Energiereuzen maken minder winst, tóch keren ze meer dividend uit

Oliemaatschappijen Shell, Chevron, ExxonMobil en BP zien winst en beurskoersen dalen. Beleggers maken zich steeds meer zorgen om het klimaat.

Aan de dividendbetalingen van de grootste oliemaatschappijen van de wereld ligt het niet. Shell betaalt over het afgelopen jaar zo’n 15,7 miljard dollar (14,2 miljard euro) aan zijn aandeelhouders, op de voet gevolgd door het Amerikaanse ExxonMobil (14 miljard). Het Britse BP keert zo’n 7 miljard dollar uit, het Amerikaanse Chevron 9 miljard.

Geen van de oliereuzen betaalden het afgelopen jaar minder dividend dan vorig jaar. Sterker nog, alleen Shell hield zijn dividend constant, terwijl de andere de uitkering juist verhoogden.

Toch zagen alle vier de oliebedrijven de resultaten dalen. Vooral in de laatste drie maanden van 2019 stonden die onder druk. Shell zag de winst in het vierde kwartaal halveren, terwijl Chevron een verlies van 6,6 miljard dollar rapporteerde. Heel 2019 was nog wel winstgevend, maar de dividendbetaling komt nu driemaal hoger uit dan de jaarwinst.

Naast dividend uitkeren doen drie van de vier olieconcerns nog iets wat aandeelhouders fijn vinden: het terugkopen van aandelen, waardoor de winst per aandeel stijgt. Chevron kocht voor 4 miljard dollar aan eigen aandelen in, Shell voor 10 miljard. Voor het eind van dit jaar wil het concern voor 25 miljard hebben teruggekocht, maar het is de vraag of het concern die eigen deadline haalt. „We voltooien de aankoop als de omstandigheden dat toestaan”, zei bestuursvoorzitter Ben van Beurden vorige week.

Uit de winstcijfers wordt duidelijk dat die omstandigheden momenteel allerminst gunstig zijn. De prijzen voor olie(producten) en gas zijn laag en dat is niet anders voor veel chemische producten. Aan die marktomstandigheden valt niet zoveel te doen. „Je rolt je mouwen op”, zei bestuursvoorzitter Mike Wirth van Chevron, „en besteedt aandacht aan alle kleine dingen”.

Volgens zijn evenknie bij ExxonMobil, Darren Woods, zijn de prijzen in sommige delen van de markt in tien jaar niet zo laag geweest. Toch blijft het grootste olieconcern volop investeren omdat het gelooft dat de vraag naar olieproducten niet minder wordt. Hij sprak van een short-term impact door de lage winstmarges. Die lage marges worden onder meer veroorzaakt door de grote productie van Amerikaans schaliegas en -olie. De vraag loopt met name in Azië terug.

De lage prijzen zorgen niet alleen voor minder winst, maar ook voor afschrijvingen op bezittingen die minder waard worden of met verlies worden verkocht. Shell kondigde in het vierde kwartaal een afboeking van 2,2 miljard dollar aan en eerder kwamen Chevron en BP met afboekingen, waarbij schaliegas de belangrijkste aanleiding was.

Een snelle opleving wordt niet verwacht. BP verklaarde dinsdag dat de uitbraak van het corona-virus grote gevolgen voor de oliemarkten zal hebben. Het Britse concern schat in dat een verdere verspreiding van het virus 40 procent van de verwachte groei naar olie gaat kosten. Dus geen 1,2 miljoen vaten per dag extra maar wellicht ‘slechts’ 700.000.

Problemen genoeg op korte termijn en wat valt er op de langere termijn te verwachten? Ondanks alle douceurtjes voor de aandeelhouders – dividend, aankoop van eigen aandelen – laten de aandelenkoersen van de olieconcerns al langere tijd een dalende trend zien.

Zorgen over klimaat

Onder beleggers spelen de zorgen om het klimaat een groeiende rol. Pensioenfonds ABP maakte deze week bekend de CO2-uitstoot in zijn portefeuille in 2025 met 40 procent (vergeleken met 2015) te willen terugbrengen. En BlackRock – met bijna 7.500 miljard dollar de grootste vermogensbeheerder, liet vorige maand nog weten dat klimaat een belangrijkere rol gaat spelen bij zijn beleid. Groene investeerders zijn al lang geen buitenbeentjes meer.

Bij beleggers spelen ook financiële argumenten een rol: bij stringenter klimaatbeleid dreigt een deel van de bezittingen van oliebedrijven waarde te verliezen. De Financial Times rekende dinsdag nog eens voor hoe groot de impact later deze eeuw kan zijn, op basis van cijfers van het VN-klimaatpanel IPCC. Als de temperatuurstijging daadwerkelijk tot twee graden wordt beperkt – zoals in Parijs afgesproken – dan kan 59 procent van de beschikbare fossiele voorraden niet meer worden opgestookt. Bij anderhalve graad is dat zelfs 84 procent.

Lees ook dit verhaal over de mogelijkheden van waterstof: De wereld kan op waterstof rekenen

Het gevolg zou een enorme hoeveelheid stranded assets zijn en daar slapen beleggers slecht van. Voor olieconcerns zijn deze cijfers niet nieuw. Investeren in duurzame energie is de oplossing, maar dat gaat in de praktijk niet zo snel. Ook niet bij Shell. De noodzaak van transformatie blijft, zei Van Beurden, „maar we kunnen niet sneller veranderen dan onze klanten willen”. Mogelijk gaan beleggers voor meer vaart zorgen.