Het olympisch vuur in Nederland laait weer op

Olympische Spelen Twee voormalige olympiërs en het bedrijfsleven hebben plannen om de Olympische Spelen in 2032 naar Nederland te halen.

Turnsters tijdens het Olympisch Vuur Jaarcongres in 2012. Later dat jaar werden de olympische plannen gestopt.
Turnsters tijdens het Olympisch Vuur Jaarcongres in 2012. Later dat jaar werden de olympische plannen gestopt. Foto Robin Utrecht/ANP

Het plan verkeert nog in een vroeg stadium, maar toch: er wordt weer gesproken over Olympische Spelen in Nederland. Exacter: over de Zomerspelen van 2032. Haalbaar? Beslist, onder voorwaarde dat er een origineel en financieel degelijk onderbouwd plan wordt uitgewerkt waarvoor de bevolking warmloopt. Geld is één, maar zonder draagvlak zijn Hollandse Spelen kansloos.

De tijden zijn veranderd en onvergelijkbaar met de jaren tachtig, toen de kandidatuur van Amsterdam voor de Olympische Spelen van 1992 het mikpunt van activisme werd onder aanvoering van de felle tegenstander Saar Boerlage. Nadat slechts vijf van de ruim honderd leden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) Amsterdam hadden gesteund, werd Boerlage door de initiatiefnemers bedolven onder frustratiedrek. Deels onterecht, bleek na een evaluatie, want op het Amsterdamse bidbook viel het nodige aan te merken, evenals op de ronduit zwakke lobby.

Het moet radicaal anders, maar vooral strategischer, redeneerde sportkoepel NOC-NSF nadat de voor Nederland succesvolle Spelen van 2000 in Sydney de hang naar een kandidatuur opnieuw had aangewakkerd. Er kwam een plan – Olympisch Plan 2028 – en er werd een organisatie – Olympisch Vuur – opgetuigd met als doel Nederland in alle geledingen eerst op olympisch niveau te brengen, om in 2021 met een oogverblindend plan IOC-leden te vermurwen om de Olympische Spelen van 2028, honderd jaar na ‘Amsterdam’, aan Nederland te gunnen.

Mooie ideeën, die er samengevat op neerkwamen dat de geesten in Nederland langzaam rijp gemaakt moest worden voor een hernieuwde kandidatuur. De onderliggende gedachte: de doem van Boerlage moet verdreven worden.

Al met al duurde het proces niet de beoogde vijftien, maar slechts zeven jaar. In 2012 torpedeerden PvdA-leider Diederik Samsom en Mark Rutte namens de VVD bij de formatie van een nieuwe regering de Spelen. ‘We onderschrijven de ambitie om de Nederlandse sport op olympisch niveau te brengen, zonder de Olympische Spelen naar Nederland te willen halen’, stond in het regeerakkoord geschreven. Conclusie: weg overheidssteun, weg financiële steun, weg Olympisch Plan 2028. Dat was even slikken in sportkringen.

Bedrijfsleven

Maar olympisch vuur dooft schijnbaar nooit, want anno 2020 worden er plannen gesmeed om met een Nederlandse kandidatuur voor de Spelen van 2032 te komen. Deze keer ligt het initiatief niet bij NOC-NSF, maar bij twee voormalige olympiërs. Het AD meldde zaterdag dat oud-hockeyer Stephan Veen, goed voor twee gouden medailles, en oud-roeier Gerritjan Eggenkamp, winnaar van olympisch zilver, al enige tijd brainstormen met een 25-tal topmensen uit het bedrijfsleven, die de breed gedragen opvatting hebben dat Olympische Spelen goed voor Nederland zijn.

In welke fase het studietraject verkeert, is ondefinieerbaar. Hooguit dat de ideeën nog flets zijn, mede omdat vooralsnog onmisbare partners als NOC-NSF en de overheid niet aan tafel zitten. Bewust, om de politieke en publieke discussie zo lang mogelijk buiten de deur te houden. Zij komen pas in beeld als er iets is om over te praten, wat nog maar eens onderstreept hoe delicaat zo’n olympisch kandidaatsproces is.

Dat het nieuwe broeden is begonnen bij het bedrijfsleven zal wijlen Hein Verbruggen hebben aangesproken. Het tweeënhalf jaar geleden overleden erelid van het IOC heeft altijd beweerd dat Nederland alleen met steun van het bedrijfsleven kans maakt om de Spelen toegewezen te krijgen. Verbruggen wist waarover hij sprak, want hij kende als geen ander de mores en de machinaties binnen het IOC. De geheimhouding rond de besprekingen betekenen dat er weliswaar geen contouren van een kandidaatsplan zichtbaar zijn, maar dat er indachtig Verbruggens opvatting wel een solide basis wordt gelegd.

Uit de summiere informatie valt te destilleren dat Veen en Eggenkamp hun oor bij het IOC te luister hebben gelegd. Daar hebben zij gehoord dat het IOC de Spelen wil versoberen en ook kleine landen voor de organisatie in aanmerking moeten komen. Hun conclusie: Nederland is in beginsel kansrijk.

Mochten Veen en Eggenkamp met hun geestverwanten uit het bedrijfsleven tot de slotsom komen dat een kandidatuur moet worden doorgezet, dan volgt de fase van uitwerking van plannen. En op dat moment zullen ook NOC-NSF en de overheid in beeld komen. De eerste als olympisch instituut in Nederland, de tweede als onmisbare partner bij landinrichting en financiering. Maar belangrijkste vraag die op dat moment moet worden beantwoord is: hoe creëer je steun onder de Nederlandse bevolking? Met brede afkeer en verzet wordt het een zinloze exercitie.

Mocht het tot een kandidatuur komen, dan resteert nog één probleem: het ontbreken van een Nederlands IOC-lid. Een bidbook kan nog zo aantrekkelijk zijn, uiteindelijk moeten Olympische Spelen door een meerderheid van het honderdtal IOC-leden gegund worden. Zonder interne spindoctor vrijwel zeker geen succes, leert de geschiedenis.

NOC-NSF is bij het IOC weliswaar intensief aan lobbyen om Nederland weer aan een IOC-lid te helpen, maar stuit vooralsnog op weerstand. Binnen het IOC bestaat veel onbegrip over het gedwongen aftreden van Camiel Eurlings, begin 2018. Hij was door de ethische commissie clean verklaard en werd intern zeer gewaardeerd. Vooralsnog is Nederland niet in beeld om een IOC-lid te leveren. Een situatie die de kans op Olympische Spelen in 2032 allerminst vergroot.