‘Poppendoctor’ die uitwisseling Taiwan en Europa stimuleert

Cultuurprijs Robin Ruizendaal is directeur van een Taiwanees poppentheatermuseum. Maandag ontving hij een Frans-Taiwanese prijs voor zijn inspanningen voor de culturele uitwisseling tussen Taiwan en Europa.

Robin Ruizendaal met een handpop van een Chinese leeuw: ‘Ik geloof in de god van het theater.’
Robin Ruizendaal met een handpop van een Chinese leeuw: ‘Ik geloof in de god van het theater.’ Foto Garrie van Pinxteren

Uit een van de stellingkasten van het Taiyuan Aziatisch Poppentheatermuseum in hartje Taipei haalt Robin Ruizendaal een handpop van een Chinese leeuw tevoorschijn. Hij steekt zijn hand in de pop, brengt hem iets boven zijn hoofd en kijkt de leeuw in de ogen. Dan lijkt zijn geest over te springen op de handpop. „Ik geloof in de god van het theater”, zegt de 57-jarige Nederlander die in 1993 naar Taiwan kwam. „Ik heb hem ook bij mij thuis op het huisaltaar staan.”

Maandag kreeg hij een Frans-Taiwanese prijs van 25.000 euro voor de manier waarop hij de culturele uitwisseling en het onderlinge begrip tussen Taiwan en Europa heeft gestimuleerd. „Daar ben ik zeker wel trots op. De prijs valt onder de Académie Française, de Taiwanese minister van Cultuur komt er speciaal voor over naar Parijs.”

Ruizendaal, blauwe ogen, vlassig ringbaardje en een open overhemd, leest en schrijft vloeiend Chinees. Hij schrijft en regisseert moderne poppentheaterstukken, hij schildert en hij heeft een kinderboek geschreven over de tijd dat de Nederlanders de dienst uitmaakten in Taiwan toen dat nog Formosa heette. En hij is wat hij grappend een poppendoctor noemt: hij promoveerde in Leiden op het marionettentheater van Quanzhou, een kleinere stad in de Zuid-Chinese provincie Fujian.

Dekmantel

Hij kiest ervoor om niet in communistisch China, maar op het de facto onafhankelijke eiland Taiwan te wonen. In eerste instantie lijkt dat gek, want je zou denken dat het uitgestrekte China toch veel meer aan cultuur te bieden heeft dan het kleine Taiwan. „In China moet je altijd op je woorden passen”, licht hij toe. „Alles gaat volgens de lijn van de Communistische Partij. Maar hier op Taiwan kan ik alles doen en zeggen wat ik wil. Ik voel me hier veel meer thuis als Nederlander die in vrijheid is opgegroeid.”

Erg positief over de moderne cultuur in communistisch China is hij sowieso niet. Hij pakt een boekje met een rood plastic kaftje uit een kast van het museum. Het museum is overvol met meer dan tienduizend poppen, muziekinstrumenten, kleine theaterkasten en decorstukken. „Kijk, dit lijkt een deeltje van de verzamelde werken van Mao Zedong, maar dat is het niet”, zegt hij over het boekje. Hij wijst de magische formules en tekeningen van amuletten aan die in het boekje staan.

Het kaftje is handig gebruikt als dekmantel om een tekst over de rituelen van het traditionele poppentheater te verhullen. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976), een periode waarin alles wat traditioneel was werd verworpen en vernietigd, was het bezit van zo’n tekst namelijk een doodzonde.

Culturele vernietiging

„Van de ruim duizend tempels die Beijing vroeger telde, zijn er nu nog vijf over”, zegt Ruizendaal om de schaal van de culturele vernietiging in China te illustreren. „In China is de cultuur al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw op enorme schaal beïnvloed door social engineering. Bestaande sociale patronen zijn bewust kapotgemaakt, mensen zijn uit hun sociale omgeving in een totaal andere omgeving geplaatst. Het normale sociale leven rondom religie, verering van voorouders en goden bestaat er niet meer”, zegt Ruizendaal. „Maar ik ben geïnteresseerd in Chinese cultuur, niet in social engineering.”

In de jaren tachtig van de vorige eeuw is wel geprobeerd om delen van de traditie in de volksrepubliek nieuw leven in te blazen, maar echt gelukt is dat niet. „Het poppentheater wordt er nu in zalen van duizend man gespeeld. Daar is het niet voor bedoeld”, zegt Ruizendaal. „Alle groepen spelen zo langzamerhand ook precies dezelfde stukken.” En dat niet alleen. „Het wordt ook steeds meer glitter en glamour, de Chinese cultuur wordt steeds Disney-achtiger.”

Juist het gebrek aan een sterke, levende culturele traditie voedt volgens Ruizendaal het extreme patriottisme dat het moderne China de laatste tijd zo kenmerkt. „Hoe meer je je cultuur verliest, des te extremer komt het patriottisme op. Want verder ben je alles kwijt”, zegt hij. Chinezen spelen volgens hem nu kunstmatig en geforceerd chineesje. „Dat hysterische Chinees doen komt juist voort uit een enorm gebrek aan zelfvertrouwen.”

Internationale uitstraling

Geen wonder dus dat Ruizendaal op Taiwan zit, en niet in de Volksrepubliek China. Hij heeft er ook veel kansen gekregen. Hij begon met onderzoek naar hoe mensen uit verschillende landen door een museum lopen. „Japanners volgen bijvoorbeeld netjes de pijltjes, maar Taiwanezen niet. Die lopen direct naar het meest in het oog springende object van de tentoonstelling.” Met die kennis moet je een tentoonstelling dus anders inrichten voor Taiwanezen dan voor Japanners.

Hij mocht zijn kennis inzetten bij het inrichten van tentoonstellingen in een papiermuseum. Later werd hij gevraagd om leiding te geven aan een nieuw op te richten poppentheatermuseum. Daar werkt hij nu nog steeds voor. „Ze zochten iemand met kennis van zaken, maar ook met talenkennis, met internationale contacten en met een internationale uitstraling”, herinnert hij zich.

Op de vloer van zijn museum, dat momenteel dicht is voor inventarisatie, zijn mensen druk bezig met de voorbereiding van een tentoonstelling met een selectie van de collectie die in maart naar Spanje gaat. Dat is het aspect van het werk waarvoor Ruizendaal nu zijn prijs krijgt: de culturele uitwisseling met Europa.