Hoe God verdween uit Leeuwen

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: het kerkje in Leeuwen blijft gesloten, maar het outletcentrum vlakbij is altijd open.
Illustratie Eliane Gerrits

Mijn jeugd ligt in de verkoop. Tegen bodemprijzen. Ik groeide op in het kerkdorp Leeuwen, onder de rook van Roermond. Op weg naar school fietste ik met mijn vriendinnetje iedere dag langs de kazerne aan de haven, waar de soldaten naar ons zwaaiden. Daar staken we de weg over, een tochtje van hooguit een kwartiertje. We kwamen nauwelijks verkeer tegen.

Nu rijdt op diezelfde weg een voortdurende stroom auto’s, de meeste met een Duits nummerbord, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, zeven dagen in de week. Als mijn moeder, die daar nog altijd woont, naar de stad wil, moet ze omrijden om alle files te vermijden. Wat is er gebeurd?

De haven, zo mooi gelegen aan de Maas, is veranderd in een reusachtig parkeerterrein. De kazerne is gesloopt en vervangen door een megamall, het Designer Outlet Roermond.

In Amerika heeft men al lang geleden ontdekt dat shopping malls en warenhuizen op hun retour zijn, maar dat outletcenters, waar merkkleding rechtstreeks vanuit de fabriek met korting verkocht wordt, de concurrentie met online-shopping aankunnen. Zeker als het gepresenteerd wordt als een vakantiebestemming. In Amerika liggen deze outlets vaak in the middle of nowhere. Handig, tenzij je in nowhere woont. Geen stad in Nederland wou eraan, maar Roermond ontving het centrum met open armen.

Inmiddels is het een van de grootste attracties van Nederland. De provinciestad van nog geen zestigduizend inwoners wordt jaarlijks bezocht door ruim acht miljoen mensen, meer dan de Efteling en het Rijksmuseum bij elkaar. En de verwachting is dat dit zal stijgen tot tien miljoen. Er heerst een permanente noodtoestand. Het verkeer in Roermond is radicaal omgeleid. Nieuwe snelwegen zijn aangelegd. Mensen in gele hesjes dirigeren de automobilisten naar het parkeerterrein. Ook op zondag, waarop tot voor kort in deze bisschopsstad de winkels dicht bleven om de Heer te eren.

Dat alles om een Dolce & Gabbana-trui te bemachtigen. Of een bloes met het bekende Burberry-ruitje. Of een riem met een glimmende dubbele G van Gucci. Alles is er. Adidas-schoenen, Armani-pakken en andere peperdure winkeldochters. De spullen zijn zo gewild dat mensen in cohorten de winkels moeten worden binnengelaten. Onder toeziend oog van de bewaking staan ze geduldig in de rij om hun portemonnee te legen.

Ondertussen telt Leeuwen nog maar duizend inwoners, voornamelijk ouderen, met steeds minder voorzieningen. De meeste bekenden uit mijn jeugd zijn er niet meer. Wanneer ik over het kerkhof wandel, waar mijn vader begraven ligt, sta ik stil bij het graf van Toos die mijn hele jeugd brood en vlaai verkocht in de inmiddels gesloten bakkerij. Of bij Luc, de buurjongen, die tragisch jong verongelukte met zijn brommer. Zelfs het kerkje is gesloten. Van kerkdorp tot outletgat.

Het plaatsje waarin ik niemand ooit een Dolce & Gabbana-trui zie dragen of een Prada-jas, is helemaal niets opgeschoten met het succes van het outletcentrum. Het is alleen maar verder geïsoleerd geraakt. Het ligt letterlijk achter een muur van auto’s.

Hoe God verdween uit Leeuwen. En Gucci kwam.

Reacties naar pdejong@ias.edu