Opinie

Een onvoldoende voor complotdenken helpt niet

Antisemitisme Geef docenten hulp bij bestrijding van antisemitisme op scholen, schrijft .
Herdenking van kindertransporten vanuit Kamp Vught.
Herdenking van kindertransporten vanuit Kamp Vught. Jerry Lampen/ANP

De verschrikkingen van de Holocaust zijn ons morele ijkpunt geworden: dit nooit weer. Maar deze boodschap vindt niet altijd gehoor bij een nieuwe generatie. Op scholen met een grote populatie moslimleerlingen is vaak sprake van een sterk antisemitisch klimaat in het klaslokaal. Het debat over hoe het onderwijs hiermee omgaat, liep afgelopen week, 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz, hoog op.

Opiniemakers waren onverbiddelijk: Holocaustontkenners, complotdenkers en andere antisemieten in het klaslokaal zouden geen lastige gesprekken voor docenten mogen opleveren. Het antwoord is volgens hen heel simpel: trek een grens door bij de feiten te blijven, een toets af te nemen en bij ongewenst gedrag gegarandeerd een onvoldoende te geven, suggereerde bijvoorbeeld columnist Marcel van Roosmalen op Radio 1. Zolang je als docent maar niet in gesprek gaat, want dan zak je door de knieën en kies je de makkelijke weg.

Als de oplossing zo simpel was, zouden niet zoveel docenten worstelen met onderwijs over de oorlog. Gaan al deze opiniemakers er daadwerkelijk vanuit dat kinderen en jongeren die ervan overtuigd zijn dat de beelden uit vernietigingskampen door Israël zijn gefotoshopt, dergelijke denkbeelden kwijtraken na enkel het krijgen van een onvoldoende en een berisping? Bij antisemitisme moet je altijd een grens trekken. Maar het daarna onbesproken laten mag nooit. Want er klakkeloos van uitgaan dat enkel de verschrikkelijke feiten over de Holocaust genoeg zijn om hardnekkig antisemitisme en complottheorieën de wereld uit te helpen is ronduit naïef.

Lees ook Shoah is geen kwestie van perspectief

Palestijnen

Dat zien wij terug in ons werk waarbij studenten met een Joodse en islamitische achtergrond samen scholen ondersteunen bij het tegengaan van antisemitisme. Daar gaan zij de confrontatie aan met leerlingen die denken dat de aanslagen in Parijs zijn georkestreerd door Israël om de loyaliteit van Frankrijk met de Palestijnen op de proef te stellen. Zij helpen docenten die aan de bel trekken als hun leerlingen zeggen: „Meester, ik heb het in mijn proefwerk wel opgeschreven, maar ik geloof het niet van die zes miljoen joden.”

De verhalen uit het klaslokaal doen mijn maag regelmatig samentrekken. Maar ze zijn juist de reden dat wij ons werk voortzetten. Niet als poging om niet op tenen te trappen of om jongeren die de geschiedenis niet voor waar aannemen te voorzien van een ‘herschreven’ versie die wel bevalt. Wij weten dat verwerpelijke ideeën pas verdwijnen als je verstoorde wereldbeelden ontleedt en weerlegt, als je duidelijk maakt dat een mogelijk negatieve opvatting over Israëlische politiek en frustraties over het Midden-Oostenconflict geen vergoelijking kunnen zijn voor antisemitisme.

Rotsvast wereldbeeld

Deze boodschap horen uit de mond van Joodse en islamitische studenten is belangrijk voor leerlingen die er een andere werkelijkheid op nahouden. Op de scholen waar wij komen hebben deze leerlingen vaak nog nooit bewust een Jood ontmoet, of een moslim die antisemitisme afwijst. Door juist van die studenten lessen te krijgen die zij niet van thuis en sociale media kennen, wankelt hun eerder nog rotsvaste wereldbeeld.

Als we niet bereid zijn de antisemitische opvattingen van jongeren actief te ontkrachten, kan ik nu voorspellen dat we over tien jaar nog steeds hetzelfde probleem kennen. En dat Joden nog steeds niet overal met davidsterketting of keppeltje over straat durven, Joodse instellingen beveiligd moeten worden en opiniemakers nog altijd voer hebben voor columns vol morele verontwaardiging.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.