Opinie

Maak Eindhoven great again, Trump snapt dat

Menno Tamminga

Voor het Binnenhof is het even wennen. Een Chinastrategie op papier zetten is toch wat anders dan praktische politiek bedrijven. Krijgt chipmachinefabrikant ASML (bijna 12 miljard euro omzet, 25.000 medewerkers) in Veldhoven een vergunning voor de uitvoer van een machine van topkwaliteit naar China? Een machine à 135 miljoen euro. De chips die de machine maakt, kun je gebruiken voor civiele én militaire doelen. Vandaar die vergunning.

Ambtenaren en politici zweten. De Amerikaanse regering voert de druk op Nederland op om die vergunning niet te geven. De Chinese ambassadeur schermde in Het Financieele Dagblad met afkoelende handelsrelaties als de verkoop stokt.

Welkom in het tijdperk van de techno-tweekamp. Oude tijden herleven. In de Koude Oorlog (1945-1991) vochten de VS en de Sovjet-Unie, nucleaire grootmachten, hun ideologische strijd uit op andermans grondgebied. Ze leverden adviseurs, wapensystemen, financiële steun, soms zelfs troepen, maar vielen elkaar niet rechtstreeks aan.

Nu is alles techno: internet, data, robots, digitale aanval en verdediging. Hacks, handelsoorlogen, Huawei-veto’s en exportvergunningen zijn de voortzetting van diplomatie met andere middelen. Dus: hoe moet Nederland reageren?

Lees ook deze column Er zijn meer opties dan struisvogelen bij ASML van Luuk van Middelaar

Eerst even de ironie. Nederland is een vrijhandelskampioen. Een exportkanon. Een economische internationalist. En het is nu ‘strijdtoneel’ van twee economische nationalisten, de VS en China. Dat is misschien ook wel de kern van de Nederlandse onmacht: onbegrip.

China is geen open markt. Wet- en regelgeving in China en de VS belemmeren buitenlandse overnames.

Het presidentiële motto Let’s make America great again appelleert aan die protectionistische grondhouding. Toen ASML in 2000 zijn eerste serieuze Amerikaanse overname deed, moest het concern tot op het hoogste Nederlandse en Europese politieke niveau bondgenoten vinden om een Amerikaans veto te voorkomen. De regering in Washington was bang dat moderne technologie in buitenlandse handen zou vallen. Dat ASML in Nederland is gevestigd en Nederland een NAVO-lid is en dus een bondgenoot, deed er aanvankelijk niet toe.

Kortom: niet alle economische politiek onder president Trump is nieuw. Ze is intenser en luidruchtiger.

De tegenstellingen zijn ook niet zwart-wit. Ja, China en de VS voeren een techno-tweekamp, maar ze zijn óók afhankelijk van elkaar. Economisch: in de productieketens en afzetmarkten. En humanitair: bij het indammen van het Wuhan-coronavirus.

Nederland is geen politieke en militaire grootmacht. Daarom is de ASML-vergunning een makkelijk doelwit voor de VS en China: andermans grondgebied, andermans economie. Van de stoere taal vorig jaar van minister-president Mark Rutte (VVD) en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) om niet naïef te zijn en een Europese vuist te maken, merk je nu weinig. Misschien wel achter de schermen?

Toch is eigenbelang hier de sleutel. Rutte wist twee jaar geleden bij zijn kennismakingsbezoek in het Witte Huis Trump duidelijk te maken dat Nederlandse investeringen bijna een miljoen Amerikanen werk bieden. Nu gaat het om tienduizenden Néderlandse banen bij ASML en toeleveranciers in en om Eindhoven. Om toponderzoek (bijna 2 miljard euro). Om een beursidool (koers in 2019: plus 92 procent). En ASML is ook nog eens goed voor ruim 10.000 Amerikáánse banen, de helft bij het bedrijf, de helft bij leveranciers.

Laat die exportvergunning maar doorkomen. De Amerikaanse president hoeft daar geen begrip voor te hebben, maar hij snapt de logica zeker. Economisch nationalisme.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.