Opinie

Diploma’s

Marcel van Roosmalen

Ja, we waren goed bezig, mijn broer en ik. We draaiden nu ook muziek bij de onttakeling van het ouderlijk huis, Alex Roeka vonden we wel passend. We bereikten ‘de werkkast’, een ruimte onder de trap, waar mijn moeder een ongelooflijke hoeveelheid schoonmaakmiddelen, vazen en bierglazen bleek te hebben verzameld.

Mijn Playmobil, groen uitgeslagen.

Een luik, daaronder een geldkist.

We wrikten het ding open.

Vergeeld papier in een plastic hoesje, de hoop was even op een vergeten pakket aandelen, maar het waren de judodiploma’s van mijn vader.

Alles ondertekend door ‘de instructeur’ van Jagyba Velp, toen nog een judoschool.

Na een hevige aanval van spit op vakantie in Zwitserland besloten mijn ouders dat mijn vader aan sport moest gaan doen. Een teamsport was uitgesloten, hij ging voortaan op de woensdagen naar judo. Dat weet ik nog zo goed omdat we dan spinazie aten, mijn moeder hakte daar dan een handvol gekookte eieren door.

En altijd met vissticks.

Volgens mijn vader maakte het bij judo niets uit hoe groot of hoe zwaar je was. Ze smeten hem weliswaar wekelijks over de mat, maar in principe zou het ook andersom kunnen. Op den duur.

Hij leerde vooral hoe hij het beste kon vallen.

Later vertelde hij vaak hoe hem dat ooit het leven redde.

Ik was daarbij.

Bij de wedstrijd Vitesse-Cambuur, nog in de eerste divisie, viel het publiek op de oude staantribune van Stadion Nieuw-Monnikenhuize na een doelpunt van boven naar beneden. Wij stonden onderaan, dus dan kon je ook pech hebben.

Daar lag hij dan, met een gat in zijn hoofd bij het hek.

De EHBO, of wat daarvoor doorging, was er snel bij, uiteindelijk kwam een ambulance.

De rest van de aanwezigen scandeerde alvast de naam van de begraafplaats: ‘Moscowa, Moscowa’, terwijl ze mijn vader naar binnen schoven.

Ik moest maar achter de ambulance aan fietsen.

Toen ik bij het ziekenhuis aankwam, was hij al gehecht.

In de jaren daarna werd het verhaal steeds mooier, de nederlaag werd langzaam een overwinning. Het was mij niet opgevallen maar tijdens zijn val had mijn vader volgens eigen zeggen een paar onbewuste koprollen gemaakt, die hij tot in den treure had geoefend als ze hem in dat zaaltje bij Jagyba van links naar rechts smeten.

„Houden of weggooien?”, vroeg mijn broer.

Ja houden dan toch maar, het waren achteraf bezien de belangrijkste diploma’s van zijn leven. Dat vond hijzelf waarschijnlijk ook al wel, ze zaten niet voor niets in een geldkist.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.