Glastuinbouw moet betalen voor te hoge CO2-uitstoot

Kamervragen Sector kreeg een lager belastingtarief in ruil voor een plafond aan uitstoot. Eerder werden geen heffingen opgelegd.

De uitstoot kwam op 6 miljoen ton.
De uitstoot kwam op 6 miljoen ton. Foto Robin Utrecht/ANP

De Nederlandse glastuinbouwbedrijven hebben in 2017 meer CO2 uitgestoten dan was afgesproken. Met de sector was een plafond van 5,1 miljoen ton CO2 afgesproken, maar de uitstoot kwam destijds op 6 miljoen ton. De betrokken bedrijven moeten hiervoor compensatie betalen, maar over de hoogte doen de betrokken ministeries geen mededeling.

De ministers Schouten (Landbouw) en Wiebes (Economische Zaken) antwoordden woensdag op vragen die oktober vorig jaar door de Tweede Kamer zijn gesteld. Aanleiding was een artikel in NRC waaruit bleek dat de overheid de glastuinbouwbedrijven sinds 2012 actief hielp om niet onder het Europese emissiehandelssysteem ETS te vallen. Dat is het systeem waardoor fabrieken en andere vervuilende bedrijven in Europa betalen voor hun CO2-uitstoot.

Hierdoor ontliepen tuinders – met name de grote tuinbouwbedrijven – de betaling van naar schatting 20 tot 30 miljoen euro aan ETS-rechten. In ruil daarvoor werd een zogeheten CO2-sectorsysteem opgericht, waardoor alle 3.500 tuinders gebonden waren aan een maximum aan uitstoot. Tot 2017 zijn echter nooit heffingen geïnd, ondanks dat de sector te veel CO2 uitstootte. Nu stelt het ministerie van Landbouw dat er over 2017 compensatie moet worden betaald, zonder de omvang aan te geven. In een brief aan de Kamer schrijft Schouten dat op basis „van voorlopige cijfers” ook een overschrijding in 2018 heeft plaatsgevonden.

‘Georganiseerde uittocht’

De minister noemt het „spijtig” dat het beeld is ontstaan dat de overheid in strijd met de ETS-regels heeft gehandeld. Aanvankelijk vielen de grootste 90 van de 3.500 tuinbouwbedrijven in Nederland onder de Europese ETS-regels waardoor zij moesten betalen voor hun uitstoot. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), die toezicht houdt op naleving van de ETS-regels, sprak eerder van een „georganiseerde uittocht”. Volgens Schouten bedoelde de NEa daarmee dat „de sector actief en georganiseerd de mogelijkheden heeft verkend om binnen de grenzen van de wet uit het ETS te treden”.

Het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu nam het initiatief voor twee typen regelgeving waardoor tuinders zich aan het ETS-systeem konden onttrekken. Door bedrijven te splitsen of een deel van de gasketels als reserve aan te merken, werden bedrijven te klein om nog onder de ETS-regeling te vallen. Daarvoor geldt voor de gasketels een grens van 20 megawatt aan vermogen.

Schouten benadrukt woensdag dat de splitsing door de Wet Milieubeheer wordt geregeld en dat de Nederlandse Emissieautoriteit op de naleving van de wettelijke regels toezicht hield. Verder is het volgens Schouten zo geregeld dat misbruik van reserveketels door technische maatregelen „nagenoeg uitgesloten” is.

Het zogeheten ‘CO2-sectorsysteem’, dat tot betalingen voor uitstoot zou moeten leiden, was bedoeld als tegenprestatie van de tuinders voor het lage tarief dat zij moesten betalen aan energiebelasting. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken – bespaarde de sector aanvankelijk 100 miljoen euro. Die informatie was verouderd, stelt Schouten. Het voordeel, zo blijkt uit de Miljoenennota, is in 2019 opgelopen tot 136 miljoen euro.