Opinie

Het Tijdperk van de Gewassenen is eindig

Maxim Februari

Altijd op zoek naar de nieuwste ontwikkelingen en de scherpste analyses verdiepte ik me de laatste weken in de wereld van de tutu. De romantische tutu. De pannenkoektutu. Toile. Tule. Een lijfje van coutil in visgraat met steunstof van katoen. Echt, in korte tijd heb ik er gigantisch veel verstand van gekregen.

En de tutu is nog maar het begin. Ik raak ook al behoorlijk thuis in tartan en tweed en dat allemaal omdat iedereen opeens tegen me aankletst over de veranderende sociale normen die samen hangen met mode. Kleding weerspiegelt status, of identiteit, en pretendeert tegelijkertijd uitdrukking te geven aan onze deugden. Haal je neus dus niet op voor gesprekken over ritsen of schoenen, want die gaan in feite over de toekomst van ons land.

Nou viel me de laatste tijd op dat veel van die gesprekken al snel in de richting gaan van parfum. Geuren bieden toegang tot het onderbewuste, en in de moderne kapitalistische samenleving worden parfums gebruikt om te verkopen en te verleiden, te disciplineren en te kalmeren. Andersom komen maatschappelijke veranderingen – noties van mannelijkheid en vrouwelijkheid bijvoorbeeld - in het recept van geuren terecht. Al met al ruikt de wereld in ieder tijdperk anders.

En zo, via kleren en geuren, raakte ik deze week geïnteresseerd in het thema van de ongewassenen. The great unwashed. Ook wel: the unwashed masses. De achttiende eeuwse filosoof en politicus Edmund Burke schijnt de term als eerste te hebben gebruikt om er de onderklasse mee aan te duiden, en sindsdien zijn politiek commentatoren ermee aan de haal gegaan. Ongewassenen zijn mensen zonder opleiding en ontwikkeling, zonder geld en mogelijkheden. Volgens Edmund Burke is de Franse Revolutie aan hen te wijten: zonder de ongewassenen was de wereld gewoon zo mooi gebleven als ze was.

Hier aangekomen begon me iets te verbazen. Als ik namelijk aan de geur van vroeger eeuwen denk, dan denk ik niet alleen aan de werkende klasse, maar toch ook en vooral aan de onfrisse kleren van de aristocratie. Over Lodewijk de Veertiende herinner ik me te hebben gelezen dat zijn pruik bewoog als hij hem afzette. Er hadden zich zoveel insecten in de haren genesteld dat het ding soms op eigen kracht een eindje verder liep.

In de achttiende eeuw, de eeuw van Burke, werden de pruiken almaar bonter en de dames en heren smeerden er steeds viezere dingen in. Je had de pruik met een stilleven vol bloemen erin: de pouf au sentiment. De pruik met de herdenking van een zeeslag erin: de pouf à la circonstance. En dat alles bepoederd met aardappelmeel, bestreken met pommade en bijenwas, zodat de muizen er gelukzalig onderdak in vonden. Nee, aristocraten zullen niet lekkerder hebben geroken dan de ongewassen klasse. En het is maar goed dat de Revolutie een einde heeft gemaakt aan de pruikentijd.

Helaas bleef de bourgeoisie zich na de Revolutie raar aanstellen met kleren. Nog in 1973 spotte de Nigeriaanse zanger Fela Kuti in zijn hit ‘Gentleman’ met de kleedgewoontes van de Engelsen. Als Afrikaan wist Kuti wat hij moest dragen bij tropische temperaturen; zijn Engelse vrienden wisten dat kennelijk niet.

„Him put him socks, him put him shoe / Him put him pant, him put him singlet / Him put him trouser, him put him shirt / Him put him tie, him put him coat / Him come cover all with him hat / Him be gentleman, him go sweat all over / Him go faint right down, him go smell like shit.”

Tegenwoordig, in onze nieuwe eeuw, bestaan er geen ongewassenen meer. Nu draagt iedereen hetzelfde. Kinderkleren, maar schoon en fris gewassen. Geen status, geen deugden anders dan die van de properheid. De wereld ruikt lekkerder dan in de zestiende of de achttiende eeuw, winkels gebruiken geurmarketing om je meer te laten kopen, er zijn abonnementen op geursystemen, en had Nivea niet een telefoonhoes met een app die je vertelt of je nog wel lekker ruikt?

Alleen is er nu een nieuw probleem voor de mondiale klasse: het water. Op hoeveel graden kun je met goed fatsoen nog wassen? En hoe vaak? De hotels die je aanmanen je handdoeken niet op de grond te gooien, maar ze nogmaals te gebruiken, zullen binnenkort gaan vragen jezelf niet meer te wassen. En als voor de productie van een kilo katoen meer dan 20.000 liter water nodig is, zal het snel gedaan zijn met de schone spijkerbroeken.

Let op mijn woorden: over een paar eeuwen zal een niet al te frisse historicus met misprijzen terugkijken op onze katoenen tijd. Gekleed in gerecyclede achttiende eeuwse pruiken die op een Indiase vuilnisbelt zijn opgevist zal de historicus deze schone periode van ons voorgoed afschrijven als het liederlijke Tijdperk van de Gewassenen.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.