Opinie

Liberale waarden zijn ook deel van echte integratie

Het kan niemand zijn ontgaan: twintig jaar geleden publiceerde Paul Scheffer in NRC zijn essay ‘Het multiculturele drama’. Velen analyseerden vorige week hoe het er nú voorstaat met de niet-westerse immigrant. De algemene teneur was dat de tweede en derde generatie de weg omhoog op de maatschappelijke ladder – langzaam – gevonden heeft.

Ik ben zelf dochter van ouders die in Turkije zijn geboren. Mijn vader kwam in 1962 zijn geluk beproeven in Rotterdam. Ik groeide op in een stad waar na de jaren tachtig steeds meer nieuwe migranten arriveerden. Wat Scheffer in 2000 optekende, ervoer ik om me heen: segregatie, criminaliteit, werkloosheid en enorme taalachterstand – met dank aan Turkse satelliet-tv.

Dat sindsdien meer immigrantenkinderen de weg naar het vwo en hbo gevonden hebben, is goed nieuws. Toch gaat het niet beter met de integratie. Geslaagde integratie draait om het overtuigd accepteren van liberale, democratische waarden: van de vrijheid van meningsuiting en pers, van gelijke rechten van man en vrouw, en homo en hetero, van de scheiding van kerk en staat, van onvervreembare mensenrechten.

De eerste immigranten genoten van de vrijheid die ze in Nederland troffen: ze hadden vaak Nederlandse vriendinnen, dronken alcohol, stemden ook in Turkije op seculiere partijen – alternatieven waren er toen niet. Maar hun kinderen en kleinkinderen hangen nu vaak een illiberale vorm van islam aan, en dragen die actief en dwingend uit.

Zelf kwam ik daar voor het eerst in 2016 hard mee in aanraking. Erdogan overleefde in Turkije een staatsgreep en sloeg daarna keihard om zich heen. Ambtenaren, militairen, leraren, wetenschappers en journalisten werden ontslagen of belandden zonder proces in de gevangenis. De laatste vrije media werden gesloten.

Mijn eigen familie in Turkije durfde vanaf dat moment niets kritisch over Erdogan meer te posten op Facebook of Twitter en zelfs niet via WhatsApp. Alles ging op slot. Het land was afgegleden tot een de facto dictatuur. Maar de meeste Nederlandse Turken waren laaiend enthousiast. Bij Turkse verkiezingen stemde een ruime meerderheid van hen steevast op Erdogan – in 2018 bijvoorbeeld 73 procent.

Toen ik mijn bezorgdheid over de ontwikkelingen in het geboorteland van mijn ouders benoemde, waren „Armeense hoer” en „geassimileerde nestbevuiler” nog de minste kwalificaties die ik van Nederlandse Turken over me heen kreeg. Dat gaat door tot vandaag. Niet alleen als ik me uitspreek over Erdogan of me kritisch uitlaat over de visie op vrouwen of homo’s in islamitische schoolboeken. Maar ook als ik een a-politieke tweet like van bijvoorbeeld de vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap in Turkije. Of wanneer ik mijn afkeer toon van antisemitische uitingen op de Facebookpagina van een bekende Joodse kunsthandelaar in Amsterdam.

Ik maak me zorgen over het effect van deze agressie op de vrijheid in Nederland. Ik ken tientallen immigrantenkinderen die bijzonder gesteld zijn op onze vrije, liberale samenleving. Het zijn vaak Turken met een geslaagde carrière in het bedrijfsleven, de ambtenarij of de media. Zij durven, net als mijn familie, hun mond niet meer open te doen: „Ik wil nog wel naar mijn familie in Turkije kunnen”, zeggen ze.

Opvallender nog: ook in ‘autochtone’ kring heb ik voorzichtigheid en zelfcensuur zien toenemen, vooral sinds de moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo. Satire over de islam, Erdogan of Iraanse geestelijken is goeddeels verdwenen uit Nederlandse media.

Ik herinner me nog hoe mijn ouders tijdens de zomervakantie in Turkije vaak dubbel lagen om de politieke, relationele en religieuze spotprenten in het blad Girgir, waarvoor niets heilig was. Dat Girgir (1972-1993) al lang geleden is opgeheven, zal niemand verbazen. Maar dat dergelijke satire ook uit Nederland verdwenen is, lijkt velen te ontgaan. „Ik heb geen zin in dat mes”, zei Youp van ’t Hek over het vermijden van islamsatire. Vrijwel alle cabaretiers lijken de laatste jaren aan vergelijkbare zelfcensuur te doen.

Dieptepunt is het relaas van politiek tekenaar Ruben L. Oppenheimer dat Trouw afgelopen weekend optekende. Toen hij Erdogan had afgebeeld met een piemeltje, waren de bedreigingen zo hevig, dat hij moest onderduiken. „Kom maar even niet naar Nederland, want we kunnen je veiligheid niet garanderen”, kreeg hij van de politie te horen. De meeste kranten moffelden het nieuws volgens Oppenheimer weg, omdat ze in dat geval de spotprent hadden moeten afbeelden. Dat durfden ze niet aan.

De mislukte overbrenging van vrije, democratische waarden op de kinderen en kleinkinderen van onze immigranten, dat was de afgelopen twee decennia het werkelijke multiculturele drama.

Aylin Bilic is publicist en ondernemer.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.