Recensie

Recensie Theater

Uitgebuit Congo in breugeliaanse opera ‘Der Schmied von Gent’

Opera Opera Ballet Vlaanderen pakt deze maand uit met een kleurrijke spektakelproductie van Franz Schrekers ‘Der Schmied von Gent’. De Berlijnse regisseur Ersan Mondtag ziet parallellen met het koloniale verleden van België.

Scène uit de opera ‘Der Schmied von Gent’
Scène uit de opera ‘Der Schmied von Gent’ Annemie Augustijns

Wie zondag de Antwerpse Opera binnenstapte, waande zich even in Gent. Op de bühne de bonkige torens van het Gravensteen, met wat middeleeuwse huisjes ertegen. De steenkolos bleek hier rond zijn as te kunnen draaien, waarna je recht in de tronie van een reusachtig hellegebroed keek.

Het hallucinante decor is deze maand slechts een van de visuele traktaties bij Opera Ballet Vlaanderen. Het gezelschap pakt uit met een spektakelproductie van Franz Schrekers Der Schmied von Gent. Ook de kostuums (denk: Anton Pieck op LSD, plus een legertje vuurrode duivels) zijn om door een ringetje te halen.

Afijn, Franz Schreker (1878-1934). In de jaren 1910 gold de Joodse Oostenrijker als de golden boy van de Duitstalige opera. Met onder meer Der ferne Klang en Die Gezeichneten stak hij Strauss naar de kroon. Broeierige chromatiek. Bedwelmende orkestraties. Een ondertoon van erotiek en smeulende driften – met de groeten van Sigmund Freud.

Hoe anders is de klankwereld van Der Schmied, Schrekers laatste opera uit 1932. Met een virtuoos gecomponeerde lappendeken van neoclassicisme, drinkliederen, volksmuziek en een vleug Berlijns cabaret, hoor je een fin-de-sièclegeest naarstig aansluiting zoeken bij het interbellum. Tevergeefs: de première werd verstoord door de nazi’s, waarna de opera nog maar zelden werd uitgevoerd.

En dat terwijl Der Schmied ‘ein Oper für Jedermann’ had moeten worden. De stof voor zijn ‘grosse Zauberoper’ vond Schreker bij de Vlaamse schrijver Charles de Coster. In diens verhaal Smetse Smee sluit een vlegelige smid een pact met de Afrikaanse liefdesgodin Astarte (lees: de duivel), waarna hij zeven jaar in weelde baadt.

Het moet gezegd: onder alle breugeliaanse heisa wringt er van alles in Der Schmied von Gent. Een Afrikaanse als duivelin. Een welgestelde Europeaan die zijn rijkdommen uit het ‘Zwarte Rijk’ betrekt. Geen zuivere koffie.

De Berlijnse regisseur Ersan Mondtag (1987) ziet parallellen met het koloniale verleden van België en doorspekt de voorstelling met indringende beelden: een ‘zwart volk’ (hier wit geschminkt) dat knielt voor de vaandels en machinegeweren van Smee’s smids-imperium. Filmprojecties van een uitgebuit Congo, inclusief premier Lumumba’s vlammende aanklacht tijdens de onafhankelijkheidsverklaring van 1960.

Bij zo veel engagement steekt de overwegend witte cast van de productie schrilletjes af. Toegegeven, de rol van Astarte wordt vertolkt door de geweldige Zuid-Afrikaanse sopraan Vuvu Mpofu. Hemelbewaarder Petrus krijgt een krachtige invulling door de Afro-Amerikaanse bas Justin Hopkins. Niettemin zijn de verhoudingen bij een totaal van ruim zeventig zangers (koor incluis) wat uit balans.

Muzikale toverbal

Niet dat er op de vocale kwaliteiten iets af te dingen valt. De Britse bariton Leigh Melrose tekent voor een heerlijke schelmerige Smee. De Estse Kai Rüütel (Smee’s vrouw) lijkt met haar romige mezzo voor Schreker in de wieg gelegd. Tenor Daniel Arnaldos werkt op de lachspieren als het verwijfde hulpje Flipke.

Speciale vermelding verdient het Koor Opera Ballet Vlaanderen dat staat als een huis in de vele wervelende koorscènes. Dirigent Alejo Perez wrijft het orkest op tot muzikale toverbal: geuzenliederen, exotische sfeerschildering, een schonkige volksdans, fonkelende klanknevels voor de verleidelijke Astarte. Het gaat allemaal van een leien dakje.