Een uniek innovatiepark, nu nog huurders

S/park Chemiebedrijf Nouryon, gemeente en provincie hebben miljoenen uitgetrokken voor een ‘innovatieve chemiecampus’ in Deventer. Na twee jaar is er één huurder, met twee werknemers.

Chemiecampus S/park aan de IJssel bij Deventer, ooit productielocatie van AkzoNobel.
Chemiecampus S/park aan de IJssel bij Deventer, ooit productielocatie van AkzoNobel.

Hekken met prikkeldraad, bewaking bij de poort en legitimatieplicht. Voor een ‘broedplaats voor open innovatie’ oogt het Deventer chemieterrein S/park nogal gesloten. Met reden: hier werken en experimenteren jonge bedrijven met hoogreactieve stoffen. Althans, zo is de bedoeling van gemeente, provincie en Nouryon, de voormalige chemietak van AkzoNobel die in 2018 is afgesplitst. Vooralsnog heeft alleen het tweekoppige T-Minus, producent van raketbrandstof, zich op het terrein aan de IJssel gevestigd. Dat moet snel veranderen. Anders dreigt vroegtijdige beëindiging van het ambitieuze project en een miljoenenverlies voor de initiatiefnemers. En, zo wordt gevreesd, verdwijnt op termijn de chemie uit Deventer.

Ruim twee jaar werken lokale overheden en Nouryon nu formeel samen om van S/park een succes te maken. Het plan voor de creatie van een innovatief chemisch cluster aan de zuidrand van Deventer ontstond al eerder, in 2016, nadat AkzoNobel had aangekondigd de productie van chemicaliën (organische peroxiden) over te hevelen naar het buitenland. Het vertrek, „pijnlijk, maar juist en noodzakelijk” volgens de Akzo-directie, kostte ruim tweehonderd arbeidsplaatsen. De onderzoeksafdeling, ook op het terrein gevestigd en goed voor ruim driehonderd banen, bleef wel behouden.

Door de sluiting stonden bedrijf en gemeentebestuur voor de vraag wat te doen met negen hectare fabrieksruimte – eigendom van Nouryon – die vacant kwam. Verkoop lag niet voor de hand: wie is geïnteresseerd in een verzameling verlaten laboratoria, opslagruimtes en productiefaciliteiten? Slopen was een mogelijkheid, maar daarmee zou historisch erfgoed verloren gaan. De geschiedenis van de Deventer chemie op deze locatie gaat terug tot eind 19de eeuw, toen een verre voorloper van Nouryon (Noury & Van der Lande) er een meelfabriek begon.

Belangrijker: het terrein aan de IJssel is met zijn uitzonderlijk zware milieuvergunning (categorie 5) een van de weinige locaties in Nederland die geschikt is voor „veeleisende en hoogreactieve chemie”, zoals de initiatiefnemers van S/park het omschrijven. Dat betekent dat er veel is geïnvesteerd in bewaking en veiligheid. Geef je die vergunning op, dan is dat de facto onomkeerbaar, zeggen betrokkenen. Bovendien is de gemeente er veel aan gelegen de hoogwaardige werkgelegenheid te herstellen die met het vertrek van de peroxidenproductie is verdwenen.

En dus besloten Nouryon en de gemeente van de verlaten fabrieken een ‘chemiecampus’ te maken voor start-ups, middelgrote en kleine bedrijven en studenten. Die kunnen gebruikmaken van de uitgebreide faciliteiten, profiteren van elkaar, en van de toegang tot de r&d-activiteiten van Nouryon, was de gedachte. Ook de provincie deed mee, via de Herstructureringsmaatschappij Overijssel (HMO), een publiek fonds dat sinds 2009 bedrijfsterreinen revitaliseert en herontwikkelt.

Met hulp van consultants van Roland Berger kwam er een ronkende businesscase. De verwachting: in 2023 biedt S/park plaats aan 22 bedrijven en „ongeveer 650 fte kennisintensieve medewerkers”. Daarmee zou het chemiecluster gemeten in banen volgens de adviseurs op de derde plek staan in de lijst van Nederlandse innovatieparken, tussen het Limburgse Chemelot (voormalig DSM) en Pivot Park (Oss, voormalig Organon). Tijdens de voorbereiding van de businesscase hadden negen bedrijven zelfs al een intentieverklaring getekend waarin ze „sterke belangstelling” voor een verhuizing naar S/park kenbaar maakten, staat te lezen in het vijftig pagina’s tellende document.

De herontwikkeling betekende wel dat er geïnvesteerd moest worden. Uitgesmeerd over zeven jaar kost het 27 miljoen euro om het terrein te onderhouden en geschikt te maken voor zijn nieuwe bestemming, wezen de berekeningen uit. Die kosten worden gelijk verdeeld over de drie partijen, waarbij de gemeente de grond voor 7,5 miljoen euro kocht van Nouryon en toezegde ruim 1 miljoen euro aan erfpacht niet in rekening te brengen. De investeringen in het vastgoed komen voor rekening van Nouryon en de HMO, gezamenlijk eigenaren van de bv die het project ging bestieren.

Tegenover de kosten staan verwachte huurinkomsten. Verloopt alles volgens plan, dan draait S/park in 2023 break-even en kan het worden verkocht aan een ontwikkelaar. Vallen de resultaten tegen, dan kunnen partijen halverwege besluiten het project te staken, zo is afgesproken. Geschat verlies bij een „no-go”: 4,5 miljoen euro. Hoe het dan verder moet met het terrein is onduidelijk, behalve dat de gemeente het recht heeft de grond voor het aankoopbedrag terug te verkopen aan Nouryon. Het chemiebedrijf heeft „geen plannen” zijn onderzoeksafdeling uit Deventer weg te halen wanneer S/park mislukt, maar geeft geen garanties.

Hobbels en kinderziektes

Het evaluatiemoment nadert. Voor het einde van het jaar moeten Nouryon, provincie en gemeente besluiten of ze de ontwikkeling van S/park doorzetten. Belangrijkste criterium: het aantal gerealiseerde arbeidsplaatsen. Dat is „veel lager dan bij aanvang ingeschat”, schreef verantwoordelijk wethouder Thomas Walder (Economie, D66) in december aan de gemeenteraad. De score tot nu toe: 2 fte bij één bedrijf. Een „magere score”, erkent Walder.

Wat gaat er mis? De start was moeilijk, zegt Walder. De wethouder heeft het in zijn brief onder meer over ‘aanvangsperikelen’, ‘hobbels’ en ‘kinderziektes’. Het heeft nogal wat moeite gekost de samenwerking tussen bedrijf en overheden te „formaliseren”, vertelt hij, vanwege „verschillende culturen” die „aan elkaar moesten wennen”. Discussiepunten: wie is waarvoor precies verantwoordelijk, hoe worden servicekosten doorberekend, heeft het terrein een eigen brandweer nodig – dat soort zaken.

Bovendien leidde de verkoop van Nouryon door AkzoNobel aan de Amerikaanse private-equityfirma Carlyle aanvankelijk af, volgens de wethouder. De gemeente was waakzaam: „Hoe Amerikaanser de eigenaar, hoe spannender wij het vinden”, zegt Walder. Uiteindelijk ging S/park op 1 januari 2018, een jaar later dan gepland, officieel van start.

De komst van Carlyle heeft de opstelling van het chemiebedrijf niet wezenlijk veranderd, stelt Walder, die enthousiast is over de samenwerking. Toch loopt het, ook sinds de ‘kinderziektes’ zijn overwonnen, bepaald niet storm. Walder vermoedt dat gemeente, provincie en Nouryon misschien „te afwachtend” zijn geweest in de benadering van potentiële huurders – opmerkelijk, omdat bij opstelling van de businesscase al met zeventig partijen is gesproken.

Walder vindt het nog te vroeg om „bij de pakken neer te zitten”, maar erkent dat er nóg een verklaring kan zijn voor de achterblijvende resultaten: misschien is er minder vraag naar de chemiecampus dan gedacht en gehoopt. „De kracht van het terrein is ook de zwakte. De mogelijkheden voor chemie zijn onbegrensd, maar daar zijn ook allerlei protocollen, veiligheidsvoorschriften en servicekosten aan verbonden. Als het niet nodig is, zit je liever niet op zo’n zwaar beveiligd park.”

Nouryon en de provincie klinken optimistischer. Zij benadrukken dat de ontwikkeling van zo’n innovatiepark nu eenmaal veel tijd kost en „hick-ups” kent. Kijk naar Chemelot, Pivot Park en Industriepark Kleefse Waard (IPKW) bij Arnhem, zegt directeur Marcel Schreuder Goedheijt van Nouryon: die hadden ook tot wel vijftien jaar nodig om er een succes van te maken. Hij vindt het gekozen evaluatiemoment „relatief vroeg” en noemt de criteria „meer een indicatie” dan harde eisen. De gemeente Deventer lijkt dat anders te interpreteren.

Ook HMO-directeur Han Wiendels vindt het te vroeg voor conclusies. Naar de potentie van S/park is goed gekeken, zegt hij. „Wij gaan pas investeren als er een goed zakelijk verhaal ligt en zicht is op voldoende bedrijvigheid. Ik sta er volle bak kritisch in. Maar dit is de aanloopperiode. Nu beginnen de contouren te ontstaan.”