Opinie

Seksisme kan ook functioneel zijn

Peter de Bruijn Peter de Bruijn was bij de lezing van regisseur en filmdocent Nina Menkes. Die maakt school met haar analyse van de ‘male gaze’: de man in de film kijkt, de vrouw wordt bekeken. Die theorie bestaat al langer, maar Menkes’ analyse is de moeite waard.

Peter de Bruijn

De fameuze openingsscène van Le Mépris van Jean-Luc Godard voldoet aan vrijwel alle kenmerken van wat tegenwoordig de ‘male gaze’ heet : het oog van de camera beweegt traag langs het lichaam van Brigitte Bardot, die poedelnaakt op bed ligt, terwijl ze vist naar complimentjes van haar man Michel Piccoli.

De scène kwam voorbij tijdens een feministische filmles op het Rotterdams filmfestival. Regisseur Nina Menkes hield daar vorige week haar lezing ‘Sex & Power in Visual Language’. Menkes maakt school met haar analyse van het verborgen seksisme in klassiekers, die tot de canon behoren van films die worden onderwezen op filmopleidingen. Eerder hield ze haar verhaal op de filmfestivals van Cannes en Sundance. De zaal in het Rotterdamse Hilton zat dan ook vol.

Wie kijkt en wie wordt bekeken? Daar draait alles om in de feministische filmtheorie. In veel gevallen is de man degene die kijkt; de vrouw wordt bekeken. Dat is geen wereldschokkend nieuws, want de theorie van de ‘male gaze’ gaat al een jaar of veertig mee. Maar Menkes’ analyse is toch de moeite waard omdat ze die theorie vervolgens heel helder en concreet weet te maken aan de hand van beroemde films.

In al dan niet erotisch geladen scènes worden vrouwen volgens haar vaak afgebeeld in ‘fragmented pieces’: de kijker krijgt een been, een borst of een bil te zien, maar zelden de hele vrouw. Komt een vrouw in een seksuele getinte scène in beeld, dan grijpen filmmakers graag naar slowmotion; mannen krijgen volgens Menkes alleen slowmotion als ze dreigen te sneuvelen op het slagveld. De belichting van mannelijke personages is meestal hard en realistisch; vrouwen komen in beeld in een ‘fantasie-belichting’, alsof ze afkomstig zijn uit een heel andere wereld dan de mannelijke personages.

Lees ook: De revolutie in Hollywood begint bij hoe wij kijken

Menkes hoeft vervolgens niet veel moeite te doen om aan te tonen dat nogal wat scènes uit klassieke films zoals The Lady From Shanghai van Orson Welles aan vrijwel al die stijlkenmerken voldoen. Rita Hayworth komt in de film van Welles voornamelijk in zacht strijklicht in beeld; zelfs het geluid is in sommige van haar scènes ‘soft focus’; vaak is haar lichaam inderdaad slechts voor een deel te zien.

Verrassender is misschien dat Menkes laat zien dat ook vrouwelijke regisseurs gemakkelijk in dezelfde beeldtaal kunnen vervallen. In Lost in Translation introduceert Sofia Coppola haar vrouwelijke hoofdpersonage, gespeeld door Scarlett Johansson, met een shot van haar achterwerk in een doorschijnende onderbroek. De mannelijke hoofdpersoon, vertolkt door Bill Murray, wordt geïntroduceerd met een close-up van zijn gezicht, terwijl hij achterin een taxi zit.

Niet al Menkes’ voorbeelden zijn zo overtuigend. Raging Bull van Martin Scorsese komt ook niet langs haar feministische meetlat. Maar de vraag is wel of Scorsese een zo overtuigende film over bokser Jake LaMotta had kunnen maken, die zich afspeelt in een rauw milieu, zonder een ‘seksistische’ beeldstrategie. Seksisme kan ook functioneel zijn voor het verhaal van de film.

Peter de Bruijn is filmrecensent.