Necrologie

George Steiner: erudiete, arrogante cultuurcriticus

George Steiner (1929-2020) De Frans-Amerikaanse filosoof George Steiner, die op 90-jarige leeftijd overleed, was een provocerende en wendbare denker, vol liefde voor de Europese cultuur. Van de Amerikaanse cultuur moest hij weinig hebben.

George Steiner tijdens een bijeenkomst op de Sorbonne in Parijs in 2006
George Steiner tijdens een bijeenkomst op de Sorbonne in Parijs in 2006 BERTRAND GUAY

„Hoe durft u Mozart te vergelijken met James Bond!” Zwaar verontwaardigd was cultuurfilosoof George Steiner toen ik hem, twintig jaar geleden, interviewde voor De Groene Amsterdammer en voorzichtig de vraag stelde waarom ‘the godfather of funk’ James Brown voor de Amerikaanse cultuur niet minstens even belangrijk zou kunnen zijn als Mozart en Michelangelo voor de Europese cultuur. Steiner, die ‘Bond’ verstond in plaats van ‘Brown’, verslikte zich in een slok thee en wees mij richting de uitgang. Nadat ik toch de kans kreeg om te verduidelijken dat ik het had over ‘een zanger’ en niet over ‘een acteur’, was mijn vergelijking desalniettemin waardeloos in zijn ogen. „Well, I don’t know that mister Brown”, zei Steiner. „En waar jij het over hebt komt uit Amerika, we hadden het over Europa.”

Toch draaide de stemming gedurende het gesprek snel weer om. Zo vertelde Steiner geanimeerd over zijn tijd aan de universiteit van Chicago waar hij als ‘bevoorrecht joods mandarijntje’ zijn slaapkamer deelde met Alfie, een ex-paratroeper die hem introduceerde „in de wereld van jazz, poker en vrouwen”.

Ook wist hij met overtuiging te beredeneren dat Beethoven en Bach de natuur van de mens hebben veranderd. Hij betwijfelde ook ten zeerste dat er ooit nog muziek zou worden gecomponeerd met een overeenkomstige fenomenale uitwerking op de mens.

Datzelfde gold, aldus Steiner, voor de filosofie, de literatuur en de beeldende kunst. De Frans-Amerikaanse filosoof overleed maandag op 90-jarige leeftijd in Cambridge, waar hij was verbonden aan het Churchill College. In theorie, zo meende hij, zou het nog altijd mogelijk kunnen zijn dat er een nieuwe Hamlet werd gepubliceerd. Maar sinds de Amerikaanse cultuur het Westen domineerde, had hij daar nog maar weinig fiducie in. „Ik bewonder Philip Roth en Saul Bellow enorm”, zei hij in het interview. „Maar beiden zijn geen Dostojevski.”

Liefde voor Europese cultuur

Erudiet, arrogant en provocerend, dat was Steiner, en hij schuwde de confrontatie dan ook zelden. Als kind van een joods-Tsjechisch-Oostenrijks gezin, geboren in 1929 in Neuilly-sur-Seine, groeide hij op met de stem van Hitler op de radio. Nadat het gezin vanuit Frankrijk in 1940 was gevlucht naar de VS, vervolgde Steiner aan het Franse lyceum in Manhattan zijn middelbareschoolopleiding. Opgroeiend in een niet-religieus vrijdenkend milieu – zijn vader las hem op jonge leeftijd al voor uit Homerus – ging hij daarna studeren aan de universiteiten van Chicago, Harvard en Oxford.

Lees ook Arnold Heumakers’ recensie van George Steiners boek ‘Grammatica van de schepping’

Zijn studie vergelijkende literatuurwetenschap vertaalde zich al snel in een grote liefde voor het Europese cultuurgoed waarin hij vervolgens jarenlang les gaf – vaak in vier talen – aan de universiteiten in Genève en Oxford. Daarnaast schreef hij voor The Economist, The New Yorker en The Guardian en publiceerde hij meer dan vijfentwintig boeken – voornamelijk essaybundels, literatuurkritieken en korte verhalen. Ook schreef hij Het transport van Adolf H. naar San Cristobal (1981), een omstreden roman waarin Hitler aan het eind van de Tweede Wereldoorlog niet sterft in een bunker maar onderduikt in het Amazonegebied.

In 1989 werd hij in Nederland bekend door het VPRO-programma Nauwgezet en wanhopig, een vierluik van programmamaker Wim Kayzer waarin hij samen met György Konrád, Jorge Semprun en Gabriel García Márquez het leven in de 20ste eeuw besprak. Ook sprak hij geregeld op Nexus-conferenties waar hij, met andere intellectuelen, de stand van de wereld onder de loep nam. Tijdens zijn bezoek in 2000 hield hij tijdens zo’n bijeenkomst een kritisch betoog over de afbrokkelende Europese cultuur.

Maakt Mozart luisteren ons menselijker?

Daar toonde de filosoof de veelzijdigheid van zijn denken door niet slechts zijn bezorgdheid te uiten over het verlies van de cultuur in het moderne Europa. Er was volgens hem meer aan de hand: misschien was er helemaal geen juiste manier om traditie en cultuur door te geven. „Zijn de humanitaire wetenschappen wel zo humaan?”, vroeg hij zich af. „Treurnis over Cordelia [de jonggestorven dochter van Shakespeares King Lear] het wegdrijven op de klanken van het adagio van Mahler smoort de hulpkreet in de straten.”

Naarmate we gevoeliger worden voor kunst of metafysica, zullen we minder acuut reageren op menselijke behoeften of politieke wreedheden, meende Steiner. Het is dus maar de vraag of het lezen van Proust en Kafka, en het luisteren naar Mozart, ons menselijker kan maken. Kan de oppervlakkigheid van onze tijd wel gered worden door grote werken en grote denkers?

Dat juist Steiner, als groot liefhebber van de klassieken, deze vragen opwierp, bewijst wel dat hij, ondanks zijn arrogantie en misschien wel dankzij zijn eruditie, als geen ander had geleerd zichzelf en het denken te relativeren. Daarmee kan hij dan ook terecht worden bestempeld als „een van de laatste echte hommes des lettres”.