Necrologie

Huurling in Congo en Hollywood

Michael Hoare (1919-2020) Michael ‘Mad Mike’ Hoare richtte een commando op voor het behoud van Congo.

Michael Hoare, in december 1964
Michael Hoare, in december 1964 Foto Central Press/AFP

Een van de bekendste huursoldaten van het strijdtoneel in de Koude Oorlog is zondag overleden. Michael ‘Mad Mike’ Hoare raakte tegen betaling, maar ook uit overtuiging, betrokken bij meerdere Afrikaanse conflicten in de jaren zestig en zeventig.

„Hij volgde zijn eigen filosofie, dat het leven meer oplevert als het gevaarlijk is. Het is dan ook des te opmerkelijker dat hij de honderd haalde”, aldus zijn zoon Chris Hoare in een verklaring namens zijn familie – in totaal vijf zoons.

Aan risico en omzwervingen inderdaad geen gebrek in Hoares leven. Hij werd in 1919 geboren in Calcutta, zoon van Ierse ouders die in Londen boekhouden ging studeren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij als officier in het Britse leger actief in Birma en India.

Na die oorlog emigreerde hij naar Zuid-Afrika, en in 1961 meldde hij zelf als huurling bij de Congolese politicus Moïse Tshombe, die troepen zocht om een opstand in de provincie Katanga te ondersteunen. Congo was nog maar net onafhankelijk van België geworden, en in een tijd van invloedssferen werd geaasd op zijn politieke alliantie en natuurlijke rijkdommen. De poging tot afscheiding mislukte jammerlijk en Hoare moest de jungle ontvluchten. De episode weerhield hem er niet van om drie jaar later opnieuw zijn diensten aan te bieden, toen voor behoud van Congo: Tshombe, inmiddels premier, schakelde hem in tegen de communistische Simba-rebellen in het oosten van het land.

Hoare was verstokt anticommunist en wilde een bijdrage leveren aan de strijd tegen wat hij zag als een „sluipende en verraderlijke ziekte”. Hij richtte het 5 Commando op en wierf zo’n driehonderd man, veelal witte Zuid-Afrikanen die reageerden op een advertentie.

De huurlingen leverden, bijgestaan door het Congolese leger en Belgische paramilitairen, in anderhalf jaar tijd een bloedige strijd tegen de rebellen. Zoals bij Stanleystad, waar de Simba’s honderden inwoners gijzelden. Over en weer werden ernstige wraakacties uitgevoerd – al hielden zijn mannen het volgens Hoare bij plundering.

De aanwezigheid van de huursoldaten leverde sensationele en verontwaardigde berichtgeving op, waarin zij werden aangeduid als ‘bloedhonden’. Op de Oost-Duitse radio kreeg Hoare de bijnaam ‘Mad Mike’, die hij volgens de BBC tevreden aanhield. Voor zijn mannen bedacht hij de geuzennaam The Wild Geese, naar de Ierse soldaten die meevochten in de buitenlandse veldslagen van de achttiende eeuw.

In 1978 kwam een Hollywood-film met die naam uit, die sterk was geïnspireerd op Hoares inhuurbare leger en waarvoor hij als ‘adviseur’ optrad. De Ier was toen al niet meer betrokken bij het commando.

In 1981 dook hij wel weer op in een internationaal schandaal na een mislukte staatsgreep in de eilandengroep Seychellen. Hoare plande die actie vanuit zijn bungalow in Zuid-Afrika, maar het plan viel in duigen toen een van zijn mannen door de douane van de Seychellen werd betrapt met gedemonteerde automatische geweren. Hij werd in Zuid-Afrika veroordeeld tot twintig jaar, onder meer voor de kaping van een vliegtuig waarmee de rekruten probeerden te ontsnappen. Hij zat uiteindelijk 33 maanden vast.

De ex-soldaat overleed volgens zijn familie in zijn slaap in een zorginstelling in Durban, Zuid-Afrika, waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven woonde.