Soms wijst Iowa de winnaar aan – maar de verliezers altijd

Het kleine Iowa mag al bijna een halve eeuw de lange race naar het Witte Huis aftrappen. Maar hoe goed is de landbouwstaat in het aanwijzen van de uiteindelijke winnaar?

Aanhangers juichen de Democraat Bernie Sanders toe bij een bijeenkomst in Sioux City, Iowa
Aanhangers juichen de Democraat Bernie Sanders toe bij een bijeenkomst in Sioux City, Iowa Foto John Locher/AP

Wie zeggen de namen van Tom Harkin, Dick Gephardt, Rick Santorum of Ted Cruz nog iets? In respectievelijk 1988, 1992, 2008 en 2012 wonnen zij in Iowa de eerste Republikeinse of Democratische voorverkiezingen – om de presidentskandidatuur van hun partij later in de race finaal mis te lopen.

Al bijna een halve eeuw mag de dunbevolkte landbouwstaat Iowa (3 miljoen inwoners) de langgerekte race naar het Witte Huis aftrappen. Tegelijkertijd leert het verleden dat de caucuses, zoals de folkloristische stembusgangen hier heten, beperkte voorspellende waarde hebben. Iowa is niet zozeer goed in het kiezen van de (uiteindelijke) winnaar als wel in het aanwijzen van de afvallers.

Sinds 1972 hield Iowa achttien voorverkiezingsrondes: tien Democratische en acht Republikeinse. In iets meer dan de helft van de gevallen won de winnaar in de staat uiteindelijk ook de presidentskandidatuur van zijn partij – en slechts drie van hen eindigden in het Witte Huis.

Wel zat de uiteindelijke presidentskandidaat nagenoeg elk keer al in de top-drie van Iowa. Slechts twee keer wist een kandidaat die er vierde werd, de landelijke nominatie nog te winnen: Bill Clinton ( 1992) en John McCain (2008). Iowa voorspelt, kortom, niet altijd de winnaar goed, maar wel de verliezers.

Eerste schifting na Iowa

Wie hier vannacht op de vijfde plaats of lager eindigt, zal zijn of haar campagne daarom doorgaans binnen enkele dagen of weken staken. Media-aandacht verslapt, donateurs lopen weg, het animo onder vrijwilligers keldert. De Republikeinse voorverkiezingen van 2016, bijvoorbeeld, begonnen met twaalf deelnemers: drie van hen stapten na een beroerde uitslag in Iowa meteen uit de race.

Dit jaar is het vooral bij de Democraten dringen: in Iowa zijn nog elf kandidaten in de race. Zeker de helft van hen zal vannacht door een slecht resultaat grote, zo niet onherstelbare schade oplopen. Later deze februarimaand – waarin ook nog New Hampshire, Nevada en South Carolina voorverkiezingen houden – zal zodoende onvermijdelijk een eerste grove schifting plaatsvinden in het drukke Democratische veld.

En dat terwijl deze eerste vier voorverkiezingsstaten relatief klein in inwonertal zijn en hun electoraat weinig representatief is voor de Amerikaanse bevolking als geheel. Hun door historisch aanspraken bepaalde, vroege plek op de kiesagenda leidt dan ook elke cyclus tot kritiek. Een paar miljoen kiezers oefenen onevenredig veel invloed uit op de politieke koers van een heel land.

Aantrekkende rugwind

Na vannacht zullen veel kandidaten zich de rest van het verkiezingsjaar amper nog in het kleine Iowa vertonen. Maar tot die tijd is het dé plek om zogenoemd ‘momentum’ te claimen, de aantrekkende rugwind die een kandidatuur vroeg vaart kan geven. Zoals Barack Obama, die in 2008 de gedoodverfde favoriet en partijkopstuk Hillary Clinton wist te verslaan in Iowa. Pas na die eerste verrassende zege gingen veel kiezers en media zijn kansen serieus nemen.

Vooral buitenstaanders of underdogs hopen op een ‘doorbraak’ door – tegen de verwachtingen en voorspellingen van peilingen, pers of partij in – toch een goed resultaat te scoren. Verwacht op verkiezingsavond dus meerdere ‘winnaars’.