Opinie

Gevolgen van virus moeten les zijn voor relatie met China

Coronavirus

Commentaar

Een scherpe daling van de wereldwijde aandelenbeurzen, een ongewilde verlengde vakantie voor miljoenen Chinezen en een nog altijd exponentieel oplopend aantal besmettingen en doden. En dat zijn pas de directe zichtbare gevolgen.

Met het Chinese Nieuwjaar achter de rug maakt de wereld zich op om de klap op te vangen die het coronavirus aan het veroorzaken is. De vrees begint post te vatten dat het virus niet alleen medisch, maar ook economisch diepe sporen zal trekken.

De maatregelen die de Chinese overheid nam om het virus in te dammen, hebben direct effect op de nationale economie. Fabrieken blijven gesloten, evenementen worden afgezegd, hele steden zijn afgegrendeld van de buitenwereld. Het resultaat: in grote delen van het land zijn de straten leeg, de winkels, restaurants en bioscopen gesloten en staat de economie stil.

De grote onzekere factor is in hoeverre deze tijdelijke bevriezing van de Chinese economie de rest van de wereld raakt. Twee dingen zijn daarbij van belang. Een: hoe langer het duurt, des te groter de impact zal zijn. Twee: het China van nu is onvergelijkbaar met het China van de vorige grote virusuitbraak, SARS, in 2002.

Toen de wereld werd opgeschrikt door SARS, was China nog een land dat voornamelijk goedkope producten maakte voor de rest van de wereld. Denk plastic speelgoed, kleding en sneakers. Het land was kort daarvoor toegetreden tot de Wereldhandelsorganisatie en stond pas aan het begin van wat een indrukwekkende economische opmars zou worden.

Nu, zeventien jaar later, is China het productiehuis van de wereld geworden, op talloze terreinen. Nog steeds komen er tonnen aan goedkope kleding, sportschoenen en speelgoed vandaan, maar inmiddels is het aandeel componenten voor transport, machines en consumentenelektronica veel groter dan dat. Productieketens van bedrijven als Apple, Intel en Samsung draaien op Chinese onderdelen. Apples hofleverancier voor iPhones Foxconn houdt zijn fabrieken nog zeker een week gesloten. Waar China in 2002 goed was voor nog geen 5 procent van de mondiale economie, is dat in 2020 gestegen tot boven de 15.

Het China van nu is ook een wereldconsument van belang geworden. Dat betreft de import van grondstoffen nodig voor de productie, zoals olie, lithium, staal. Maar in toenemende mate ook import van consumentenproducten als auto’s en luxegoederen voor de groeiende middenklasse. En vergeet het toerisme niet.

De toegenomen verwevenheid van de wereld met China maakt de uitbraak van het coronavirus tot een leermoment. Sinds 2000 heeft de wereld economisch geprofiteerd van de opmars van het land, dat het met Westerse normen als democratie, goede arbeidsomstandigheden en ondernemen met oog voor de planeet niet zo nauw nam. De extreem lage prijzen voor goederen uit China worden daar deels betaald met uitbuiting, uitputting van hulpbronnen en een dictatuur waar burgers nauwelijks vrijheden kennen.

Inmiddels geldt dat als China niest, de wereld verkouden wordt. De vraag die nu beantwoord moet worden is of de prijs die de wereld voor die afhankelijkheid betaalt niet te hoog is.

Corona maakt duidelijk dat de Chinese economie geen perpetuum mobile is dat draait op een oneindige voorraad aan goedkope arbeidskrachten en de wereldeconomie in gang trekt. Het is slechts een ‘gewone’ machine die krakend tot stilstand komt als de toevoer van de belangrijkste bron, arbeid, stokt. Daar dient de rest van de wereld rekening mee te houden.