Reportage

Als de F-16 een sportauto is, dan is de F-35 een suv

Vliegbasis Leeuwarden In de politiek blijven er vragen rijzen over de F-35, de vliegers zijn enthousiast. „Deze vliegtuigen zou ik morgen mee de oorlog in nemen.”

De eerste F-35 landt in oktober 2019 op vliegbasis Leeuwarden.
De eerste F-35 landt in oktober 2019 op vliegbasis Leeuwarden. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Op de glimmend witte vloer in een hangar op vliegbasis Leeuwarden staan twee antracietgrijze F-35’s. De vloer werd aangelegd om via de weerkaatsing van het licht de onderkant van het toestel goed te kunnen inspecteren. „En bijvoorbeeld te kijken of er tijdens een vlucht beschadigingen zijn ontstaan in de verf”, zegt kapitein Myrna, die om privacyredenen niet met haar achternaam in de krant wil. De nauwelijks reflecterende verflaag helpt het stealthtoestel om goeddeels onzichtbaar te blijven op een radarscherm – net als de scherpe hoeken en de conische vormen van de romp.

Lees ook: 'Vliegende laptop' F-35 blijft problemen opleveren

Om de toestellen lopen onderhoudstechnici, die de jachtvliegtuigen klaarmaken voor hun avondvluchten. Van de F-35’s loopt een kabel naar een laptop, waarop de monteurs foutcodes kunnen uitlezen – draadloze verbindingen zijn uit den boze. Er komt een oorverdovend motorgebrul uit een metalen kubus die met een aircoslang is verbonden aan het toestel. „Dat is de koeling”, zegt Myrna. „Bij het opstarten van de F-35 gaat veel elektronica aan. Dat geeft zoveel warmte dat oververhitting dreigt.”

Deze F-35’s zijn de enige twee toestellen die nu op Nederlandse bodem zijn. Bij aankomst in oktober werd de eerste verwelkomd door duizenden belangstellenden en besproeid met blusschuim – in plaats van water. Het bleek een menselijke vergissing, de knoppen voor water en schuim zitten bij de brandweer naast elkaar en iemand drukte de verkeerde knop in. Er werd gevreesd dat de motor van het vliegtuig schade zou hebben opgelopen, maar een extra inspectie liet geen bijzonderheden zien.

De andere acht Nederlandse toestellen staan in de Verenigde Staten, waar vliegers en onderhoudspersoneel worden opgeleid en omgeschoold. Eind maart landt de volgende F-35 in Leeuwarden. Daarna komt er iedere zes weken een nieuwe bij. Intussen worden de laatste F-16’s, waarmee de luchtmacht zo’n veertig jaar vloog, buiten gebruik gesteld en gesloopt.

Het gewicht van 27 ton en de lengte van 15 meter is de toestellen aan te zien. Als de F-16 een sportauto is, dan is de F-35 een suv. „Wie niet heel lang is, loopt er zo onderdoor”, zegt Myrna. Ter illustratie wandelt ze met de verslaggevers naar de buik van het toestel, waar de luiken van de lege bommenruimte zijn opengeklapt.

Lees ook wat defensie-expert Ko Colijn schrijft: Met de F-35 gaat het uitstekend

‘Wandelend reclamebord’

Op de vliegbasis spreken militairen met trots over het jachtvliegtuig, dat in Nederland tot zoveel politiek debat leidde. „Dit toestel bevalt mij heel erg”, zegt squadroncommandant Ian ‘Gladys’ Knight, die het bevel voert over de 185 mensen die nu in en aan de twee F-35’s werken. Knight vloog zelf al zo’n 600 uur in het toestel. „Ik zeg vaak dat ik overkom als een wandelend reclamebord als ik over de F-35 praat. Maar mijn ervaring is nu eenmaal heel goed.”

Uiteraard heeft het toestel „minder favoriete onderdelen”, zegt Knight, „zoals de schietstoel. Die was in de F-16 comfortabeler.” Maar, vervolgt hij: „Deze vliegtuigen, zoals ze hier nu op het beton staan, zou ik morgen mee de oorlog in nemen.” Hij kent de kritiek, bijvoorbeeld dat het toestel de afstand van zeshonderd mijl, aanvankelijk een harde eis, „net niet” haalt. „Voor mij geldt: de F-35 kan nog altijd 150 mijl verder dan de F-16.”

Ook Laurens Jan Vijge is vol lof. Over de sensoren, zoals radar en infraroodcamera’s, waarvan de data door de boordcomputer worden samengevoegd zodat de vlieger voortdurend een 3D-beeld van de omgeving heeft. Over het delen van informatie die het toestel „als een stofzuiger” ophaalt. En over de wendbaarheid. „Als ik dat toestel instap, gaat het letterlijk om mijn leven en dat van mijn collega’s”, zegt de luitenant-kolonel die als eerste Nederlander werd omgeschoold tot F-35-vlieger. Nu is hij verantwoordelijk voor de vliegers en vliegoperaties in Leeuwarden. „Het gaat erom dat wij veilig thuiskomen van een missie. Daar sluit je geen compromissen over.”

Kinderziektes horen erbij

De vliegers kennen de kritiek, over de enorme kostenoverschrijdingen van het project, en de technische tekortkomingen, die met name uit rapporten van Amerikaanse overheidsinstellingen blijken. „Van 2015 tot 2018 heb ik zelf in de VS meegedaan met de testfase”, vertelt Vijge „Een deel van ons werk is vliegen en kijken wat we verbeterd willen zien. Die punten komen terecht in die Amerikaanse rapporten. En die zijn bedoeld om de fabrikant onder druk te zetten om verbeteringen sneller door te voeren.”

Maar in Nederland, zegt Vijge, lijkt „na elk rapport de boel te ontploffen” in de media en de politiek. Zo vertelde een voormalige F-16-vlieger in 2013 na een eerste vlucht dat hij in de F-35 voor zijn gevoel niet alles achter zich kon zien tijdens een luchtgevecht. „Dat verwaterde in een rapport tot ‘zicht naar achteren is beperkt’ en kwam in de media als: een F-35 wordt iedere keer neergeschoten door een F-16”, zegt Vijge. „Dat klopte niet, want we hadden dat niet getest en een F-35 is zó goed dat een F-16 daar nooit ongemerkt achter kan vliegen.”

Dat de F-35 kinderziektes heeft, hoort er volgens Vijge nu eenmaal bij. „Het is een utopie om te denken dat alles wordt opgelost. Met de F-16 werd het lijstje tekortkomingen eerst korter, in de testfase, en toen kwamen er in het gebruik weer nieuwe dingen bij.”

Wat Vijge meer dwarszit, zijn de voorzieningen op de vliegbasis. „Een aantal dingen hebben we nog niet, zoals een base warehouse, een logistiek centrum waar de fabrikant onderdelen kan afleveren. Door bezuinigingen in het verleden en stikstofproblemen moet de eerste steen nog worden gelegd.” Uiteindelijk moeten hier zo’n vijftien vliegtuigen (een squadron) komen, maar: „We kunnen hier nu niet eens tien toestellen neerzetten. Daarvoor zullen we eerst nog een hangar moeten ombouwen.”