Met de nieuwe bestuurder was de relatie snel verstoord

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht.

Foto Marcel van Hoorn/ANP

Een onderwijsorganisatie met achttien basisscholen stelt per 1 maart 2019 een tweede bestuurder aan voor vier jaar. Bewust is gekozen voor iemand met een financiële en bedrijfskundige achtergrond. Amper acht weken later stapt de bestuursvoorzitter naar de raad van toezicht en beklaagt zich over haar medebestuurder. Diens samenwerking met haar én met het ondersteunend personeel zou zeer moeizaam verlopen. De raad van toezicht spoort aan tot verbetering van de relatie, maar als begin juli meerdere stafleden én de bestuursvoorzitter dreigen op te stappen, schorst de raad de nieuwe bestuurder. Na de zomer komt het tot ontslag.

Voor de rechtbank vraagt de onderwijsorganisatie het contract met de nieuwe bestuurder te ontbinden op grond van ernstig verwijtbaar handelen, dan wel op grond van een verstoorde arbeidsrelatie. Volgens de bestuurder is het juist de organisatie die verwijtbaar heeft gehandeld: kennelijk werd zijn benoeming niet door de hele organisatie gedragen, waardoor een machtsstrijd ontstond. De raad van toezicht is daarna gezwicht voor de dreigementen van anderen om op te stappen.

Volgens de rechter heeft de man zich „misschien scherp opgesteld” in gesprekken met stafleden, en niet zo handig gecommuniceerd. Hoewel een staflid hierdoor gekwetst en overstuur geraakt is, kan de man „geen onbeschoftheid, intimiderend gedrag of anderszins kwaadaardig gedrag worden verweten”. Er is dus geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van de nieuwe bestuurder. Maar dat de werkrelatie ernstig verstoord is, is volgens de rechter glashelder. Ook al blijft onduidelijk waar de aversie tegen de man vandaan komt, want objectieve feiten van disfunctioneren acht de rechter niet of onvoldoende gegeven.

Het contract wordt ontbonden. Aangezien er geen tussentijds opzeggingsbeding is, heeft de bestuurder recht op een vergoeding: 200.000 euro.