naar nu blijkt onvoldoende. „We zullen er harder aan moeten trekken om de verbeteringen die we ingezet hebben, sneller door te voeren”, stelt koepelorganisatie VO-raad in een reactie. Ook minister Slob spreekt van een noodzakelijke „brede verbeterslag”.

Ten Dam hoopt dat de problemen niet zorgen voor een „regelreflex” maar voor herwaardering van het schoolexamen. „Zonder schoolexamen verschraalt het onderwijs, want scholen onderwijzen dan enkel wat landelijk centraal getoetst wordt.”