Syriërs vluchten voor de strijd in Idlib.

Ghaith Alsayed/ AP

Interview

‘Inwoners van Idlib moeten kiezen: sterven of vluchten’

Eyad Aljarod De Syrische filmmaker Eyad Aljarod houdt vanuit Utrecht contact met zijn familie, die klem zit in de belaagde provincie Idlib. „Zelfs een eenvoudige vraag als ‘hoe gaat het’ kan ze nog meer van streek maken.”

De Syrische wiskundige en filmmaker Eyad Aljarod voelt zich de laatste weken opgelaten in zijn flatje in Utrecht. Op nieuwe films kan hij zich niet concentreren. Voortdurend dwalen zijn gedachten af naar zijn familie in de Noord-Syrische provincie Idlib, die op de vlucht is geslagen richting Turkse grens om uit handen te blijven van het oprukkende leger van president Assad.

Ze maken deel uit van een van de grootste vluchtelingenstromen sinds het begin van de oorlog in Syrië, negen jaar geleden. Zo’n 700.000 mensen zijn volgens de Verenigde Naties op de vlucht geslagen in Idlib en zitten nu aan de grens met Turkije te vernikkelen van de kou.

Ook telefoontjes met familieleden bieden Aljarod, die net nog met zijn zus telefoneerde, nauwelijks troost. „Zelfs een eenvoudige vraag als ‘hoe gaat het?’ is soms al moeilijk”, zegt hij. „Je moet over elk woord nadenken om ze niet nog meer van streek te maken, nu er zoveel rampzalige dingen tegelijk gebeuren.”

Militairen rukken op

In Idlib, een van de laatste Syrische gebieden die zich nog verzetten tegen Assad, rukken de militairen op. Ze staan inmiddels in de buitenwijken van Saraqeb, Aljarods vroegere woonplaats en lange tijd een bastion van het verzet tegen Assad.

De provinciestad telde voor de opstand tegen Assad zo’n 45.000 inwoners, maar door de komst van burgers die weigerden onder Assad verder te leven en enige jihadisten was dat de laatste jaren aangezwollen tot het dubbele. „Nu is het een lege stad”, zegt Aljarod. „Vrijwel iedereen is gevlucht.”

Hij memoreert het geval van een andere, onlangs in handen van Assad gevallen stad, Maarat al-Numan. Daar probeerden inwoners een man, bij wie volgens hen een steekje los was, over te halen met hen mee te vluchten. Dat weigerde hij. „Na de inname van Maarat zagen we een foto van die man die was gedood, terwijl een militair met zijn voet op zijn hoofd stond”, vertelt Aljarod.

Zijn eigen ouders zijn inmiddels met Eyads vier broers en twee zusters en hun gezinnen naar een dorp bij de Turkse grens gevlucht. „Ze zaten daar in een huis, maar mijn zuster vertelde me vanmorgen dat ze er niet kunnen blijven. Het is momenteel heel moeilijk een veilige plek te vinden. Bovendien is het winter en is het koud. Velen zijn aangewezen op tenten van hulporganisaties.

Chloorgasaanval

De mensen uit Saraqeb hebben al negen jaar oorlog achter de rug. Toen de plaats als een van de eerste in Syrië in opstand kwam, volgde een tankaanval door het Syrische leger. In februari 2018 vond er in Saraqeb een chloorgasaanval plaats, vermoedelijk met vaten die uit helikopters van het Syrische leger waren geworpen. Ook de OPCW bevestigde dat er waarschijnlijk chloorgas was gebruikt. Meer recent volgden er hevige luchtbombardementen.

De bevolking ondervond ook veel hinder van jihadisten, met name van aan Al-Qaida gelieerde groepen. Aanvankelijk van Al-Nusra en later van de voortzetting daarvan, Hayat Tahrir al-Sham. Veel mensen merkten niet zoveel van de fundamentalisten. „Als ze iemand arresteerden, deden ze dat in stilte. De jihadisten vingen intussen veel geld bij controleposten.”

Maar intellectuelen die openlijk kritiek op de jihadisten hadden, waren hun leven niet veilig. Aljarod: „Bij mijn bezoek aan Saraqeb in 2016 probeerden ze me te arresteren en moest ik een veiliger plek zoeken.” Later vestigde hij zich in Turkije, in 2018 kwam hij naar Nederland.

Waar is Al-Qaida?

Aljarod koestert sterk de verdenking dat de jihadisten nu onder één hoedje spelen met het regime van president Assad. Opvallend is dat ze nu – anders dan enkele jaren daarvoor – niet opduiken aan de frontlinie. „Iedereen vraag zich af: waar is Al-Qaida? Ze vechten niet tegen het regime, ook niet bij Saraqeb. Ze lijken eerder de weg te banen voor Assads troepen.”

Door de jaren heen is de bevolking volgens Aljarod steeds meer een speelbal geworden in een schimmig spel van grote mogendheden, die elk hun eigen belangen hebben. „Turkije onderhoudt ook contacten met de jihadisten maar staat tegelijk op goede voet met Rusland, dat weer een bondgenoot is van Assad. En zo is de cirkel rond. Wij hebben er geen invloed op, we kijken er naar, we wachten af en voelen ons machteloos.”

Idlib zelf neemt een aparte plaats in. De afgelopen jaren groeide het uit tot de ‘afvoerput’ van Syrië. Jihadisten die na lange gevechten met het regime in Aleppo en bij Damascus klem zaten, stemden toe in een aftocht naar Idlib. Ook veel burgers die bang waren voor het regime vluchtten daarheen, waardoor de bevolking van voor de revolutie zich verdubbelde tot zo’n 3,5 miljoen.

„Wij geloven in vrijheid”, zegt Aljarod. „Die hadden we ook even na het begin van de revolutie van 2011 en daar streden we voor. Wat is er nu van meer waarde in dit leven?”

Kortzichtig Europa

Diep teleurgesteld is Aljarod intussen in de kortzichtigheid van Europa. „Ze hebben de mond vol van een humanitaire oplossing maar ze durven niet stevig op te treden. De Europeanen beseffen onvoldoende dat de ramp die zich nu in Idlib voltrekt niet tot Idlib beperkt zal blijven. Gesteund door Russische militairen rukt het leger nu op naar de stad Idlib, waar zo’n 700.000 mensen wonen, van wie de meesten zullen vluchten.

„Voor hen is het een keuze tussen sterven of de vlucht nemen. In totaal zijn er 3,5 miljoen mensen in Idlib. Als die grotendeels naar de Turkse grens vluchten zal dat land zijn grens echt niet dicht kunnen houden. De kans is groot dat de Turken dan die vluchtelingen naar Europa laten gaan.”

Soms bekruipt Aljarod bij dit alles een gevoel van hopeloosheid, zelfs een schuldgevoel. „Als je alleen maar toekijkt hoe mensen worden gedood”, zegt hij mistroostig, „doe je in zekere zin mee aan dat doden, door er niets tegen te doen.”

Lees ook Vrees voor escalatie na Turks-Syrische gevechten
Bekijk ook Massale vluchtelingenstroom in Idlib