Reportage

Slechter kan het seizoen niet worden voor PSV

Ajax-PSV John de Jong krijgt veel kritiek vanwege de tegenvallende prestaties van PSV, dat met 1-0 verloor van Ajax. Het is het lot van een technisch manager na het ontslag van de trainer.

PSV-aanvoerder Denzel Dumfries (midden) in duel met Ajacied Nicolás Tagliafico in de Johan Cruijff Arena. Ajax won de wedstrijd met 1-0.
PSV-aanvoerder Denzel Dumfries (midden) in duel met Ajacied Nicolás Tagliafico in de Johan Cruijff Arena. Ajax won de wedstrijd met 1-0.

Ongetwijfeld begon zijn weekend goed, in Den Haag, de stad waar hij opgroeide, leerde voetballen en professional werd bij de club waar hij zaterdagavond met egards werd verwelkomd in de Legends Lounge. John de Jong zag er vrolijk uit op de foto’s bij ADO Den Haag. Hij lachte en oogde zorgeloos, al kon je best vermoeden dat dit slechts schijn was, minder dan 24 uur voor Ajax-PSV.

De Jong speelde zelf eens dit soort topduels, spelend achter mannen als Luc Nilis, Mateja Kezman en Ruud van Nistelrooij. Maar nu, bijna vijftien jaar nadat hij zijn door blessures geknakte carrière had moeten beëindigen, is hij technisch manager bij PSV en kan hij slechts toekijken, omringd door de sponsors, coryfeeën en genodigden van Ajax die deze zondag om hem heen zitten.

De sfeer: opgetogen. Met Ajax aan kop in de eredivisie is de Johan Cruijff Arena een bastion van blije mensen. Ajacieden, jong en oud, in colbert of jurk, met of zonder rood-witte sjaal, deinen op knoertharde beats en het aloude Amsterdamse repertoire, met Danny de Munk en zijn ode aan Mokum.

Een hoopvolle namiddag lonkt. Maar De Jong krijgt mogelijk een volgende klap in een reeks zware teleurstellingen. Na het tweede gelijkspel op rij, vorige week tegen FC Twente, stond een woedende menigte voor het Philips Stadion. Niet om de in mooie auto’s vertrekkende spelers aan te spreken op hun zouteloze spel, maar om de man weg te jagen die deze voetballers tot een slecht presterende selectie heeft gesmeed. En dat is hij, John de Jong (42).

In de zomer van 2019, toen er nog geen vuiltje aan de lucht was, zei de technisch manager van PSV in het AD dat hij dat raar vond. „Hebben wij komend seizoen een slechte spelersgroep, waar ik niet van uitga, dan is er niemand die kijkt waar een technisch manager allemaal druk mee is in de rest van de organisatie. Dan roept men: 24 spelers, zes zijn ontzettend slecht, daar ben jij verantwoordelijk voor.’’

De wetten van het voetbal staan niet zwart op wit, maar vormen zich aan de hand van ups en downs, door onderbuikgevoelens en dikwijls door druk van buiten de club. Zo was er eens een directeur in de eerste divisie die zei: „Als mijn supporters onze trainer weg willen, terwijl ik hem prima vind functioneren, dan kan het toch zijn dat ik hem ontsla.” Oftewel, dan was de directeur van het gezeik af.

Veel onrust

Bij PSV is er ook onrust. Veel meer dan men gewend is. En als er al een trainer is ontslagen, wankelt meestal de positie van de technisch eindverantwoordelijke. De Jong oogde dan ook gepijnigd, toen hij vrijdag zei dat hij komende week maar eens ging bekijken of hij zou doorgaan als technisch manager bij PSV. Het is zijn tweede seizoen, na jaren als scout te hebben gewerkt. „Ik word niet bedreigd, maar als je veiligheid en bewegingsvrijheid in het geding zijn, kun je je afvragen: waar zijn we nu mee bezig?’’

De Jong ondervindt niet alleen hinder van een groep hooligans. Hij is ook de hoofdrolspeler geworden in de zich voortslepende saga na het ontslag van trainer Mark van Bommel. Dat is althans het beeld dat alle publicaties van de afgelopen week oproepen. Samengevat: De Jong zou niet de goede spelers hebben binnengehaald. Van Bommel zou spelers die De Jong aantrok (zoals Tony Lato) bewust geen tweede kans hebben willen geven.

Technisch manager John de Jong (links) en algemeen directeur Toon Gerbrands zien zondag PSV in de Johan Cruijff Arena verliezen van Ajax.

Foto Maurice van Steen/ANP

Gedurende het moddergooien, waar vooral anderen zich mee bezighouden, ontving De Jong steunbetuigingen van algemeen directeur Toon Gerbrands. Die gelooft nog in hem en zit deze middag naast hem in de Arena, waar De Jong ziet dat enkele van zijn aankopen hun waarde nog altijd moeten bewijzen, en dat wellicht nooit doen. PSV wankelt vanaf het begin.

Al na zes minuten ziet hij hoe verdediger Daniel Schwaab Ryan Babel neerhaalt en een gele kaart krijgt. Na een half uur: keeper Lars Unnerstall goochelt de bal zowat in de voeten van Babel. Bijna een doelpunt. Langs de lijn ploft interim-trainer Ernest Faber geërgerd in zijn stoel. „We moesten vooral tegenhouden”, zei hij later over de eerste helft.

Al zou hij het willen, ingrijpen kan De Jong niet. Hij kan slechts toekijken en denken aan de wijze waarop hij en Faber de eilandjes op het veld weer kunnen verbinden. Ze zijn ontstaan nadat Van Bommel een aantal spelers op een voetstuk had gezet. Zij moesten het gaan doen. Je ziet de gevolgen daarvan in de eerste helft, als Van Bommels protégé Mohamed Ihattaren de onbeminde Bruma argeloos uitfoetert na een gestokte aanval. Soms komt Ihattaren met een briljante pass, maar net zo vaak loopt hij erbij alsof het niveau van de andere spelers hem te min is.

Asgrauwe gezichten

Als Ajax na een halfuur op 1-0 komt via Quincy Promes, na een belabberde uittrap van Unnerstall, zoekt de camera de directie van PSV op de tribune. Het is het typische shot dat regisseurs uitzenden als een slecht draaiende club een klap incasseert. En inderdaad, tussen de blije gezichten ogen die van Gerbrands en de Jong asgrauw.

In de tweede helft zal er niet meer worden gescoord. Heel even dringt PSV aan, maar de „kleine counters” waar Faber het later over heeft, stellen weinig voor. Vijfde staat PSV nu, veertien punten achter Ajax, elf achter AZ, vier achter zowel Feyenoord als Willem II.

Het seizoen lijkt verloren. Nu helemaal, na wat doorgaans de belangrijkste krachtmeting van het jaar is. De Jong zal balen, maar misschien is hij ook wel opgelucht. Slechter kan het bijna niet voor dit PSV. Na de transferhectiek van vorige week – Steven Bergwijn vertrok naar Tottenham Hotspur – kan hij zich nu richten op de vereiste renovatie van de selectie voor volgend seizoen. Als hij er nog zin in heeft.

Faber: „Hij heeft veel goeie dingen gedaan in de twintig jaar dat hij bij PSV werkt. Dat moeten we niet vergeten. Hij stelt zich kwetsbaar op en is heel behulpzaam. Ik hoop dat hij blijft om de prestaties in de toekomst om te draaien.”