Opinie

De oorlog in Libië gaat alléén om buitenlandse belangen

In Berlijn beloofden alle betrokken partijen geen wapens meer te leveren aan Libië. Maar het embargo blijft dode letter, constateert Carolien Roelants.

Dwars

Meer dan veertig jaar lang stond Libië gelijk aan Gaddafi, die betrouwbaar was in de zin dat hij zo enorm onbetrouwbaar was. Hij onderdrukte zijn bevolking en had er lol in andermans vijanden te steunen waar hij maar kon. Bijna negen jaar geleden, tijdens de zogenaamde ‘Arabische Lente’, zagen de presidenten van de Verenigde Staten en Frankrijk, Obama en Sarkozy, en de Britse premier Cameron de mogelijkheid op een chique manier van hem af te komen. Op basis van de nieuwe doctrine van de Reponsibility to Protect (nooit meer genocide) gaf de VN-Veiligheidsraad hun, of liever de internationale gemeenschap, toestemming om de Libische bevolking te beschermen tegen de bloedige woede van hun leider. Niet met zoveel woorden om hem ten val te brengen, maar ja dat kwam er zomaar van. In een open brief legden de drie voortrekkers destijds uit dat de wereld zich het aanblijven van Gaddafi niet kon veroorloven. „Dat zou Libië veroordelen tot de status van pariastaat, maar ook tot die van mislukte staat.”

Arme Libiërs. Ik zeg zeker niet dat Gaddafi beter had kunnen aanblijven, met zijn foltergevangenissen. Als hij er nog had gezeten, in die tent van hem, zou hij vast de extremisten van Islamitische Staat hebben gesteund en hordes migranten de Middellandse Zee opgestuurd, zoals hij bij leven ook al deed. Maar die mislukte staat is er toch van gekomen, omdat Obama, Sarkozy en Cameron en hun medestanders zich na Gaddafi’s val zo snel ze konden terugtrokken. Waarmee ze de jonge democratie die ze nogal voorbarig hadden verwelkomd, juist veroordeelden tot een free for all.

De rebellen die toen, najaar 2011, de vrije hand kregen, zijn intussen werktuigen geworden in handen van buitenlandse mogendheden die vandaag koste wat het kost hun belangen najagen. U weet het: Turkije en Qatar, die de door de VN erkende regering in Tripoli overeind houden. En aan de andere kant de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Rusland en Frankrijk die sterke-man-in-spe Khalifa Haftar aan de macht willen krijgen.

Nu circuleert een resolutie in de VN-Veiligheidsraad die een einde wil maken aan de interventies in Libië. Het is een Brits ontwerp, dat allereerst oproept tot de terugtrekking van huurlingen uit Libië: een snel groeiend aantal Russische freelancers aan Haftars kant, en Syrische huurrebellen nota bene die Turkije de laatste tijd heeft aangeleverd om Tripoli overeind te houden. In het algemeen roept de tekst alle lidstaten op „niet tussenbeide te komen in het conflict of maatregelen te nemen die het verergeren”.

Heeft de resolutie een kans? Ik voorspel: net zo min als de conferentie van betrokkenen in Berlijn die op 19 januari al plechtig beloofden het bestaande wapenembargo na te leven. Geen seconde nageleefd. De Franse president Macron haalde vorige week uit naar Turkije dat schepen vol wapens naar de regering in Tripoli blijft sturen. Maar VN-gezant Ghassan Salamé veroordeelde vervolgens de schendingen door álle partijen. Frankrijk levert namelijk wapens aan Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten om te bezorgen bij Tripoli’s tegenstander Haftar.

Het gaat om de Libische olie en om de gasbellen in de Middellandse Zee (alle partijen), om angst voor de Moslimbroederschap (Emiraten, Egypte), om penetratie in Noord-Afrika (Rusland), om voorkeur voor een sterke man (Frankrijk). De Libische burgers? Onbelangrijk. De Responsibility to Protect geldt alleen de buitenlandse belangen.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.