Recensie

Recensie Muziek

Rasperige soul uit Australië van The Teskey Brothers

Retromuziek Van ingetogen naar rauw brengen The Teskey Brothers hun emotionele soul en bluesrock in Paradiso. Alsof je even in hun thuisstudio staat.

The Teskey Brothers: op zoek naar de retroklank van zuidelijke soul.
The Teskey Brothers: op zoek naar de retroklank van zuidelijke soul. Foto Al Parkinson

Josh Teskey laat zich aan het einde van ‘I Get Up’ achterover vallen op zijn rug. Met dichtgeknepen ogen, de microfoon laag voor zijn buik, had hij zojuist het soulliedje uit hun begintijd, over hoe het bepaald niet mee viel om rond te komen, op zijn knieën gezongen. Kon die rasperige soulstem dieper gaan? Vast niet. Het gejuich in Paradiso zwelt aan. Teskey wuift theatraal: stop toch.

Zou je de Australische gebroeders Teskey, zanger-slaggitarist Josh en leadgitarist Sam uit een klein mijndorp nabij Melbourne, een paar jaar terug gezegd hebben dat ze uitgerekend in Nederland festivals en zalen zouden plat spelen met hun vintage soul en bluesrock, hadden ze je waarschijnlijk ongelovig aangekeken. Maar al vanaf het zelf uitgebrachte album Half Mile Harvest (2017) trekt de directe emotionaliteit van The Teskey Brothers aan.

Witte incarnatie van Otis

In hun thuisstudio vol analoge apparatuur hebben de broers plus dorpsgenoten, bassist Brendon en drummer Liam, gesleuteld aan een zo authentiek mogelijke retrosound: diepgevoelde southern Stax-soul van ergens begin jaren zestig. Muziek van een behaaglijke nostalgie, aangezwengeld door de stem van Josh die schuurt als ware hij een witte incarnatie van Otis Redding.

Met het goed onthaalde Run Home Slow (najaar 2019) in de achterzak is de sfeer op de eerste van drie zeer snel uitverkochte Nederlandse shows ontspannen. The Teskeys, aangevuld met twee (helaas wat matige) blazers en een Hammondorgel brengen een organisch, in energie oplopende show. Een vriendelijk wiegend begin: ‘Let Me Let You Down’, soulhuiler ‘Rain’ en een naar New Orleans afdwalende ‘Sunshine Baby’ met banjo en slepende blazers.

Als het fraai wuivende hitje ‘So Caught Up’ is geweest schieten ze meer uit hun slof. Verrassend rauw: de Donny Hathaway-versie van ‘Jealous Guy’. ‘Honeymoon’: stevig verankerd in bluesrock. Gul en hard wordt ‘Paint My Heart’ een breed uitgesponnen hoogtepunt met gierende gitaren en onstuimig orgelwerk. Zo moet het in het Australische oefenhok hebben geklonken.