Vrees voor escalatie na Turks-Syrische gevechten

Strijd in Idlib Turkse en Syrische militairen beschieten elkaar, vluchtelingen in het nauw.

Bombardementen van het Syrische leger op het dorp Al-Nayrab, veertien kilometer ten zuidoosten van Idlib.
Bombardementen van het Syrische leger op het dorp Al-Nayrab, veertien kilometer ten zuidoosten van Idlib. Foto Haj Kadour / AFP

In de Noord-Syrische provincie Idlib dreigt een escalatie na gevechten tussen Turkse en Syrische troepen. Zes Turkse militairen werden zondagnacht gedood bij artilleriebeschietingen van het Syrische regime op een konvooi dat op weg was naar een Turkse observatiepost in Idlib. Troepen van het regime rukken al sinds januari op in Idlib, vanuit het zuiden als het westen, met steun van de Russische luchtmacht.

Het incident kan leiden tot een direct conflict tussen het regime en Turkije, dat de Syrische oppositie steunt. Turkije lanceerde maandag vergeldingsaanvallen op tientallen doelen, waarbij naar eigen zeggen 35 strijders van het regime omkwamen. Ook heeft Ankara versterkingen naar Idlib gestuurd om een verdere opmars van het regime te stuiten.

De escalatie zet ook de relatie met Rusland op scherp. President Erdogan verklaarde maandag dat de vergeldingsaanvallen doorgaan en waarschuwde dat Rusland aan de zijlijn moet blijven staan. „U bent niet onze gesprekspartner hier, het regime is dat wel. Blokkeer onze pogingen om te reageren niet.”

Turkije heeft twaalf observatieposten in Idlib. Die zijn onderdeel van het deëscalatieproces tussen het regime, een deel van de rebellen, Turkije, Rusland en Iran, dat in 2017 begon. Inmiddels zijn vier van die posten omsingeld door het regime. Turkije zegt dat de coördinaten van alle Turkse posities in Idlib bekend zijn bij de Syriërs en de Russen.

Volgens de VN zijn intussen zo’n 700.000 mensen op de vlucht voor de verhevigde gevechten in Idlib, de laatste provincie die deels in handen is van de gewapende oppositie. Het zijn veelal mensen die eerder naar Idlib waren gevlucht voor gevechten elders in Syrië.

Maar Erdogan houdt de grens angstvallig dicht. Opnieuw grote aantallen vluchtelingen toelaten in Turkije zou politieke zelfmoord zijn: de Turken herbergen al 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen. Langs de grens tussen Idlib en de Turkse provincie Hatay is een muur gebouwd. Via bergen en rivieren worden er nog wel Syriërs de Turkse grens over gesmokkeld. Maar zij proberen meteen met bootjes de Griekse eilanden te bereiken.

De ontheemden in Idlib zitten dus klem tussen de gesloten Turkse grens en de oprukkende Syrische troepen. Om aandacht te vragen voor hun hachelijke situatie hielden enkele honderden van hen zondag een betoging bij de grensovergang naar het Turkse stadje Reyhanli. Hoewel de opkomst tegenviel, was de boodschap niet mis te verstaan: ‘Van Idlib naar Berlijn’.

„Wij hebben geen andere keuze meer”, zegt Mohammad Alkasem (29), een journalist, voorafgaand aan de betoging aan de telefoon vanuit Idlib-stad. „Het is sterven onder de bommen van het regeringsleger en Rusland of vertrekken.”

Er staan geweldige verkeersopstoppingen in de richting van de Turkse grens, die de vluchtelingen hopen over te steken. Maar veel Syriërs vertrouwen Turkije niet meer, vandaar de Berlijn-slogan. „In het kader van de deal met Rusland moest Turkije de veiligheid van de burgers in Idlib garanderen”, zegt Alkasem. „Maar Turkije heeft zich niet aan zijn belofte gehouden.”

Een vader met zijn kinderen, omgekomen door de bombardementen. Foto Aaref Watad / AFP

‘Situatie is slecht’

Alkasem werkt voor de door Raed Fares opgerichte radio- en tv-zender Fresh. Fares werd eind 2018 vermoord door extremisten uit het oppositiekamp. Alkasem komt uit Kafranbel, dat in 2019 al verwoest werd en door zijn bevolking verlaten.

Lees ook: Snap het nou eindelijk eens, de regio vángt alles al op

„De situatie is heel slecht,” zegt Alkasem. „Het zuiden van de provincie Idlib is geheel ontvolkt; iedereen is naar Idlib-stad vertrokken of verder, naar Turkije. In het noorden van de provincie wordt elke vierkante meter bezet door nieuwkomers die een plek zoeken tussen de vluchtelingen die daar al eerder waren.”

Het lukte Turkije niet Hayat Tahrir al-Sham, de opvolger van Al-Qaida in Syrië, te ontwapenen, zoals het Rusland in 2017 had beloofd. De extremisten hebben sindsdien hun invloed in Idlib slechts uitgebreid.

Idlib is het sluitstuk van een jarenlange strategie van president Assad en zijn bondgenoten. Gebieden die in handen waren van de gewapende oppositie werden net zolang belegerd, uitgehongerd en gebombardeerd tot de rebellen akkoord gingen met een veilige aftocht naar Idlib.

Die provincie werd zo een afvoerputje van gewapende extremisten, maar ook de laatste toevlucht voor burgers die vrezen gearresteerd te worden als Assads troepen Idlib innemen. Vandaar dat een van de slogans zondag óók was: „Er is geen Idlib meer na Idlib”.