Tristan Versluis (rechtsvoor) op de set van ‘1917’, waar hij verantwoordelijk was voor de tientallen lijken en protheses. „Van de dode soldaten en de verscheurde ledematen in de loopgraven tot de dode paarden en honden in het niemandsland.”

Foto François Duhamel / Universal Pictures and DreamWorks Pictures

Interview

Kun je een Oscar krijgen voor afgerukte ledematen?

Oscarnominaties De Nederlandse Tristan Versluis en Arjen Tuiten zijn beide genomineerd voor de Oscar haar en make-up; de één voor de lijken van ‘1917’, de ander met Angelina Jolie.

De Nederlandse trots bij de Oscars moet dit jaar worden gezocht in een andere categorie dan beste internationale film. Maar liefst twee landgenoten maken zondag 9 februari kans op het beeldje in de categorie ‘best hairstyling and make-up’. Dertigers Arjen Tuiten (Maleficent II) en Tristan Versluis (1917) zijn allebei autodidacten die het door hard werken tot de hoogste regionen van Hollywood schopten.

Beide mannen laten er geen misverstand over bestaan: de kans dat zij zondag met een beeldje naar huis gaan, is klein. De strijd om de Oscar voor beste make-up is dit jaar een ‘poule des doods’, met als grootste kanshebbers Kazu Hiro (die de acteurs in Bombshell overtuigend transformeerde tot de hoofdrolspelers van het #metoo-schandaal bij tv-zender Fox) en de teams achter bejubelde drama’s als Joker en Judy.

Maar een nominatie is ook een grote eer, bevestigen Arjen Tuiten en Tristan Versluis volmondig. „Ik ben hier heel blij mee”, zegt Tuiten (39) vanuit Los Angeles, waar hij inmiddels al twaalf jaar woont en werkt. Drie jaar geleden opende de Fries zijn eigen studio, R-E-N, een knipoog naar zijn voor Amerikanen onuitsprekelijke naam. „Ik heb hier nooit echt te klagen gehad over werk”, vertelt Tuiten. „Maar je merkt wel dat een nominatie bijdraagt aan je naamsbekendheid; de grimeur is doorgaans niet de naam die mensen van een aftiteling onthouden.” De Nederlander was twee jaar geleden ook in de race voor de belangrijkste filmprijs ter wereld; toen maakte hij kans voor zijn werk aan het Julia Roberts-drama Wonder, over een mismaakt jongetje.

Lees ook een interview met Arjen Tuiten over ‘Wonder’

Al op jonge leeftijd raakte Tuiten gefascineerd door boetseren en kleien. „Mijn moeder zette mij op mijn negende voor de televisie om naar een special over make-upeffecten in Hollywood te kijken, ze dacht dat dat mij wel aansprak. Het was alsof alle puzzelstukjes op hun plek vielen.” Vanaf dat moment zette Tuiten alles op alles om zijn droom te realiseren. Hij maakte in zijn kamertje in Joure de bloederige wonden van de Terminator na, en het masker van de verbrande moordenaar Freddy Krueger uit de Nightmare on Elmstreet-reeks.

Tuiten belandde op een privéschool voor make-upwerk in Amsterdam en kwam in contact met de inmiddels overleden pruikenartiest Sjoerd Didden, die hem introduceerde op de set van hitserie Baantjer. Daarna zocht hij contact met zijn grote Amerikaanse voorbeeld Dick Smith, die onder meer de make-up voor The Godfather en Amadeus verzorgde. De tiener legde al zijn geld opzij om bij Smith in New York een cursus te gaan volgen; Smith was degene die Tuiten een paar jaar later naar Hollywood haalde.

In de VS was het de eerste jaren sappelen; Tuiten sliep onder meer in de studio van Stan Winston, die hem na een workshop een baantje aanbood. De man achter de special effects van Terminator, Jurassic Park en Aliens sponsorde zelfs het permante werkvisum van de Nederlander. Sindsdien werkte Tuiten aan megaproducties als Iron Man 2 en Maleficent; op de set van die laatste film raakte hij bevriend met hoofdrolspeelster Angelina Jolie, die hij elke dag tot heks mocht transformeren.

Liefde voor latex

Ook Tristan Versluis (37) vond op eigen kracht zijn weg naar Hollywood, nadat hij als jongetje geobsedeerd was geraakt door latex, klei en rubber. Door het beroep van zijn vader, die als chemicus voor een suikerfabriek werkte, bracht Versluis zijn jeugd deels door in Zuid-Afrika en Azië. Zijn grootvader in Delft bracht hem een onvoorwaardelijke liefde voor film bij.

Net als Tuiten verslond ook autodidact Versluis vervolgens alle informatie die hij over het vak grimeur kon vinden, van documentaires over de effecten die waren gebruikt in Jurassic Park tot boeken over het werk van Tom Savini (die de make-up van veel horrorfilms deed, zoals van Friday the 13th). Uiteindelijk volgde Versluis een opleiding aan de filmschool in Sheffield; de eerste bioscoopfilms waar hij voor werd gevraagd waren de actiekomedie Hot Fuzz van Edgar Wright en Sweeney Todd van Tim Burton. Later werkte hij mee aan blockbusters als The Revenant en The Dark Knight Rises.

Het maken van protheses voor films werd langzaam maar zeker zijn specialisatie. Zo kwam hij in contact met regisseur Sam Mendes, die Versluis vroeg voor het team dat verantwoordelijk was voor de tientallen lijken en protheses in zijn oorlogsepos 1917. „Van de dode soldaten en de afgerukte ledematen in de loopgraven tot de dode paarden en honden in het niemandsland.”

De Nederlander, die tegenwoordig in Spanje woont, bivakkeerde een half jaar in Londen om met zijn collega’s de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog te reconstrueren. „Zeker bij een film als deze, die is gebaseerd op waargebeurde verhalen, wil je de mensen om wie het gaat recht doen. We hebben heel veel foto’s bekeken van de slagvelden en we zijn geholpen door een historicus die is gespecialiseerd in die periode.” Voor Versluis is het de eerste Oscarnominatie, maar ook hij vermoedt dat hij niet in de prijzen zal vallen. „Het zou geweldig zijn, maar de concurrentie is ijzersterk. En het voelt eerlijk gezegd ook al als een hoogtepunt dat ik bij de vijf beste ter wereld genoemd word.”