Verdwijnt het virus als het warmer wordt? En 38 andere vragen over het coronavirus

Vragen en antwoorden Wat is er bekend over het nieuwe coronavirus? Hoe ziek worden mensen ervan? Wat doet Nederland om verspreiding te voorkomen? Wat zijn de maatschappelijke consequenties van de uitbraak van Covid-19? Dit vragenstuk is geactualiseerd op 28 mei.
Ben je op zoek naar meer informatie over het virus?

    39 vragen over Covid-19

    Illustratie Fokke Gerritsma

    Algemene vragen

  1. Hoe ver is het virus nu in Nederland verspreid?

    Het officiële Nederlandse dodental door Covid-19 is donderdag met 32 opgelopen tot 5.903. In totaal zijn nu 11.713 Covid-19-patiënten opgenomen (geweest). Het coronavirus is bij 45.950 Nederlanders vastgesteld. Het werkelijke aantal besmettingen ligt hoger, want lang niet iedereen met verschijnselen van Covid-19 is getest. Volgens de meest actuele cijfers van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) liggen 182 patiënten op de intensive cares.

  2. Waarom maakt men zich meer zorgen over het coronavirus dan over gewone griep?

    In Nederland worden jaarlijks circa 400.000 mensen ziek van de gewone griep. Die griep eist volgens het CBS bij ons jaarlijks gemiddeld zo’n 2.000 levens, met uitschieters naar 9.400 griepdoden in 2017/2018 en nul griepdoden in 2013/2014, toen we nauwelijks een griepseizoen hadden. Daarmee komt het gemiddelde sterftepercentage uit op rond de 0,5 procent. Veruit de meeste griepdoden zijn ouderen van boven de 60 jaar.

    Bij het nieuwe coronavirus dat Covid-19 veroorzaakt ligt het sterftepercentage hoger. Volgens berekeningen zou het sterftepercentage uitkomen op ongeveer 3,14 procent.

    Corona wordt ook gezien als gevaarlijker dan griep omdat het een nieuw virus is: het is pas heel recent voor het eerst naar mensen overgesprongen vanuit dieren. Daardoor hebben mensen er nog geen immuniteit tegen kunnen ontwikkelen. Virologen weten nog maar weinig over hoe gemakkelijk het virus van mens op mens overgaat en wanneer en hoelang een patiënt precies besmettelijk is.

  3. Verdwijnt het virus vanzelf als het warmer wordt?

    De weersomstandigheden hebben invloed op de levensduur en de verspreiding van virussen. Veel virussen verspreiden zich bijvoorbeeld over langere afstanden bij een lage luchtvochtigheid, zoals in de winter binnenshuis als er gestookt wordt. Ook de temperatuur speelt een rol: sommige virussen kunnen korter buiten een lichaam overleven bij een hogere buitentemperatuur, andere juist langer. Blootstelling aan uv-straling, zoals van de zon, doodt virussen.

    Bij welke omstandigheden het nieuwe coronavirus zich minder goed verspreidt is nog niet bekend. Het coronavirus dat in 2002 SARS veroorzaakte, en dat op het nieuwe coronavirus lijkt, gedijt bij lagere temperaturen en lage luchtvochtigheid: het blijft 5 dagen in leven bij temperaturen tussen 22 en 25 graden Celsius en 50% luchtvochtigheid. Bij hoge temperaturen (38 graden Celsius en 95 procent luchtvochtigheid) overleeft het niet.

  4. Hoelang blijft het virus besmettelijk op oppervlakken?

    Er bestaat een kans dat je besmet raakt door aanraking van een besmet oppervlak. Virusdeeltjes kunnen zo’n drie dagen overleven op oppervlakken en mogelijk langer, afhankelijk van het materiaal en de omstandigheden. Twee recente studies hebben dit nader onderzocht.

    • De eerste legde resultaten van 22 eerdere studies naast elkaar (Journal of Hospital Infection, maart 2020). Die studies richtten zich niet specifiek op het nieuwe coronavirus, maar op de al langer bekende virussen SARS, MERS en andere coronavirussen. De eindconclusie was dat deze virussen dagenlang besmettelijk kunnen blijven op oppervlakken, afhankelijk van de temperatuur en de hoeveelheid vloeistof (slijm) waarin ze op het oppervlak waren terechtgekomen. Bij kamertemperatuur kunnen menselijke coronavirussen in een bedje van slijm tot 9 dagen intact blijven. Bij temperaturen boven de 30 graden neemt hun besmettelijkheid snel af. Maar bij 4 graden konden sommige dierlijke coronavirussen wel 28 dagen intact blijven.
    • De tweede studie was een experiment met het nieuwe coronavirus (New England Journal of Medicine, 17 maart 2020). Deze onderzoekers keken hoelang ze nog intacte virusdeeltjes konden aantonen in minuscule druppeltjes die waren geland op oppervlakken van plastic, roestvrij staal, koper en karton. Op plastic en roestvrij staal zakte het aantal virusdeeltjes na 72 uur onder de meetbare grens, op karton rond de 24 uur en op koper rond de 4 uur. Maar, zo waarschuwen de onderzoekers, het is niet bekend hoe groot de kans is dat die niet-meetbare hoeveelheid virusdeeltjes een mens besmet.

    Het RIVM waarschuwt dat dit laatste onderzoek is uitgevoerd onder gecontroleerde omstandigheden, en dat er in de praktijk wellicht minder virusdeeltjes intact blijven. Ook zal de hoeveelheid virus dat via een ziek persoon op een oppervlak terechtkomt, sterk verschillen. Het tweede onderzoek ging bijvoorbeeld uit van minuscule druppeltjes die via de lucht op een oppervlak waren geland – niet van bijvoorbeeld een veeg van neus naar deurkruk.

    ‘De belangrijkste besmettingsroutes blijven overdracht via druppels door niezen/hoesten en via de handen’, meldt het RIVM. ‘Volg daarom de bestaande hygiëneadviezen en maatregelen die voor iedereen gelden.’

  5. Wat is een coronavirus?

    Coronavirussen worden zo genoemd vanwege hun kenmerkende uiterlijk onder de elektronenmicroscoop. Door de regelmatige uitsteeksels op de eiwitmantel die als felwitte puntjes oplichten is het alsof ze een kroontje dragen (corona in het Latijn). Coronavirussen hebben één enkele streng RNA als genetisch materiaal. In de natuur komt een grote variatie aan coronavirussen voor. Ze besmetten vogels en zoogdieren, opvallend vaak vleermuizen.

    Tot nu toe zijn er zes stammen bekend die mensen infecteren. Ze infecteren meestal de hogere luchtwegen en het maagdarmkanaal. Ze veroorzaken meestal milde klachten zoals verkoudheid met hoest, keelpijn en soms koorts. Sommige varianten infecteren ook de lagere luchtwegen en kunnen levensbedreigende luchtweginfecties veroorzaken, zoals in het geval van SARS en MERS, en ook dit nieuwe coronavirus.

    Microscoopopname van het nieuwe coronavirus. Foto NEJM

  6. Hoe heet het nieuwe virus?

    De officiële aanduiding van het nieuwe coronavirus is ‘SARS-CoV-2’. Dat maakte de Coronavirus Study Group dinsdag 11 februari bekend. Het nieuwe coronavirus is nauw verwant aan het virus dat in 2003 de SARS-epidemie veroorzaakte. Dat virus draagt de officiële aanduiding SARS-CoV.

    De longziekte die het nieuwe coronavirus veroorzaakt heet Covid-19, maakte de WHO eveneens op dinsdag 11 februari bekend. De WHO koos er om politieke redenen voor om niet te verwijzen naar een plaatsaanduiding in combinatie met een ziekte omdat dat onbedoeld beschuldigend kan overkomen. Zulke naamgeving zou onnodige en ongewenste gevolgen kunnen hebben voor bijvoorbeeld handel, reisverkeer, toerisme en dierenwelzijn schreef de WHO vijf jaar geleden in een rapport. Het hoofd van de WHO, Tedros Adhanom Ghebreyesus, zei op een persconferentie dat de naam Covid-19 een standaard zette voor nieuwe coranavirusuitbraken.

  7. Waar komt het virus vandaan?

    Het nieuwe coronavirus komt vrijwel zeker uit vleermuizen. Het is waarschijnlijk vanuit die dieren overgesprongen op een ander zoogdier, waarmee het vervolgens naar de Huanan Seafood Market in Wuhan kwam. Daar infecteerde het tientallen verkopers en bezoekers. Op 1 januari werd de markt gesloten.

    Chinese onderzoekers hebben in schubdieren die in beslag waren genomen bij smokkelaars ook coronavirussen gevonden die verwant zijn aan het SARS-CoV-2. Dat publiceerden zij in Nature. Maar daarmee is het bewijs dat het schubdier de tussenschakel was tussen vleermuis en mens nog niet rond. De schubdiervirussen hebben namelijk minder genetische overeenkomst met het menselijke virus dan het eerder geïdentificeerde vleermuisvirus, dus het is onwaarschijnlijk dat deze schubdiervirussen de directe voorouder zijn van het pandemische virus. Schubdieren worden in China gegeten als delicatesse en hun schubben worden gebruikt als ingrediënt in de traditionele Chinese geneeskunde.

    Lees ook: Als ziekten overspringen van dier naar mens

    Als alternatieve verklaring voor de uitbraak van het virus circuleerden geruchten dat het per ongeluk of opzettelijk zou zijn ontsnapt uit het Wuhan Institute of Virology, dat vlakbij de Huanan Seafood market is gevestigd. Maar vooralsnog ontbreekt daarvoor het bewijs. Dat het coronavirus een biologisch wapen zou zijn is zeker een vals gerucht, de genetische code wijst erop dat het een natuurlijk virus is, geen construct.

  8. Illustratie Fokke Gerritsma

    Medische vragen

  9. Hoe weet je of je het virus hebt en hoe ziek word je ervan?

    De gerapporteerde symptomen van Covid-19 variëren per patiënt. De meeste mensen (zeker 8 op de 10 patiënten) hebben milde klachten die één tot vijf dagen duren. Zij worden vanzelf weer beter. Het meest opgetekend zijn verkoudheidsklachten zoals een droge hoest, zere keel en koorts, gevolgd door moeheid en spierpijn: de bovenste luchtwegen zijn geïnfecteerd. Ook hoofdpijn, misselijkheid en diarree komen soms voor. Er zijn ook mensen die besmet zijn, maar geen of nauwelijks klachten ervaren. In de eerste acht dagen van de klachten lijken mensen het meest besmettelijk.

    Sommige mensen (ongeveer 2 op de 10) krijgen ergere klachten: zware longontsteking en benauwdheid. Als er longontsteking ontstaat is dat gemiddeld bijna zes dagen na de eerste symptomen. Dan raken ook de onderste luchtwegen geïnfecteerd door het virus. Bij ongeveer een kwart van hen wordt de toestand kritiek: zij krijgen onder meer ernstige ademhalingsproblemen (acute respiratory distress syndrome, ARDS) en moeten op een intensivecareafdeling behandeld worden. Patiënten liggen ongeveer drie weken aan de beademing, pas in de derde week knappen ze op.


  10. Is er een vaccin tegen het virus?

    Er is op dit moment nog geen vaccin tegen het coronavirus. Experts schatten dat het zeker tot zomer 2021 duurt voor een Covid-19-vaccin klaar is voor gebruik voor grote groepen mensen. Wereldwijd worden meer dan zeventig kandidaatvaccins gemaakt door bedrijven en universiteiten. Vijf daarvan zijn al zo ver dat ze getest worden in kleine groepen mensen: twee van de Amerikaanse bedrijven Moderna en Inovio Pharmaceuticals, een van het Chinese CanSino Biologicals, en twee van het Shenzhen Geno-Immune Medical Institute. Ook de Universiteit van Oxford en het Duitse bedrijf BioNTech starten ermee, en meer volgen naar verwachting snel.

    Er lopen sinds kort ook twee studies bij grote groepen mensen om te testen of een bestaand vaccin, het Bacille Calmette-Guérin vaccin (BCG) tegen ernstige vormen van tuberculose, ook kan helpen tegen Covid-19. Daarvoor is nog geen bewijs, schrijft de WHO op 12 april. In landen waar kinderen met dit vaccin worden ingeënt, lijken minder coronagevallen voor te komen, maar dit is nog niet duidelijk aangetoond. Een studie wordt geleid door de Universiteit van Melbourne in Australië en een andere, onder 1500 zorgmedewerkers, door het Radboudumc in Nijmegen.

    Het tempo van vaccinontwikkeling is flink verhoogd. Normaal duurt het gemiddeld tien jaar voor een vaccin op de markt komt. Er worden zoveel mogelijk ontwikkelstappen afgekort of tegelijkertijd doorlopen. Zo worden bijvoorbeeld bekende vaccins tegen bestaande virussen omgebouwd voor dit virus. Tijdens het ontwikkelen van vaccins valt ruim 90 procent van de kandidaten af.

  11. Hoe dodelijk is het virus?

    De dodelijkheid van het virus is lastig vast te stellen omdat de epidemie nog in haar volle hevigheid gaande is. Het sterftecijfer kan bovendien per tijdstip en plaats veranderen. De dodelijkheid hangt namelijk niet uitsluitend af van de eigenschappen van het virus, maar ook van hoe ernstig zieke patiënten behandeld kunnen worden en hoe goed het beeld van de daadwerkelijke omvang van de epidemie is.

    Het sterftecijfer van Covid-19 was in de beginperiode lager dan bij SARS, een ander type coronavirus dat in 2003 zorgde voor een wereldwijde epidemie (8.096 ziektegevallen en 774 doden, sterftecijfer 9,6 procent). Inmiddels loopt het wereldwijde sterftecijfer van het nieuwe coronavirus al op tot 300.000 en zal het aantal doden nog zeker toenemen. Hoe het zich verder zal ontwikkelen is nog onzeker. Dat hangt niet alleen van de agressiviteit van het virus af, maar ook van de kwaliteit van medische zorg voor patiënten.

    Het sterfterisico is niet hetzelfde voor iedereen die met het virus besmet raakt. Uit de Chinese statistieken blijkt dat vooral ouderen en mensen met onderliggende gezondheidsproblemen vaker overlijden aan Covid-19. Dat zijn bijvoorbeeld mensen met hart- en vaatziekten, diabetes of chronische luchtwegproblemen. Bij kinderen verloopt de infectie over het algemeen juist minder ernstig.

  12. Hoe besmettelijk is het virus?

    Hoe besmettelijk het virus is en hoe snel het zich verspreidt, is nog niet goed bekend. Het vermeerderingsgetal waarmee virologen aangeven hoe besmettelijk een virus is (R0), werd een tijd lang door het European Centre for Disease prevention and control geschat op 2,2. Dat betekent dat elke besmette persoon gemiddeld 2,2 andere mensen besmet. De tijd tussen besmetting en het begin van de symptomen is gemiddeld 5 dagen, maar kan ook twee weken zijn.

    De waarde voor R is niet constant. De R0 staat voor de besmettelijkheid van een ziekteverwekker aan het begin van een uitbraak. Er wordt dan vanuit gegaan dat iedereen even vatbaar is, en er nog geen maatregelen zijn genomen. Zodra dat verandert spreken de deskundigen niet meer over R0, maar over Rt, het effectieve besmettingsgetal. Bij de Ebola-uitbraak in 2014, in West-Afrika, veranderde de R omdat mensen bang werden besmet te raken. Ze gingen elkaar mijden.
    Zolang R boven de 1 ligt, is er sprake van exponentiële groei. Om een voorbeeld te geven. Is R bijvoorbeeld 2, dan draagt een besmet iemand de ziekteverwekker over op 2 anderen. Die dragen het, in dezelfde tijdspanne, weer over op nog weer 2 anderen. Is in totaal 4. En zo verder. Steeds in dezelfde tijdstappen: 8, 16, 32, 64…

    Om een uitbraak in te dammen en uit te doven moet de R onder de 1 komen. Dat kan bereikt worden door maatregelen te nemen. De aarde van de maatregelen hangt af van de manier waarop de ziekteverwekker wordt overgedragen. Via bloed, via de lucht, via menselijk contact. De overdracht van het coronavirus is bijvoorbeeld te beperken door: handen vaak en goed wassen, geen handen schudden, afstand houden van elkaar, contacten minimaliseren. Een analyse van het RIVM, gepubliceerd op 25 maart, laat zien dat in Nederland (vooral Brabant) de R in een paar weken tijd lijkt te zijn gedaald van 2 naar circa 1.

    Mensen die het coronavirus dragen zijn waarschijnlijk al besmettelijk zodra de eerste verkoudheidverschijnselen ontstaan. Dat concludeerden Duitse virologen na een onderzoek op negen patiënten. Zeker acht dagen scheiden ze veel virussen uit, die ook op te kweken zijn in het lab – een maat voor de besmettelijkheid. Ook als mensen zich niet meer ziek voelden, bleven bij hen soms nog tot drie weken lang virussen aanwezig in hun mond en keelholte en hun slijm, al konden die niet meer worden gekweekt. De auteurs raden daarom aan om mensen met ernstiger symptomen pas minimaal tien dagen na aanvang van de symptomen naar huis te sturen en om daar nog in isolatie uit te zieken.

    Over de mate van besmettelijkheid voordat de symptomen beginnen is op basis van de Duitse studie niets te zeggen. Er is in de eerste week veel virusproductie, ook bij de patiënten met weinig klachten.

    Lees ook: De onbekende feiten over de besmettelijkheid van corona
  13. Kan iedereen Covid-19 krijgen?

    Covid-19 kan alle leeftijden treffen. Pakweg 80 procent van de geïnfecteerden krijgt lichte klachten, 20 procent wordt ernstiger ziek, en een kwart daarvan zelfs zo ziek dat ze op de intensive care terecht komen. Mensen van 0 jaar tot 95-plus belanden in het ziekenhuis, maar kinderen en jonge mensen duidelijk minder vaak. De meest voorkomende onderliggende aandoeningen bij de opgenomen patiënten zijn hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, chronische longaandoeningen en diabetes. Ook mensen met chronische nierziekte en mensen met een verminderde afweer door een ziekte of door medicijnen zijn kwetsbaar.

    Met de leeftijd stijgt ook de kans op een ernstig beloop van Covid-19. Van alle gemelde patiënten is de helft 60 jaar of ouder, meldde het RIVM op 6 mei. De helft van de opgenomen patiënten was 69 jaar of ouder, bij de overleden patiënten was de helft 82 jaar of ouder.

    Ook wat geslacht betreft is er een verschil te zien. Mannen en vrouwen krijgen even vaak Covid-19, maar van de opgenomen patiënten is bijna tweederde man. Dat is ook bekend van andere virussen zoals herpes en de twee eerdere coronavirussen sars en mers. Vrouwen hebben over het algemeen een betere afweer. (Zie ook „Waarom zijn mannen kwetsbaarder dan vrouwen?”)

  14. Hoe werkt groepsimmuniteit?

    Groepsimmuniteit kan kwetsbare personen in de samenleving duurzaam beschermen tegen ernstige ziekte door het Covid-19-virus. Kudde-immuniteit, oftewel groepsbescherming, wil zeggen dat er zoveel mensen met weerstand tegen een infectie in de samenleving zijn dat zwakkere personen een fors lager risico lopen deze infectie te krijgen.

    Hoeveel mensen in de samenleving immuun moeten zijn om die bescherming te bereiken, is afhankelijk van het soort infectie en de omstandigheden waaronder deze circuleert. Als het gaat om een zeer besmettelijke ziekteverwekker, moeten procentueel meer mensen in de maatschappij er immuun voor zijn om ook de kwetsbare groepen te beschermen. Als door isolatiemaatregelen de overdracht kan worden verminderd, zijn er minder mensen met weerstand nodig.

    In het geval van het nieuwe coronavirus is het nog de vraag hoe snel er in een land groepsbescherming kan worden bereikt. Omdat de infectie zeer besmettelijk is en op dit moment nog niemand er weerstand tegen heeft, zullen er heel veel mensen eerst geïnfecteerd moeten raken en hun eigen weerstand tegen het virus moeten opbouwen, voordat er een grote mate van groepsbescherming ontstaat.

    Premier Rutte kondigde aan dat het kabinet de situatie per dag zal bekijken en dan per dag passende maatregelen zal nemen. Het Nederlandse beleid heeft niet als primair doel groepsimmuniteit te bereiken, maar de golf van infecties zo veel mogelijk uit te smeren over de tijd, zodat niet iedereen tegelijk ziek wordt. Als ‘bijvangst’ ontstaat dan groepsimmuniteit. De Nederlandse aanpak lijkt op ‘pompend remmen’, zodat het aantal ic-patiënten niet uit de hand loopt, maar tegelijk wel zo veel mogelijk immuniteit kan worden opgebouwd die een buffer tegen het virus vormt. Als er later mogelijk een vaccin bijkomt, kan dat daarmee verder versterkt worden.

    Uit een eerste meting onder 4.000 bloeddonoren blijkt dat landelijk gemiddeld 3 procent van de Nederlanders antistoffen tegen het nieuwe coronavirus heeft. Dat is nog ver onder het niveau waarop groepsbescherming is te verwachten. Waarschijnlijk zijn er wel aanzienlijke verschillen in immuniteit per regio, omdat de virusuitbraak niet overal even sterk is geweest. De meeste besmettingen zijn tot nu toe geweest in de provincies Noord-Brabant en Limburg.

    Overigens is het bij dit nieuwe coronavirus wel de vraag hoelang de immuniteit van mensen die infectie hebben doorgemaakt in stand blijft. Van andere, milde coronavirussen die verkoudheid veroorzaken is bekend dat mensen na ongeveer een jaar toch weer vatbaar zijn voor de infectie.

    Lees ook: De weerstand van Nederland is een groot vraagteken
  15. Waarom zijn mannen kwetsbaarder dan vrouwen?

    In alle studies komt het terug: pakweg twee op de drie patiënten bij wie Covid-19 ernstig verloopt, is man. „Datzelfde zagen we bij de twee eerdere coronavirussen sars en mers, en het is ook bekend van andere virussen zoals herpes of hepatitis B”, zegt Sabine Oertelt-Prigione, arts en hoogleraar gender in de gezondheidszorg aan het Radboudumc in Nijmegen. „Vrouwen hebben een betere afweer, ze bouwen meer antistoffen op, en genezen vaker spontaan van die ziekten.”

    Dat verschil lijkt een genetische oorsprong te hebben. Een groot probleem bij Covid-19 is de zogeheten cytokinestorm, die kan optreden als een virale longontsteking ernstig wordt. Het is een forse ongecontroleerde reactie van het afweersysteem tegen de grote hoeveelheid virus, die onbedoeld ook het lichaam zwaar beschadigt. „Het antwoord van het afweersysteem op een infectie wordt geregeld door genen die op het X-chromosoom zitten. Vrouwen hebben er daarvan twee, in tegenstelling tot mannen. Het lijkt erop dat sommige genen op dat tweede X-chromosoom actief zijn en bijdragen aan een beter gecontroleerde en actievere afweer.”

    Het vrouwelijke hormoon oestrogeen speelt waarschijnlijk nauwelijks een rol, denkt ze. „Het verschil tussen mannen en vrouwen zie je juist ook in de leeftijden vanaf 60 jaar. Dan zijn vrouwen in de overgang geweest en hebben ze nog maar weinig oestrogeen.”

    Een veelgehoorde verklaring is dat mannen vaker roken, met name in China. In sommige studies krijgen ook rokers vaker ernstige Covid-19. „Oudere mannen roken inderdaad vaker, maar je ziet deze verhoudingen tussen mannen en vrouwen ook bij de jongere patiënten, en die roken meestal niet”, zegt ze. „Maar rokers hebben wel kwetsbaardere longen, dus dat zal het beloop zeker geen goed doen.”

  16. Kun je door een infectie met het coronavirus je reuk en smaak verliezen?

    Er zijn berichten van mensen die positief zijn getest voor het coronavirus en merken dat niets meer ruiken of proeven. Poepluiers, hygiënische doekjes, keukenkruiden – ze zijn voor die mensen geurloos geworden. En met het verlies van het reukvermogen smaakt het eten ook minder goed.

    Het lijkt erop dat dit reukverlies een symptoom van de besmetting is, en dat dit bij sommige mensen zelfs het enige symptoom is. Britse keel-, neus- en oorartsen adviseren daarom mensen die dit bij zichzelf constateren om zich zeven dagen te isoleren. Er zijn nog geen wetenschappelijke studies die laten zien dat het coronavirus dit kan veroorzaken, maar wel rapporten uit onder meer China, Zuid-Korea en Italië waaruit blijkt dat een deel van de positief getest mensen niet meer kan ruiken.

    Anosmie, zoals verlies van het reukvermogen heet, komt ook voor bij luchtweginfecties door andere virussen die griep en verkoudheid veroorzaken, zoals influenzavirussen en reeds bekende coronavirussen. Het reukverlies bij die infecties kan tijdelijk zijn, maar soms komt het nooit meer terug. Hoe virussen dit veroorzaken is niet goed bekend. Waarschijnlijk maken ze de cellen van het reukorgaan bovenin de neus stuk.

  17. Wat gebeurt er met patiënten in Nederland?

    Volgens protocol worden patiënten in ‘isolatieverpleging’ gehouden. Dat betekent dat de patiënt thuis of in een ziekenhuis in een aparte kamer behandeld wordt waar niet zomaar iedereen naar binnen kan.

    De arts vraagt vervolgens een test aan bij het RIVM en het Erasmus MC om vast te stellen of de patiënt daadwerkelijk met het coronavirus besmet is. Een uitslag is er binnen ongeveer zes uur. Als het virus in Nederland bij iemand ontdekt wordt, dan zullen meer laboratoria worden ingeschakeld voor snelle tests, aldus het RIVM. Er zijn ongeveer vijftien van zulke labs.

    Is iemand besmet, dan start de GGD een zogenaamd ‘contactonderzoek’ om vast te stellen met wie de besmette patiënt contact heeft gehad. Deze mensen moeten hun gezondheid tijdens de incubatietijd van het virus vervolgens goed in de gaten houden.

    Personen die contact hebben gehad met met patiënten worden in de gaten gehouden en moeten twee keer per dag hun temperatuur opnemen en doorgeven aan de GGD, schrijft het RIVM op haar website. Ook klachten moeten zij melden.

  18. Hoe worden patiënten behandeld?

    Het RIVM heeft richtlijnen opgesteld voor de behandeling van ernstig zieke Covid-19-patiënten. De behandeling bestaat in eerste instantie uit het tegengaan van de symptomen. Bij patiënten die erg benauwd zijn door de luchtweginfectie zullen artsen bijvoorbeeld extra zuurstof geven. Ernstig zieke patiënten worden opgenomen op de intensive care. In uiterste gevallen zouden deze mensen niet goed bewezen therapieën moeten kunnen krijgen, waarvan aannemelijk is dat ze het virus remmen. Het gaat daarbij onder meer om het antimalariamiddel chloroquine.

    Er zijn nog geen medicijnen op de markt voor de behandeling van Covid-19. Wel loopt er wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid van medicijnen die als middelen tegen andere ziektes op de markt zijn, en mogelijk ook de ernst van de ziekteverschijnselen bij Covid-19 kunnen beperken. Het gaat om virusremmers die geregistreerd zijn als geneesmiddel tegen griep of hiv. Ze beletten de vermenigvuldiging van RNA-virussen. Dit coronavirus is ook een RNA-virus. In proeven met cellen blijken deze middelen inderdaad ook het virus Sars-Cov-2 te remmen. Maar hoe ze verdragen worden door ernstig zieke Covid-19-patënten en of ze inderdaad de ziekte verminderen is nog niet goed in kaart gebracht.

    Chloroquine is volgens het RIVM het middel van eerste keuze, aangezien naar verwachting werkzame doseringen veilig en zonder veel bijwerkingen zouden kunnen worden toegediend. De combinatietherapie van hiv-remmers lopinavir/ritonavir komt ook in aanmerking. Bij zeer ernstige ziekte moet ook een combinatie van chloroquine en lopinavir/ritonavir worden overwogen. Als dat niet voldoende helpt of de toestand van de patiënt nog verder verslechtert kan overwogen worden ook remdesivir aan de behandeling toe te voegen. Remdesivir is een experimentele virusremmer die nog helemaal niet op de markt is, maar voor noodgevallen stelt de fabrikant het via het RIVM beschikbaar.

  19. Hoeveel bedden zijn er beschikbaar op intensive cares?

    Nederland had tot voor kort 1.150 intensive care bedden. Daarvan werd normaal gesproken ongeveer 70% (900) gebruikt. De afgelopen maanden hebben ziekenhuizen er onder grote druk 2.200 bijeen gebracht. Waar verpleegkundigen normaal voor twee IC-patiënten zorgen, hebben ze er nu drie tot vier onder hun hoede gehad. Een groot deel is ‘geïsoleerd’, daar kunnen verpleegkundigen en bezoek zich in een sluis ontsmetten en omkleden voordat ze de ruimte betreden of verlaten. Het kabinet streeft naar 1.700 beschikbare IC-bedden voor coronapatiënten. Omdat er ook weer meer zorg voor andere patiënten nodig is, zijn daarvoor nu te weinig IC-verpleegkundigen aanwezig. Patiënten liggen gemiddeld lang op de IC-afdeling: twee tot vier weken.

    Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC), heeft alle ziekenhuizen steeds op het hart gedrukt om extra kamers in te richten of bestaande ruimtes anders in te delen. Essentieel voor een IC-bed is dat er beademingsapparatuur is én een verpleegkundige die weet hoe alle apparatuur werkt. Er is al enkele jaren een tekort aan gespecialiseerde ziekenhuisverpleegkundigen. Ziekenhuizen doen er nu alles aan om personeel aan het werk te houden én snel te testen op corona als dat nodig is. Is iemand níét besmet, dan kan hij of zij doorwerken. De belasting van het zorgpersoneel is hoog.

    De capaciteit op de intensive cares in Nederland is volgens Gommers toereikend als de verspreiding van het virus op de huidige voet doorgaat. Dat zei hij tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer op 8 april.

    In het Erasmus MC in Rotterdam is op 21 maart het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) opgericht, dat in opdracht van de Rijksoverheid de verspreiding van patiënten over alle ruim dertigduizend ziekenhuisbedden in Nederland regelt. Het LCPS coördineert bijvoorbeeld de verplaatsing van coronapatiënten van de ene naar de andere regio of naar het buitenland.

    Lees ook: Waarom waren er ineens veel meer IC-bedden nodig dan verwacht?
  20. Wie komen er in aanmerking voor een test op het virus?

    De eerste weken van de crisis werd door artsen een streng testbeleid voor Covid-19 gehanteerd. Omdat er een tekort bestond aan testmateriaal werden er bijna alleen patiënten getest die in het ziekenhuis terecht kwamen, en zieke ziekenhuismedewerkers die patiënten met het coronavirus verzorgden. Er was veel kritiek op dat beperkte testbeleid.

    Tijdens een persconferentie op 6 mei maakte minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) een stapsgewijze uitbreiding bekend van het aantal groepen mensen dat getest kan worden:

    • Tot nu toe waren er testen beschikbaar voor ouderen, mensen met onderliggende aandoeningen, zorgmedewerkers en jeugdtrainers.
    • Vanaf 6 mei bestaat ook voor leraren en medewerkers uit de kinderopvang de mogelijkheid te worden getest.
    • Vanaf 11 mei komen daar degenen met contactberoepen bij.
    • Vanaf 18 mei kunnen ook mantelzorgers, personeel in het openbaar vervoer, politie, marechaussee en andere handhavers worden getest.

    Het kabinet streeft ernaar vanaf 1 juni iedereen in Nederland met corona-klachten te kunnen testen op het virus.

  21. Hoeveel testen kunnen er in Nederland worden uitgevoerd?

    Naast het RIVM en het Erasmus MC kunnen er nu verspreid over het land in totaal vijftig labs op het virus testen. Het snelle testen op locatie moet voorkomen dat patiënten dagenlang ongetest op de intensive care liggen. Daarbij vormen ze al die tijd een risico voor personeel, bezoekers en andere patiënten.

  22. Hoe ziek worden kinderen van het coronavirus?

    Als kinderen (0 – 17 jaar) geïnfecteerd worden met het virus dat Covid-19 veroorzaakt, is de kans dat ze ziek worden opmerkelijk klein - zelfs voor kinderen die gevoeliger zijn voor infecties, doordat ze bijvoorbeeld een slechte afweer hebben. Verslagen tot nu toe wijzen uit dat kinderen wel geïnfecteerd raken, maar geen of heel weinig symptomen hebben. Wie ziek wordt, krijgt meestal milde verkoudheidsklachten: snotteren, hoesten, soms koorts. Er belanden buitengewoon weinig kinderen in het ziekenhuis vanwege ernstige Covid-19 klachten.

    Geïnfecteerde kinderen kunnen wel anderen besmetten. De grootste verspreiders zouden kinderen in de voorschoolse leeftijd kunnen zijn. Of dit ook voor het Covid-19-virus zo is moet nog blijken, maar voor veel virale luchtweginfecties geldt: hoe jonger het kind, hoe hoger de concentratie van het virus in de luchtwegen.

    Lees ook: ‘Covid-19 geen probleem voor kind’
  23. Is het virus gevaarlijk voor zwangere vrouwen?

    Hoe gevoelig zwangere vrouwen zijn voor het virus dat de ziekte Covid-19 veroorzaakt is nog niet bekend. Infectie met het virus bij zwangere vrouwen lijkt hetzelfde verloop te hebben als bij vrouwen die niet zwanger zijn volgens het RIVM. In het algemeen zijn vrouwen die in verwachting zijn, vatbaarder voor luchtweginfecties. Hoge koorts tijdens de zwangerschap kan wel de ontwikkeling van het kind in de buik beïnvloeden.

    Of een besmetting met het virus bij de moeder gevolgen heeft voor het kind is nog niet duidelijk. In een eerste onderzoek in China onder tien pasgeborenen van negen moeders met Covid-19 zagen de onderzoekers een aantal vroeggeboorten en baby’s met groeivertraging, ademhalingsproblemen of andere complicaties. Het is onduidelijk of dit komt doordat de moeder Covid-19 had. Ook bij vrouwen met luchtweginfecties door griep (het influenzavirus) tijdens de zwangerschap worden kinderen soms te vroeg of te klein geboren.

  24. Is het virus gevaarlijk voor pasgeborenen?

    Tot nu toe maakten de Chinese autoriteiten twee pasgeboren baby’s met het virus bekend. Een baby kreeg 17 dagen na de geboorte klachten. Het kind heeft het virus waarschijnlijk opgelopen door knuffelen met de besmette moeder en een besmette kraamverzorgster. Een tweede baby werd 36 uur na de geboorte ziek. Hoe deze is geïnfecteerd, is nog onduidelijk: waarschijnlijk ook door nauw contact met een besmet persoon.

    Over het algemeen lijkt Covid-19 bij baby’s en jonge kinderen redelijk mild te verlopen. Het zijn met name ouderen en mensen met andere aandoeningen die ernstig ziek worden.

  25. Zijn huisdieren bevattelijk voor corona en is dat gevaarlijk?

    Uit Hongkong zijn meldingen gekomen van twee honden die mogelijk besmet waren door hun baasje met het coronavirus. En er zijn ook berichten van katten die waarschijnlijk van hun baasje het virus oppikten, een in Hongkong en een in België. De honden en de kat in Hongkong hadden het virus in hun bek en neus, maar vertoonden geen ziekteverschijnselen. De Belgische kat kampte met ademhalingsproblemen, moest braken en had diarree, maar herstelde weer volledig.

    De infectie kan dus overgaan van mensen op huisdieren. Dat werd bevestigd in laboratoriumproeven in China, waarbij dieren hoge doses coronavirus in hun neus kregen. Bij honden bleef het virus wel aanwezig maar kon het zich nauwelijks vermeerderen, maar katten, vooral jonge katten, zijn wel bevattelijk. In de proeven bleek dat katten het virus ook op elkaar kunnen overdragen.

    Volgens experts hoeven katteneigenaren zich in de praktijk geen zorgen te maken dat zij het coronavirus krijgen van hun huisdier. Er is zoveel meer overdracht van mens op mens dat dit risico daarbij in het niet valt.

    Lees ook: Labproef laat zien: jonge katten zijn gevoelig voor coronavirus
  26. Illustratie Fokke Gerritsma

    Praktische vragen. Hoe om te gaan met het virus?

  27. Wat kan je doen om besmettingen te voorkomen? Helpen mondkapjes?

    De besmetting tussen mensen gebeurt via uitgeademde druppeltjes met virusdeeltjes. Daarmee kan iemand direct in contact komen als de geïnfecteerde persoon hoest of niest, maar ook indirect door een besmet voorwerp of oppervlak aan te raken, of de geïnfecteerde zelf, bijvoorbeeld door hem of haar de hand te schudden.

    Mondkapjes kunnen helpen de verspreiding van de druppeltjes van een besmet persoon te beperken. Een mondkapje dragen om zelf niet besmet te raken zal niet helemaal voorkomen dat je besmette lucht inademt, en ook niet voorkomen dat het virus op de handen komt. Wie daarna zijn gezicht aanraakt, loopt alsnog kans op besmetting.

    Regelmatig de handen wassen als je in openbare ruimtes bent geweest, is minstens even belangrijk. Zo min mogelijk je gezicht aanraken en op afstand blijven van hoestende of niesende mensen ook. En wie toch een mondkapje wil gebruiken, moet dat regelmatig vervangen. In Nederland wordt alleen aan medisch personeel geadviseerd mondkapjes te dragen.

    Om verspreiding te voorkomen, adviseert het RIVM thuis te blijven als je verkouden bent of last hebt van keelpijn, hoesten of koorts, en sociale contacten te mijden. Ook wie geen klachten heeft moet zoveel mogelijk thuis werken om de contacten met anderen te beperken, en afstand houden van andere mensen.

    Daarnaast kan verspreiding van het virus worden beperkt door te niezen en hoesten in de binnenkant van de elleboog, regelmatig de handen te wassen met water en zeep, papieren zakdoekjes te gebruiken, en geen handen te schudden.

  28. Is alcoholbevattende handgel beter dan zeep?

    Om verspreiding van het nieuwe coronavirus – en andere ziekteverwekkers - te voorkomen, adviseert het RIVM om regelmatig goed de handen te wassen met water en zeep, te hoesten of niezen in de elleboog, en papieren zakdoekjes te gebruiken.

    Als er geen water en zeep in de buurt is, zijn handalcohol of alcoholgel een goed alternatief om de handen te ontsmetten.

  29. Hoe werkt ‘social distancing’?

    Iedereen in Nederland wordt door het RIVM gevraagd om 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren. Die afstand is ingesteld op basis van eerste onderzoeken naar hoe ver het virus zich kan verspreiden zonder direct fysiek contact. De Wereldgezondheidsorganisatie houdt het in haar advies voorlopig op 1 meter maar er zijn ook recente Chinese studies waaruit grotere afstanden blijken. Zo is over een busrit in Wuhan een overheidsrapport verschenen waaruit blijkt dat het virus grotere afstanden kan afleggen dan wat de meeste andere overheden adviseren: tot 4,5 meter. Het virus wordt ook verspreid door mensen die ogenschijnlijk gezond zijn.

    In de briefing van de Tweede Kamer op woensdag gaf Jaap van Dissel van het RIVM aan dat strengere eisen dan de 1,5 meter worden overwogen. Vuistregel is hoe dan ook: hoe meer afstand mensen van elkaar houden, hoe kleiner de kans op besmetting en verspreiding. Dat geldt en ook in de buitenlucht, en in grotere ruimtes zoals supermarkten. Maar hoe doe je dat op een goede manier?

    Het valt in supermarkten op dat het moeilijk kan zijn om die afstand te bewaren, het is in die situaties belangrijk om zelf op te letten en desnoods te vragen aan de ander om een stap terug te doen, of om weg te gaan. Bij lopen op straat of in een park kunnen hardlopers vanachter aan komen lopen. Een blik is hopelijk inmiddels genoeg om mensen te helpen herinneren, anders kun je ook vriendelijk vragen of gebaren om wat afstand te houden. Sociaal afstand houden hoeft geen asociale houding te betekenen. Er zijn daardoor ook mensen die ervoor pleitten om het geen “sociale afstand” maar “fysieke afstand” te noemen. Je kunt gewoon sociaal zijn terwijl je fysiek afstand houdt.

    Lees ook: Houd afstand! Anderhalve meter komt niet uit de lucht vallen
  30. Mogen we nog naar buiten?

    Wandelen, fietsen, hardlopen, de hond uitlaten, ook hierbij geldt: houd 1,5 meter afstand van elkaar, en blijf binnen bij klachten zoals koorts, hoesten, keelpijn. Donderdag 6 mei lekte uit het overleg van de Nederlandse corona-aanpak naar meerdere landelijke media dat groepen van tien personen weer toegestaan worden. Premier Rutte noemde dit vervolgens niet bij zijn persconferentie. Op een overheidswebsite werd ook kort de suggestie gewekt dat dit zou mogen, inmiddels is die tekst aangepast. Over groepsvorming is dus nog geen beslissing genomen, de details hiervoor worden nog uitgewerkt.Samenkomen zónder afstand te houden mag in ieder geval niet. Wie geen afstand houdt, kan een boete oplopend tot 400 euro krijgen.

    Bijeenkomsten zijn ook verboden, al zijn er nog uitzonderingen voor begrafenissen, bruiloften en religieuze diensten. Maar daar mogen maar maximaal 30 mensen bij aanwezig zijn, die 1,5 meter afstand van elkaar moeten houden. Gemeenteraads- en parlementsvergaderingen zijn ook uitgezonderd van het verbod. Een uitzondering op de groepsvorming is gemaakt voor mensen die één huishouden vormen, en voor kinderen tot en met twaalf jaar die samen (buiten) spelen. Hun ouders of begeleiders moeten dan wel weer afstand van elkaar houden.

    Als mensen zich op een bepaalde locatie structureel niet aan de afstandsregels houden, dan kan een veiligheidsregio die locatie (een park, plein of strand) sluiten. Dat geldt ook voor winkels en markten: als klanten geen anderhalve meter afstand houden, kan worden ingegrepen. De handhaving van het verbod wordt gedaan door politie en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). Zij kunnen boetes uitdelen.

    Naar buiten gaan, kan wel een goed idee blijven – juist voor wat beweging en frisse lucht. Groen werkt stressverlagend en opbeurend en voldoende daglicht is goed tegen een winterdip (die óók kan ontstaan door te veel binnen zitten). Wie niet naar buiten kan of wil, en toch verlangt naar licht en lucht: ga af en toe bij het raam zitten. Zet het eventueel op een kier: buiten zingen de vogels momenteel volop. Andere tips om de natuur in huis te halen: de webcam van Beleef de Lente, en het project Snapshot Hoge Veluwe (waarbij je kunt helpen om dieren op foto’s te determineren).

  31. Mogen kinderen nog in grote groepen buitenspelen?

    De regels die verspreiding van het coronavirus moeten voorkomen zijn duidelijk: houd 1,5 meter afstand, beperk je sociale contacten tot een minimum. Dat geldt voor volwassenen die geen verkoudheidsklachten hebben. En dat geldt dus ook voor kinderen zonder die klachten. Voor kleine kinderen is het lastig om afstand te houden. Even geen vriendjes zien is het beste. Gaat dat niet, houd dan de aantallen klein en beperk het aantal verschillende vriendjes dat ze deze weken zien tot een minimum.

    De noodverordeningen maken op het samenscholingsverbod (het is verboden je in een groep van drie of meer personen op te houden zonder afstand te houden) een uitzondering voor kinderen tot en met twaalf jaar die samenspelen. Begeleidende ouders moeten dan natuurlijk weer wel onderling afstand houden.

    Die regels zijn er niet zozeer om te voorkomen dat kinderen ziek worden: de ziekte Covid-19 verloopt bij veruit de meeste kinderen immers mild. De regels zijn er om de verspreiding van het virus af te remmen.

  32. Een dokter bezoekt een patiënt in quarantaine een ziekenhuis in Wuhan.

    Foto EPA/Yuan Zheng

    Illustratie Fokke Gerritsma

    Maatschappelijke consequenties

  33. Welke maatregelen worden er in Nederland genomen?

    De aanpak van de Nederlandse overheid is erop gericht het coronavirus zoveel mogelijk onder controle te houden, de zorg niet te overbelasten en kwetsbare mensen in de samenleving te beschermen. Om dat te bereiken heeft de regering een groot aantal maatregelen aangekondigd.

    Basis gedragsregels
    • Houd anderhalve meter afstand van anderen. Schud geen handen.
    • Was vaak je handen met zeep. Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog. Gebruik papieren zakdoekjes om je neus te snuiten en gooi die na gebruik meteen weg.
    • Vermijd drukte. Werk zoveel mogelijk thuis of hanteer gespreide werktijden als het niet mogelijk is om thuis te werken.
    • Mensen met verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest of verhoging tot 38 graden Celsius) moeten thuisblijven.
    • Voor mensen die bovendien last hebben van koorts en/of benauwdheid, geldt dat alle leden van het huishouden moeten thuisblijven. Als er gedurende 24 uur geen klachten meer zijn mogen ze weer naar buiten.
    • Voor mensen van 70 jaar of ouder en/of met een kwetsbare gezondheid is extra voorzichtig geboden en kan het verstandig zijn om voorlopig nog zoveel mogelijk thuis te blijven.
    • Bezoek in eigen huis moest een tijdlang tot maximaal drie worden beperkt, en de anderhalve meter afstand moet ook daar worden gerespecteerd. Sinds de persconferentie van Rutte op 19 mei geeft het kabinet nu „het dringend advies” om bezoek op anderhalve meter te houden maar het aantal bezoekers dat is toegestaan wordt niet meer genoemd. Een boete kan dan ook niet worden uitgedeeld, wel kan er „gehandhaafd worden als er sprake is van overlast.” Huisgenoten hoeven verder niet op afstand van elkaar te blijven, studenten die op één adres wonen, mogen samen in de tuin, op het balkon of in de keuken zitten. Bewoners van verpleegtehuizen mogen vanaf 25 mei één bezoeker ontvangen, mits er in het tehuis geen besmettingen zijn.
    Maatregelen voor samenkomsten en evenementen
    • Georganiseerde samenkomsten zijn in principe niet toegestaan, behalve deze uitzonderingen:
      • Uitvaarten en bruiloften zijn toegestaan als er maximaal 30 personen bij aanwezig zijn en er 1,5 meter afstand tot elkaar kan worden gehouden.
      • Voor religieuze en levensbeschouwelijke bijeenkomsten geldt hetzelfde. Geadviseerd wordt om deze bijeenkomsten bij voorkeur online te houden.
      • Wettelijk verplichte bijeenkomsten, zoals raadsvergaderingen of aandeelhoudersvergaderingen, en samenkomsten die noodzakelijk zijn voor de voortgang van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, mogen doorgaan met maximaal 100 personen en als er anderhalve meter afstand tot elkaar kan worden gehouden.
    • Alle evenementen zijn verboden tot 1 september. Massale evenementen met een landelijke uitstraling worden mogelijk pas weer toegestaan als er een vaccin tegen het coronavirus is, schreef minister Hugo de Jonge (VWS) in een brief naar de kamer. „Niemand weet hoe lang dat gaat duren. We hopen natuurlijk op snel, maar een jaar of langer is heel reëel.”
    • Publieke locaties als musea, concertzalen en theaters zijn gesloten.
    • Alle eet- en drinkgelegenheden zijn gesloten. Bezorgen en afhalen is mogelijk – ook voor coffeeshops. Hotels zijn uitgezonderd van die sluiting voor de daar overnachtende gasten.
    • Ouderen en personen met verminderde weerstand moeten zo weinig mogelijk worden bezocht.
    • Het openbaar vervoer is alleen bedoeld voor noodzakelijke reizen. Gevraagd wordt in het algemeen niet onnodig te reizen, zoveel mogelijk te lopen of te fietsen en de spits te vermijden. Wie wel reist met het OV, moet vanaf 1 juni een mondkapje dragen. Passagiers die zich hier niet aan houden, kunnen worden beboet, het bedrag is 95 euro.

    De komende maanden zullen deze maatregelen stap voor stap worden verlicht. Tijdens een persconferentie op 6 mei kondigde minister-president Mark Rutte onder voorbehoud een planning voor deze aanpassingen aan:

    Vanaf 11 mei:
    • Basisscholen en de kinderopvang gaan gedeeltelijk weer open. (Zie ook „Wanneer gaan de scholen weer open?”).
    • De meeste mensen met contactberoepen mogen weer aan het werk, zoals kappers, schoonheidsspecialisten, pedicures, opticiens, masseurs, acupuncturisten en rijinstructeurs. Voorwaarde is dat het werk zoveel mogelijk op anderhalve meter afstand kan worden georganiseerd. Een tweede voorwaarde is dat alleen op afspraak wordt gewerkt, waarbij op voorhand wordt ingeschat of klanten een gezondheidsrisico vormen.
    • Buitensporten zijn toegestaan voor alle leeftijfsgroepen, met uitzondering van contactsporten. Er mogen geen wedstrijden worden gehouden en ook geen gezamenlijke kleedkamers en douches worden gebruikt.
    • Binnenzwembaden worden weer geopend.
    • Bibliotheken gaan weer open.
    Vanaf 1 juni:
    • Het openbaar vervoer herstelt de volledige dienstregeling. Ten hoogste ongeveer 40% van de zit- en staplaatsen zal beschikbaar zijn voor reizigers. Reizigers moeten onderling anderhalve meter afstand bewaren op stations, perrons en bij haltes. In trein, bus, tram en metro zijn passagiers verplicht een mondkapje te dragen.
    • Het voortgezet onderwijs start weer. De manier waarop moet nog nader worden uitgewerkt.
    • De terrassen mogen weer open, op voorwaarde dat alle klanten aan een tafeltje zitten en anderhave meter afstand van elkaar houden.
    • Restaurants, cafés, concertzalen, bioscopen en theaters mogen open voor maximaal dertig mensen, inclusief personeel. Gasten moeten verplicht reserveren en tijdens een controlegesprek moet worden ingeschat of er een gezondheidsrisico is. Bezoekers moeten onderling anderhalve meter afstand houden.
    • Musea en monumenten met een publieksfunctie mogen weer worden geopend, maar moeten ook een reserveringssysteem hanteren zodat ze ervoor kunnen zorgen dat bezoekers anderhalve meter afstand van elkaar kunnen houden.
    Vanaf 15 juni:
    • Het middelbaar beroepsonderwijs mag weer praktijklessen geven en er kunnen vanaf nu ook weer praktijkexamens worden afgenomen.
    Vanaf 1 juli:
    • Op campings, vakantieparken en bij parken, natuurgebieden en stranden mogen gemeenschappelijke wasvoorzieningen, toiletten en douches weer gebruikt worden.
    • In restaurants en cafés mogen (inclusief personeel) maximaal 100 mensen aanwezig zijn, mits klanten zijn gezeten aan een tafeltje en er een onderlinge afstand van anderhalve meter wordt gehouden.
    • In concertzalen, bioscopen en theaters mogen ook (inclusief personeel) maximaal 100 mensen aanwezig zijn, mits onderling anderhalve meter kan worden aangehouden.
    • Uitvaarten, bruiloften, religieuze en levensbeschouwelijke bijeenkomsten zijn vanaf nu toegestaan voor maximaal 100 personen, mits die anderhalve meter afstand van elkaar kunnen bewaren.
    Vanaf 1 september:
    • Sportscholen, fitnessclubs, contactsporten en binnensport zijn weer toegestaan. Sportkantines en kleedkamers kunnen weer in gebruik worden genomen. Voor sportscholen wordt nog bekeken of een eerdere opening mogelijk is.
    • Sauna’s, koffieshops, casino’s, speelhallen en seksinrichtingen mogen weer open.

  34. Waarom gingen de scholen dicht?

    Volgens het RIVM is de besmettingskans bij kinderen klein. In eerste instantie besloot het kabinet daarom om de scholen open te houden, maar na druk uit de onderwijssector en van ouders wijzigde het beleid. Vanaf 16 maart waren de scholen gesloten en werd al snel besloten dat er geen eindtoets kwam voor groep 8. Het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo zouden in eerste instantie tot 6 april dichtblijven. Dat werd al snel verlengd. Alleen leerlingen met ouders in ‘vitale functies’ (onder meer zorg, onderwijs, politie, brandweer, voedselketen en media) mochten naar school. Op dinsdag 21 april maakte premier Mark Rutte bekend dat basisschoolleerlingen na de meivakantie voor de helft van de tijd weer naar school mogen. Op 6 mei werd besloten dat ruim 96 procent van de basisscholen vanaf 11 mei weer hele dagen open gaan. Ook de kinderopvang, buitenschoolse opvang en speciaal onderwijs mochten de deuren weer openen. Dit nadat er extra onderzoek werd gedaan naar de rol van kinderen en jongeren bij de verspreiding van het virus.

  35. Wat betekent het voor leerlingen van het middelbaar en hoger onderwijs nu de scholen en universiteiten zijn gesloten?

    Het centraal examen gaat dit schooljaar niet door. Scholen bepalen op basis van de resultaten van de schoolexamens wie dit jaar slaagt en wie niet. Schoolexamens bepalen normaal de helft van het cijfer. Ze worden door scholen afgenomen, die nu langer de tijd krijgen om ze goed en veilig te organiseren. De scholen worden opgeroepen om de examens zo veel mogelijk op afstand te doen. Informatie over de nieuwe zak-slaagregeling en de herkansingen zijn inmiddels vrijgegeven. Voor leerlingen die het niet eens zijn met de beslissing van de school, komt er waarschijnlijk een onafhankelijke landelijke beroepscommissie. In overleg met vervolgopleidingen komt er extra aandacht voor het begeleiden en ondersteunen van instromende studenten. Het schrappen van het eindexamen is een drastische maatregel zijn: de laatste keer dat dat gebeurde was in 1945.

    In ieder geval blijven alle universiteiten en hogescholen tot minstens 1 juni gesloten voor studenten. Dit betekent voor studenten in het hoger onderwijs dat zij tot het einde van het collegejaar alleen online les zullen krijgen. Schriftelijke tentamenopdrachten, zoals het schrijven van essays, kunnen gewoon plaatsvinden.

    Halverwege maart heeft minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) besloten dat eerstejaars studenten aan hogescholen en universiteiten, die hun bindend studieadvies (bsa) niet halen, na de zomer toch door mogen naar het tweede studiejaar. Studenten moeten hun bsa in hun tweede jaar wél halen, anders moeten ze alsnog stoppen met hun opleiding. Dat kost ze dan meteen twee jaar van hun studie.

    Lees ook: Wat betekent het schrappen van de eindexamens?
  36. Wanneer gaan de scholen weer open?

    In eerste instantie zouden alle scholen tot 28 april dicht blijven. In een persconferentie op 21 april maakte premier Rutte bekend dat in ieder geval de basisschoolleerlingen na de meivakantie voor de helft van de tijd weer naar school mogen. Die regel werd later weer aangepast. Op 6 mei werd besloten dat ruim 96 procent van de basisscholen vanaf 11 mei weer hele dagen open gaan. Ook de kinderopvang, buitenschoolse opvang en speciaal onderwijs mogen de deuren weer openen. Hoe dit er in praktijk uit zal zien, zal per school verschillen.

    Rutte gaf in de persconferentie aan dat de overheid de voorkeur heeft dat kinderen hele (in plaats van halve) dagen naar school gaan, om zo het aantal verkeersbewegingen en organisatieproblemen met de kinderopvang te voorkomen. Het kabinet hoopt dat het volledig openstellen van het basisonderwijs enkele weken na 11 mei weer mogelijk is.

    Het voortgezet onderwijs zal op 1 juni weer beginnen, waarbij scholen erop moeten toezien dat leerlingen anderhalve meter afstand van elkaar houden. Hoe dit in praktijk eruit gaat zien, is nog onduidelijk.
    Op 29 april zei minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) in debat met de Kamer dat middelbare scholieren er niet op hoeven te rekenen dat ze voor de zomervakantie nog met de hele klas in de schoolbanken zitten. „Ik wil de verwachtingen temperen. Dat het voortgezet onderwijs 1 juni weer voor iedereen opengaat, is denk ik niet wat er gaat gebeuren.”

    Ook de universiteiten en hogescholen zullen in ieder geval tot 1 juni dicht blijven voor studenten en hun onderwijs volledig op afstand te geven. De universiteiten in Leiden, Maastricht en Utrecht hebben al het fysieke onderwijs tot de zomervakantie geschrapt.

    Vanaf 15 juni zullen in het MBO weer praktijklessen worden gegeven en kunnen er ook weer praktijkexamens worden afgenomen.

    Lees ook: Gaan de scholen weer open? Ouders en leraren zijn diep verdeeld
  37. Hoe gaat NRC om met maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan?

    Nu Covid-19 in binnen- en buitenland de samenleving min of meer tot stilstand brengt, is de behoefte aan informatie alleen maar groter. Alles is er bij NRC op gericht daarin te blijven voorzien. Veelzijdige, goed uitgezochte feiten en ontwikkelingen staan voorop.

    Tegelijk kunnen we niet alles doen zoals altijd. Interviews worden vaker telefonisch afgenomen. Reportages kiezen we scherper. Steeds vragen we ons af wat de risico’s zijn, ook voor de mensen die we willen bezoeken. Van de omstandigheden waarin kwetsbare mensen verkeren moet verslag worden gedaan, maar met inachtneming van de gepaste afstand. Als het nodig is, blijven verslaggevers na een (buitenlandse of binnenlandse) reis uit voorzorg een tijd thuis.

    Op de redactie nemen we extra voorzorgsmaatregelen, zoals tal van bedrijven en organisaties doen. Wie thuis kan werken, doet dat. We werken gespreid, volgen de hygiënemaatregelen die voor iedereen gelden: regelmatig handen wassen, geen ‘hand-op-hand-contacten’.

    Online houden we elke dag een live-blog bij met het laatste nieuws, en vullen we voortdurend het grote coronavragenstuk aan. De ochtendnieuwsbrief NRC Vandaag bevat elke ochtend het laatste coronanieuws. We blijven u dus veelzijdig en kritisch informeren.

  38. Illustratie Fokke Gerritsma

    Wereldwijde gevolgen

  39. Hoe zit het met reisbeperkingen?

    Ruim 90 procent van de wereldbevolking leeft in een land met reisbeperkingen. Die beperkingen verschillen sterk van elkaar. Sommige overheden sluiten hun grenzen voor reizigers uit landen die zij als risicovol beschouwen, of dwingen deze reizigers om bij aankomst in quarantaine te gaan. Andere vragen dit van alle buitenlandse reizigers. De Europese Unie heeft, nadat lidstaten hun eigen grensmaatregelen hadden getroffen, besloten om niet-noodzakelijke reizen naar het Schengengebied (22 lidstaten plus Noorwegen, Zwitserland, IJsland en Liechtenstein) tijdelijk te verbieden, met uitzondering van bepaalde groepen.

    In de Verenigde Staten is een tijdelijk inreisverbod voor Europeanen van kracht en zijn ook de grenzen met Canada en Mexico gesloten voor niet-noodzakelijke reizen. De Nederlandse regering heeft inwoners opgeroepen niet meer naar het buitenland te reizen. Wereldwijd zijn reizigers gestrand omdat overheden inreisbeperkingen hebben opgelegd of vluchten zijn geschrapt. China heeft de grenzen gesloten voor alle buitenlandse bezoekers. Ook mogen vliegtuigmaatschappijen nog maar één vlucht per week uitvoeren. In Rusland zijn alle internationale vluchten geschrapt en alle grensovergangen gesloten.

  40. Hoe ver is het virus over de wereld verspreid?

    Het aantal vastgestelde besmettingen in de wereld is nu ruim 5 miljoen. Met ruim 1,5 miljoen gevallen staan de Verenigde Staten ruim bovenaan, daarna volgen Rusland, Brazilië en het Verenigd Koninkrijk. Met ruim 43.680 bevestigde gevallen neemt Nederland nu de twintigste plaats in op de landenlijst van de Amerikaanse Johns Hopkins University. Daarmee staat het onder Pakistan en Chili.

    Volgens officiële statistieken zijn er wereldwijd meer dan 328.700 mensen gestorven aan het virus, van wie de meesten, bijna 100.000, in de VS. Zowel de besmettingsaantallen als de dodentallen zijn moeilijk tussen landen te vergelijken, omdat elk land zijn eigen testbeleid en statistische criteria hanteert. China bijvoorbeeld heeft het officiële dodental voor de provincie Hubei met 50 procent verhoogd naar 4.637. Door de chaos daar zouden de cijfers niet goed zijn bijgehouden, zeggen de autoriteiten. Critici vermoeden dat het werkelijke dodental aanzienlijk hoger ligt.

    Hoe dan ook is er vrijwel overal sprake van onderrapportage: op de meeste plaatsen wordt niet iedereen met ziekteverschijnselen getest en asymptomatische gevallen worden al helemaal weinig opgemerkt. Mensen die sterven aan verschijnselen van Covid-19 zonder dat zij positief zijn getest, worden in sommige landen wel en in andere niet meegeteld.

    Op dit moment in de pandemie treft het virus vooral rijke landen. Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties berekende dat de landen met de hoogste inkomens (op basis van de indeling van de Wereldbank) ruim 2,5 miljoen infecties tellen, de armste landen 10.000. Het is onduidelijk welk deel van het verschil verklaard kan worden uit de lagere testcapaciteit in arme landen.

  41. Waarom verschillen landen zo in hun aanpak?

    Het ene land zet in op grootschalig testen, zoals Zuid-Korea en Duitsland hebben gedaan, het andere probeert met temperatuurmetingen op vliegvelden en quarantaine van een minimaal aantal patiënten het virus het hoofd te bieden. De mate waarin mensen nog de straat op mogen, of ze bijeenkomsten mogen houden, of de regering mondkapjes adviseert: het is overal anders. Ook binnen landen gelden vaak verschillen tussen regio’s.

    Er is niet één autoriteit die kan besluiten wat overheden moeten doen. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft vooral een adviserende rol en ook bijvoorbeeld de Europese Unie kan niet voor lidstaten beslissen hoe zij hun respons moeten vormgeven. Volksgezondheid is een nationale aangelegenheid. Elke overheid maakt haar eigen afweging tussen de wens om de verspreiding te beperken en de verstoring van het maatschappelijk leven en de economie.

    Zweden wordt binnen Europa als een uitzondering gezien omdat de scholen en de horeca daar nog open zijn. De Zweedse regering vindt de economische kosten te hoog om een echte lockdown te gelasten. Het verloop van de pandemie is er dan ook anders dan in de buurlanden: in Zweden zijn tot nu toe 2.600 mensen gestorven, in Noorwegen en Finland ongeveer 200, in Denemarken een kleine 500.

  42. Hoe komen landen weer uit de crisis?

    Nog geen enkel land kan definitief zeggen dat het Covid-19 heeft overwonnen, maar Taiwan en Nieuw-Zeeland melden al een tijdje geen nieuwe besmettingen meer. Vooral Taiwan heeft vroeg en drastisch ingegrepen en kon zo, ondanks de nabijheid van China, het aantal besmettingen heel laag houden. Dat zo houden lukt alleen door de grenzen nagenoeg gesloten te houden. Voor zowel Taiwan als Nieuw-Zeeland geldt dat de grenzen zich eenvoudiger laten controleren omdat het eilandstaten zijn. Ook in Zuid-Korea zijn nauwelijks nog nieuwe gevallen.

    Singapore werd lang geprezen omdat het door zeer rigoureus traceerbeleid weinig besmettingen had, maar dat kampt nu met een grote uitbraak onder arbeidsmigranten, waardoor de stadsstaat alsnog in lockdown moest.

    China worstelt met een nieuwe uitbraak in de provincie Heilongjiang, aan de Russische grens. Op de dag dat Wuhan na tweeënhalve maand uit lockdown mocht, begon er een nieuwe lockdown in de grensstad Suifenhe. Provinciehoofdstad Harbin (10 miljoen inwoners) is afgesloten voor mensen die er niet wonen.

    Spanje, Italië, Frankrijk en Oostenrijk hebben de eerste stappen gezet om hun strenge lockdowns los te laten, al is ook nu het beleid in geen van deze landen zo soepel als in Nederland. In veel omringende landen zijn mondkapjes verplicht in het openbaar vervoer of in winkels. Overheden waarschuwen de bevolking dat de regels weer strenger kunnen worden als de besmettingsaantallen weer stijgen.

    Sommige overheden lanceren apps om de verspreiding van het virus te monitoren en tegen te gaan. Op veel plaatsen in Beijing bijvoorbeeld moeten inwoners met behulp van hun telefoon kunnen aantonen dat zij de stad de afgelopen weken niet verlaten hebben. Wie wel buiten de stad geweest is, moet eerst twee weken in thuisquarantaine.

    In sommige landen waar het gebruik van apps vrijblijvender is, zoals Israël, Oostenrijk of Singapore, worden die apps tot nu toe niet zo breed omarmd als overheden zouden willen. In Australië daarentegen hebben in een week tijd 4 miljoen mensen de app gedownload, zo’n 16 procent van de bevolking. Volgens de Australische overheid is de app nuttig als 40 procent hem gebruikt. Veel deskundigen houden 60 procent aan.

    Veel landen proberen hun testcapaciteit uit te breiden om zo gecontroleerd mogelijk de restricties weer te versoepelen. IJsland gaat een test aanbieden aan de hele bevolking van ruim 350.000 mensen.

  43. Kunnen arme landen de crisis aan?

    Het coronavirus maakt momenteel veel meer slachtoffers in rijke landen dan in arme, volgens officiële statistieken althans. Toch hebben veel overheden van arme landen strenge maatregelen opgelegd om grote uitbraken te voorkomen, juist omdat hun zorgstelsel daar vaak slecht op is ingericht. Die maatregelen dreigen in veel landen grotere negatieve gevolgen te krijgen dan het virus nu heeft. Arbeiders die opeens zonder inkomsten zitten kunnen met moeite aan eten komen en zijn vaak afhankelijk van hulp.

    De Verenigde Naties voorzien dat meer dan 100 miljoen extra mensen in met name conflictgebieden en vluchtelingenkampen afhankelijk zullen worden van voedselhulp. Zij hebben rijke landen opgeroepen fondsen beschikbaar te stellen om hongersnoden te voorkomen. Ook zijn er voorstellen om schulden kwijt te schelden en de economieën van arme landen te helpen met bijvoorbeeld het schrappen van invoerheffingen en goedkoop krediet te verstrekken.

Colofon

Redactie
Rosan Hollak,
Miriam van ’t Hek en
Koen Smeets.
Met bijdragen van o.a.
Nienke Beintema,
Lucas Brouwers,
Hanneke Chin-A-Fo,
Pim van den Dool,
Rosan Hollak,
Niki Korteweg,
René Moerland,
Wouter van Noort,
Sander Voormolen en
Frederiek Weeda.
Illustraties
Fokke Gerritsma.
Vorm en techniek
Koen Smeets.