Winnaar fotoprijs: ‘Ik denk niet te veel aan het plaatje’

Interview Oorlogsfotograaf Eddy van Wessel heeft zaterdag de Zilveren Camera gewonnen. „Ook in oorlogsgebied moet je je kwetsbaar opstellen.”

Zilveren Camera-winnaar Eddy van Wessel
Zilveren Camera-winnaar Eddy van Wessel Foto Ronald Speijer / ANP

Een meisje met verwaaid haar kijkt recht in de lens en zeult een koffer achter zich aan, als voorste van een optocht van mensen in een eindeloze woestijnvlakte. Een man ligt dood tussen het puin: olievaten, ondefinieerbare troep en de resten van een truck, op z’n kop en doorzeefd met kogelgaten. Kinderen, met vuile gezichtjes, stevig ingepakt, zitten tussen stapels bagage. Met onder meer deze beelden won oorlogsfotograaf Eddy van Wessel dit weekend de Zilveren Camera 2019, voor de beste Nederlandse fotojournalistiek van het jaar.

Op de krachtige, bijna filmische beelden zijn IS-aanhangers en hun families te zien. Van Wessel schoot zijn serie afgelopen voorjaar in Baghouz, een stadje op de grens van Syrië en Irak, waar IS-strijders op dat moment het laatste bolwerk van het kalifaat verloren. Van Wessel legde de exodus van bewoners vast.

De uittocht uit het laatste bolwerk van Islamitische Staat: Baghouz, in maart 2019. Foto Eddy van Wessel

Het is de derde keer dat Van Wessel (1965) de prijs ontvangt. Toch kwam de onderscheiding (10.000 euro) onverwacht, zegt hij zaterdagavond na de uitreiking in Hilversum. „Ik verwachtte eigenlijk dat de Zilveren Camera zou gaan naar een verhaal dat Nederland als natie bezighield. Dat was hierbij indirect het geval, met de kwestie van het terughalen van IS-kinderen, maar op het moment dat ik daar was, was het een vergeten verhaal. Dan vind ik het juist mijn taak als fotojournalist om dat vast te leggen: als een onderwerp uit het nieuws verdwenen is, wil dat niet zeggen dat er niets meer gebeurt.”

Voorafgaand aan zijn reis had hij nog geen opdrachtgever – de opdracht van het Duitse tijdschrift Der Spiegel kreeg hij pas toen hij al ter plaatse was: „Ik heb de hele strijd tegen IS gevolgd en daar hoorde voor mij dit slot bij, het fysieke einde van het kalifaat. Ik ben erheen gegaan zonder agenda, zonder tijdsduur, behalve dan de bodem van mijn dollarzakje. Doordat Der Spiegel mijn foto’s op Instagram had gezien en contact opnam, kon ik er een maand blijven.”

Van Wessel fotografeert regelmatig in het Midden-Oosten – de eerdere Zilveren Camera’s ontving hij voor reportages uit de belegerde steden Aleppo en Sinjar, in Syrië en Irak. Hij fotografeert meer de mensen dan de oorlog. „Dit was zeker mijn dertigste keer in de regio. Sinds de val van het Saddam-regime in 2003 ben ik gegrepen door die regio. De intensiteit is enorm: de dunne lijn tussen leven en dood, tussen de hoge verwachtingen die mensen hebben en daarin toch weer teleurgesteld worden.”

Bekijk hier Van Wessels winnende fotoserie ‘Het laatste bolwerk’

Nu wilde u het conflict laten zien uit het perspectief van IS?

„Ik wilde de teloorgang van hun kalifaat vastleggen – voor hun was dat het einde van een droom. Wij in het westen hebben IS altijd als het grote gevaar gezien, maar als je daar bent zie je ook een andere kant – van gezinnen, kinderen. Het gaat er mij dan niet om aan welke kant die mensen staan, maar wat ze daar op dat moment meemaken. Het is niet aan mij om over hen te oordelen, ik ben er om het vast te leggen. Dan kan de geschiedenis vervolgens oordelen.”

Uw foto’s zijn opvallend esthetisch. Hoeveel tijd is er daar om daarover na te denken?

„Die is er niet. Hoogstens kijk ik naar de schaduwen en lichtintensiteit, omdat ik in zwart-wit werk. Maar gevoel is de belangrijkste maatgever. Een foto mag van mij volledig onscherp zijn, maar als er gevoel zit, dan is het een goede foto. Anders wordt het een kopietje van het moment. Juist als je veel aan het plaatje denkt, wordt je foto niet meer dan dat: een afbeelding.”

U wilt als fotograaf gevoel oproepen. Vandaar de sterke esthetiek?

„Bij een foto die alleen registreert en afschrikwekkend is, draaien mensen eerder hun blik weg en slaan dan de bladzijde om. Als je een foto maakt waar mensen naar willen kijken, die intrigeert, heb je tijd om de boodschap te communiceren en komt de inhoud over. De koffer die dat meisje in een van de foto’s meezeult, kun je ook zien als haar emotionele bagage, als alles wat ze heeft meegemaakt. Dan staan de kleinste dingen symbool voor het grotere verhaal. Dat is wat je moet proberen te ontdekken in de chaos die daar heerst.”

U bent vaak in oorlogsgebied geweest. Raakt u gehard?

„Nee, eigenlijk niet. Juist als je gehard wordt zie je het gevoel niet meer en komt dat ook niet in je foto terecht. Je móét je kwetsbaar opstellen. En proberen daar met zo weinig schade uit te komen.”