Aantal dwangmaatregelen in ggz steeg lange tijd niet zo snel

GGZ Door de komst van een nieuwe wet werden dwangmaatregelen in de geestelijke gezondheidszorg naar voren gehaald.

GGZ-instelling de Woenselse Poort in Eindhoven. De Woenselse Poort behandelt mensen met meervoudige, complexe en langdurende psychiatrische problemen.
GGZ-instelling de Woenselse Poort in Eindhoven. De Woenselse Poort behandelt mensen met meervoudige, complexe en langdurende psychiatrische problemen. Foto Lex Van Lieshout / ANP

Ruim 30.500 keer is in 2019 een psychiatrische dwangmaatregel opgelegd, 11 procent vaker dan in 2018. Niet eerder de laatste tien jaar steeg dit aantal zo sterk. Dit blijkt uit door NRC verkregen cijfers van de Raad voor de Rechtspraak.

De stijging kan volgens verschillende psychiaters mede verklaard worden door de overgang naar de nieuwe Wet verplichte ggz die sinds 1 januari dit jaar van kracht is en de toepassing van dwangzorg (dwangmedicatie, fixeren, opname) thuis en in een instelling regelt. De nieuwe wet biedt psychiatrische patiënten meer inspraak, waardoor een aanvraag of verlenging van zo’n behandeling weken tot maanden langer duurt. Om te voorkomen dat de werkdruk met de inwerkingtreding van de nieuwe wet te groot zou worden en de verlenging en aanvraag van nieuwe behandelingen zouden mislopen, maakten het Openbaar Ministerie, GGZ Nederland en de rechtspraak afspraken, vastgelegd in de ‘Handreiking Overgangsrecht’.

Zo vroegen meerdere instellingen op de valreep verlenging aan van dwangbehandelingen die pas dit jaar zouden aflopen. Ook duurden in juli en augustus begonnen behandelingen korter dan de gebruikelijke zes maanden, blijkt uit de handreiking. Daardoor kon een eventuele aanvraag voor vervolgbehandeling ruim vóór inwerkingtreding van de nieuwe wet worden ingediend. De „werklast” zal als gevolg van de nieuwe wet toenemen, staat in de overeenkomst.

De meerderheid van de maatregelen betreft dwangmaatregelen zonder spoed: bijna 21.000. Dat zijn er ruim 2.500 meer dan in 2018 en twee keer zoveel als in 2008. Deze dwangmaatregel, een rechterlijke machtiging genoemd, duurt in eerste instantie een half jaar. Binnen twee weken wordt de patiënt opgenomen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld als een patiënt zijn medicijnen inneemt, kan opname worden voorkomen.

Het aantal acute opnames stijgt ook harder, van 8.900 in 2018 tot ruim 9.200 in 2019. Spoedopnames worden met name via huisarts, politie of ggz zelf geregeld, omdat er gevaar is voor de patiënt – suïciderisico – of de omgeving – bijvoorbeeld brandstichting. „Het zijn kleine rampjes”, zegt Niels Mulder, psychiater en hoogleraar openbare geestelijke gezondheidszorg in Rotterdam, „die vaak te voorkomen waren geweest als een hulpverlener er bovenop had gezeten”.

Lees ook de reportage over verwarde huurders: ‘De ene laat een pannetje op het vuur vlam vatten, de ander blaast zijn woning op

Volgens Jacqueline Quak, geneesheer-directeur van het UMC Groningen, hebben ggz-instellingen hun aanvragen vanwege de wetswijziging naar voren gehaald om te voorkomen dat patiënten zonder behandeling komen te zitten die wel noodzakelijk is. Ze is niet bang dat instellingen te scheutig zijn geweest in het aanvragen van rechtelijke machtigingen. De zittingen verlopen zorgvuldig, zegt ze. „Ik heb niet de indruk dat er eind 2019 extra makkelijk of snel machtigingen zijn afgegeven.”

Het aantal dwangopnames stijgt al langer. Volgens deskundigen komt dat onder meer doordat psychiatrische patiënten te snel naar huis worden gestuurd en daar opnieuw in problemen raken. Ook is de zorg voor de groeiende groep thuiswonende psychiatrische patiënten ontoereikend. En de maatschappij is minder tolerant: afwijkend gedrag wordt eerder gemeld.