Hiddema heeft het al vaak gezegd: ‘Jongen, hou eens op met dat getwitter’

Tweede Kamerlid Theo Hiddema (FVD) heeft het, zegt hij op dinsdagmiddag, al vaak gezegd tegen zijn partijleider Thierry Baudet: „Jongen, hou eens op met dat getwitter.” Net buiten de grote debatzaal van de Tweede Kamer, omringd door zo’n twintig journalisten, doet Hiddema nauwelijks zijn best voor Baudet. Die had afgelopen vrijdag getwitterd over „dierbare vriendinnen” die in een trein waren „lastig gevallen door 4 Marokkanen” – het bleek te gaan om een kaartjescontrole van NS-medewerkers.

Hiddema zegt: „Dat hele twitterfabriekje vind ik iets verschrikkelijks. Als je er iets op zet wat niet de feitelijke lading dekt, zit je helemaal mis.” Waarmee hij niet gezegd wil hebben dat Baudets verhaal niet klopt. „Ik weet nog steeds niet wat er in die treincoupé gebeurd is. Dan zou ik die twee dierbaren moeten ondervragen. Tot mijn opluchting doet de landelijke politie nu onderzoek.”

Dat juist de politie overwoog om aangifte te doen tegen Baudet noemt PVV-leider Geert Wilders tegen journalisten „een gotspe”. Baudet, vindt Wilders, moet „zijn hoofd koel houden”. „Hij is nu populair en dan wordt alles wat je zegt onderuit gehaald.” Wilders zit zelf midden in de hoger beroepszaak over zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak en volgens hem blijkt uit documenten van Justitie, maandag vrijgegeven, dat er „politieke en ambtelijke machinaties” waren om hem „kopje onder te duwen”. Dat Baudet dinsdag niet in de Tweede Kamer is maar op een conferentie in Rome, steunt Wilders níét. „Ik vind dat je op Kamerdagen hier moet zijn.”

In Rome zegt Baudet tegen NRC dat zijn bezoek aan de rechts-nationalistische conferentie tot de kern van zijn werk behoort. „Wij voeren een cultureel gevecht. Dat gaat om het vormen van netwerken, boeken uitgeven, mensen opleiden, zodat die geleidelijk aan de huidige liberale hegemonie kunnen vervangen.”

Vragen over zijn tweet wil hij niet beantwoorden. Een cameraploeg van RTL die twee dagen op hem wacht in het hotel waar de conferentie is, wil hij niet te woord staan. In de koffiekamer van de conferentie zegt Baudet dat hij geen zin heeft in „dat gezeik”.