Boekensteun voor de rouwende jongvolwassene

Rouwen Jongvolwassenen zien van leeftijdsgenoten vooral geluk langskomen. Rouwen om een overledene is voor hen moeilijk. Daarover zijn nu twee boeken verschenen.

De foto’s bij dit artikel zijn van Hellen van Meene (1972). De vlinders op de foto staan volgens Van Meene voor transformatie.
De foto’s bij dit artikel zijn van Hellen van Meene (1972). De vlinders op de foto staan volgens Van Meene voor transformatie. Foto Hellen van Meene

Journalist Lisanne van Sadelhoff (30) had een haast obsessieve drang naar perfectie. Ze moest een fantastische carrière hebben, de wereld zien, een leuke relatie hebben. Ze moest alles uit het leven halen, en was daar zelf voor verantwoordelijk. Hoe diep dat gevoel zat, blijkt uit haar boek Je bent jong en je rouwt wat. Toen ze 25 jaar was, kreeg ze te horen dat haar moeder nog maar kort te leven had. Ze zocht op internet naar het woord ‘voorrouw’. Kon ze niet alvast over de aanstaande dood van haar moeder heenkomen? Dan had ze er later misschien minder last van.

Nadat haar moeder was gestorven, wat ook al niet was gegaan zoals in de film, met mooie laatste woorden en liefdevolle blikken, werd het verdriet met de dag groter. Ze merkte ineens dat het niet meer stopte, het huilen, schrijft ze in haar deze week verschenen boek. Ze sliep slecht, had geen energie en voelde zich waardeloos. Een paniekaanval achter het stuur was het laatste zetje dat ze nodig had om professionele hulp te zoeken.

Een jaar nadat ze de rouwtherapie had afgerond, besloot ze een boek te schrijven over hoe moeilijk het is om op jonge leeftijd een ouder te verliezen. Het is geen handleiding, schrijft ze, maar haar persoonlijke verhaal, om te laten zien hoe een rouwproces kan verlopen. De clichés waarmee mensen haar probeerden te troosten, vormen de titels van de hoofdstukken: Van ‘Je moeder heeft er wel alles uitgehaald’ tot ‘De pijn wordt ooit minder’.

Veel mensen denken ten onrechte dat de tijd veel heelt, zegt Van Sadelhoff aan de telefoon. „Mensen vroegen me al na een paar weken, wel heel lief en oprecht hoor, of het al een beetje ging, en of ik de dood van mijn moeder al een plekje had gegeven.” Ze merkte dat leeftijdsgenoten haar verdriet niet altijd echt begrepen, hoe ze hun best ook deden. Logisch, vindt ze. „Dit verdriet past niet bij mijn generatie. Het gros verliest de ouders als zij oud zijn. En dan kan je erover praten met collega’s of vrienden, die geen woorden nodig hebben om je te begrijpen.”

Praten over koetjes en kalfjes

Naast het gebrek aan leeftijdsgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt, maakt ook de tijd waarin we leven het extra zwaar voor jonge mensen om een ouder te verliezen, denkt ze. „Op sociale media venten we ons geluk heel erg uit. Ik werd geconfronteerd met de mooie en fijne dingen die mensen meemaakten, zoals een wereldreis of carrièrestap. En ik zat maar in dat verdriet, dat werd uitvergroot omdat het contrast zo groot was.” Ze had de indruk dat er weinig ruimte was voor haar gevoelens. „Op mijn werk werd tijdens de lunch over koetjes en kalfjes gepraat, terwijl ik met zoiets groots in mijn hoofd zat. Rouw hoort hier niet, dacht ik toen.”

Het idee dat we het niet te veel over de dood moeten hebben, is precies wat Ameline Ansu (32) wil veranderen. Ze studeerde net als Van Sadelhoff journalistiek, en schreef ook een boek over rouwen als je jong bent, dat sinds deze week in de winkels ligt. Van harte gecondoleerd heet het, een titel met een knipoog, vertelt ze aan de telefoon, omdat we wel wat luchtiger mogen doen over de dood. Mensen vinden het makkelijker om naar een ex te vragen als die relatie al een jaar voorbij is, zegt ze, dan naar een overleden moeder.

De foto’s bij dit artikel zijn van Hellen van Meene (1972). Het meisje op de foto is haar oudste dochter. Ze ligt tussen bloemen van rouwboeketten. „Ik wilde de bloemen graag een nieuwe betekenis geven”, schrijft Van Meene over de foto. Foto Hellen van Meene

Ze was zelf 23 toen haar moeder stierf aan hartfalen nadat ze was behandeld voor lymfklierkanker. Vier jaar later overleed haar vader, die in Sierra Leone woonde, plotseling in zijn slaap. Het was precies tijdens de ebola-uitbraak. Ze vloog ernaartoe voor de begrafenis, die vanwege de epidemie in veel opzichten abnormaal was. Zo moest ze na elke aanraking bij de condoleance haar handen desinfecteren. Maar het viel haar op dat de volwassenen op de begrafenis wel heel normaal over de dood praatten, zegt ze. „Het was voor hen gewoon onderdeel van het leven”.

Het afgelopen jaar heeft zij ook veel over de dood gepraat. Voor haar boek interviewde ze twintig mensen tussen de 16 en 35 jaar, in de hoop dat hun ervaringen troost kunnen bieden aan andere jonge mensen die een ouder hebben verloren.

Een heel leven voor je

En zij hebben allemaal een uniek verhaal. De een krijgt na de zelfdoding van zijn vader van zijn omgeving te horen dat het wel heel egocentrisch van hem was, een ander wordt geconfronteerd met het feit dat hij misschien dezelfde erfelijke ziekte heeft als zijn vader. Maar allemaal moeten ze de aanmoediging, bevestiging en bescherming van hun verloren ouder missen. Zoals Lisa, wier ouders omkwamen bij de crash van MH17. „Mensen zeggen: je moet door en hebt nog een heel leven voor je. Juist het feit dat ik nog een heel leven voor me heb, beangstigt mij. Ja, denk ik dan, ik heb nog een heel leven voor mij, zonder mijn ouders, waarin van alles kan gebeuren.” Dan is het fijn als lotgenoten elkaar kunnen bijstaan. Van harte gecondoleerd staat vol tips. Fleur, die ook haar moeder verloor aan kanker, raadt bijvoorbeeld aan om een blog aan te maken als je ouder ziek is, zodat je niet elke dag dezelfde telefoongesprekken hoeft te voeren om iedereen op de hoogte te houden. Er is ook een hoofdstuk gewijd aan partners en vrienden, die worden aangespoord om de sterfdatum met een jaarlijkse reminder in de agenda te zeggen, en een berichtje te sturen als het weer zover is. Ansu: „Ik heb vaak gehoord dat nabestaanden het lastig vinden dat na twee of drie jaar niemand meer aan de sterfdag denkt of een berichtje stuurt. Het voelt alsof je dan niet meer mag missen.”

Lees ook het interview met kinder- en jeugdpsychiater Odette de Theije: ‘Rouw is de achterkant van liefde’

En intens missen is wat er gebeurt, in het bijzonder bij belangrijke gebeurtenissen als huwelijken en bevallingen. Lisanne van Sadelhoff deed haar best om haar moeder toch te betrekken bij deze nog te bereiken mijlpalen. Ze had een Lijst Met Dingen Die Ik Nog Wil Weten opgesteld, met vragen die haar moeder moest beantwoorden voor ze overleed. ‘Werd je makkelijk zwanger?’, staat erop. ‘Wat nou als ik een huilbaby krijg?’, ‘Hoe heeft ze haar trouwjurk uitgezocht?’ en ‘Wat voor jurk zou mij het best staan?’ Haar moeder stierf voordat Van Sadelhoff de antwoorden op alle vragen had gekregen. De lijst is niet af, net zoals het rouwproces nooit af zal zijn. Je kunt er niet op een gegeven moment een strik omdoen, zegt Ansu in Van harte gecondoleerd. Van Sadelhoff heeft dat inmiddels ook begrepen, blijkt uit het slothoofdstuk van haar boek: „Ik hoefde het verdriet om mijn moeder niet langer op te lossen, zoals ik liefdesverdriet altijd had willen oplossen, zoals ik mijn carrière altijd had willen regelen, zoals ik altijd mijn hele leven had willen regisseren. Ik neem mijn verdriet mee, onder mijn arm, welke vorm het ook in de toekomst zal aannemen. Ik zal altijd om mijn moeder blijven rouwen. Zolang ik rouw heb ik lief.”

Je bent jong en je rouwt wat, Lisanne van Sadelhoff, Das Mag, 22,99 euro
Van harte gecondoleerd, Ameline Ansu, Unieboek | Het Spectrum, 17,99 euro