Opinie

Wat heeft de Bijbel ons nog te bieden?

Lotfi El Hamidi

De Bijbel, het meest verkochte boek ter wereld, heeft voor het eerst een eigen maand. Een groep van confessionele uitgeverijen en bladen heeft de Maand van de Bijbel (24 januari tot 14 februari) in het leven geroepen ‘om aandacht te genereren voor dit Boek der Boeken’, valt op de site te lezen. Je zou denken dat het overbodig is voor een wereldwijde bestseller, maar in een land waar voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de inwoners zich niet-religieus noemt is dat wellicht niet meer vanzelfsprekend.

Een sprookjesboek, wordt het weleens denigrerend genoemd. Of, met wat meer respect, „gewoon volksverhalen, die pas later van een vroom tintje zijn voorzien”, aldus Guus Kuijer, auteur van de reeks De Bijbel voor ongelovigen, waarin hij bijbelverhalen op eigenzinnige wijze navertelt.

Of je erin gelooft of niet, kennis van de Bijbel is nuttige kennis. Nog altijd is onze taal doordesemd van bijbelse spreekwoorden en uitdrukkingen, zoals Friederike de Raat dat mooi in haar boek Muggenzifters en Zondebokken laat zien – al zal de ontkerstening ook daar onvermijdelijk verandering in brengen.

Zelf kwam ik in aanraking met de Bijbel door, jawel, de Koran, waar fragmentarisch naar bijbelverhalen wordt verwezen, alsof voorkennis wordt verondersteld. Mozes en Abraham zijn in de Koran de meest voorkomende namen, wat toch bewijst dat de islam en de joods-christelijke traditie niet los van elkaar gezien kunnen worden, hoe graag ook sommigen een rigide onderscheid blijven aanbrengen.

De Bijbel leerde mij de islamitische geschriften beter begrijpen, maar werd onbedoeld ook een uitstekende voorbereiding voor het lezen van wereldliteratuur. Je kunt een meesterwerk als Paradise Lost van John Milton immers moeilijk lezen zonder kennis van het bijbelboek Genesis.

„De Bijbel is er ook voor de dichters, voor de dromers, voor de mensen die van kunst houden”, zei huidig Theoloog des Vaderlands Samuel Lee in een interview met de Volkskrant. Niet (enkel) een boek van dogma’s en morele dwingelandij, maar „een oosters boek vol mystiek en mysterie. Eeuwen geleden geschreven en niet in onze post-moderne tijd. Als je op die manier de Bijbel leest, wordt het boeiend, haast poëtisch.”

Tegelijkertijd, zo vervolgt Lee, kun je de Bijbel ook als een soort handboek voor antropologen gebruiken. Zoals Arnon Grunberg dat deed in zijn E. du Perronlezing in 2017, met de titel ‘Ook Job was gekke Henkie niet’, waarin hij een vergelijking maakte tussen Job en de huidige boze burger, en hun verhouding met respectievelijk God en de overheid.

Deze samenleving wordt minder gelovig, maar de Bijbel heeft ook voor ongelovigen nog altijd genoeg te bieden.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.