Marijke Sniekers promoveerde op het stigma van jonge moeders. ‘Ik wilde horen hoe zijzelf denken over moederschap.’

Foto Katrijn van Giel.

Interview

Jonge moeder? ‘Leeftijd is niet het probleem’

Antropoloog Marijke Sniekers De samenleving houdt geen rekening met jonge moeders, dat is het grootste probleem voor jonge moeders.

Een blik in de kinderwagen. Een blik op de jonge vrouw ernaast. En dan de opmerking: ‘Is die van jou? Jij bent er vroeg bij zeg’. „Dat overkwam de moeders die ik sprak nogal eens”, zegt antropoloog en genderwetenschapper Marijke Sniekers. Ze promoveerde onlangs aan de Radboud Universiteit op een studie naar het leven van jonge moeders. „Er bestaan zoveel vooroordelen in de maatschappij over deze vrouwen. Ik wilde nu wel eens van henzelf horen hoe ze denken over hun moederschap.”

Sniekers doceert sociaal werk aan de Hogeschool Zuyd in Sittard. Haar onderzoek deed ze in de stadsregio Parkstad, in het zuiden van Limburg. In deze streek, met plaatsen als Heerlen en Kerkrade, is sprake van een stevige krimp van de bevolking. Sniekers: „De regio vergrijst. Jonge mensen trekken weg, vooral als ze hoogopgeleid zijn. Toch zijn er veel jonge moeders vergeleken met de rest van de Nederland. Het leek me daarom interessant om dit fenomeen hier te bestuderen.”

In Nederland zijn vrouwen gemiddeld 29,9 jaar oud als ze hun eerste kind krijgen. De moeders die meededen aan het onderzoek van Sniekers waren tussen de 17 en 24 jaar oud. „De helft ervan heb ik gevonden via oproepjes, de andere helft in twee jongemoedergroepen van het welzijnswerk in Parkstad. In totaal heb ik 41 vrouwen geobserveerd en geïnterviewd. De helft was alleenstaand.”

Wat waren uw eigen gedachten over jonge moeders voordat u aan uw onderzoek begon?

„Ik ben natuurlijk ook beïnvloed door de ideeën die hierover leven in de maatschappij. Een vrouw moet eerst haar opleiding afmaken, vervolgens een carrière beginnen en dan kinderen krijgen. Als je geen kinderen hebt, of je krijgt ze heel vroeg, dan moet je daar verantwoording over afleggen. Je ziet het aan programma’s als Vier handen op één buik van BNN, of Teen Mom: young and pregnant van MTV: daar wordt jong moederschap toch benaderd vanuit het idee dat het problematisch is.

„Ik heb geprobeerd van dat frame weg te stappen en vooral goed te luisteren naar het verhaal van die moeders zelf. Omdat ik een genderwetenschapper ben, let ik er daarbij extra op hoe maatschappelijke structuren het leven van deze vrouwen beïnvloeden. Het moederschap is een heel dominant onderdeel van het gendervraagstuk.”

Hoe bent u te werk gegaan?

„Ik heb participerend onderzoek gedaan in de moedergroepen van het welzijnswerk. Daar dronken de moeders eerst een kopje koffie, voordat ze een activiteit gingen doen. Ze hadden hun kinderen bij zich, maar die werden beziggehouden zodat ze onderling ervaringen konden uitwisselen. Ik heb mijn eigen kinderen een enkele keer meegenomen, maar meestal waren die er niet bij. Ondanks dat ik daar dus vaak alleen was, werd ik wel geaccepteerd door de groep. Verder heb ik de meesten bij hen thuis uitgebreid geïnterviewd. Dat waren sessies die soms wel een halve dag duurden.”

Wat kwam daaruit naar voren?

„Wat opviel is dat bijna niemand het jong zijn an sich als een nadeel benoemde. Wat wel problematisch was: het combineren van het moederschap met een opleiding of werk. En daarnaast de dingen waar iedere ouder mee te maken krijgt: gebroken nachten, niet meer vrij kunnen beschikken over je eigen tijd. Tegelijkertijd vonden ze manieren om op een leuke manier een jonge moeder te zijn, meer speels dan een wat oudere moeder zou zijn.

„Het was heel duidelijk dat ze worstelden met de ideeën die in de maatschappij bestaan over wat gewenst gedrag is voor een vrouw: aan de ene kant moet je doorleren en een carrière hebben, andere kant moet je een goede moeder zijn – wat dat dan ook betekent. Ik zag dat deze vrouwen heel erg bezig waren om te voldoen aan dit verwachtingspatroon, júíst omdat ze jong moeder waren geworden.

„De invulling hiervan verschilde per persoon. Sommigen kozen ervoor om te stoppen met hun opleiding, zodat ze zich helemaal op de opvoeding van hun kind konden storten, om te laten zien dat ze daar wel degelijk toe in staat waren. Anderen deden juist extra hun best op school, om te bewijzen dat ze iets van hun leven wisten te maken.”

Waren ze eerlijk tegen u?

„Ik denk niet dat ze sociaal wenselijke antwoorden hebben gegeven. Het was niet alsof ik door de gemeente op hen was afgestuurd als hulpverlener. Dat was duidelijk. Niemand deed zich mooier voor dan zij was. Als ik thuis langs kwam, werd er niet speciaal voor me opgeruimd.”

U was geen behandelaar, maar bent wel een mens. Wilde u deze vrouwen niet helpen als ze ergens mee zaten?

„Als ze met opvoedproblemen kwamen, gaf ik uit eigen ervaring natuurlijk wel tips. Maar ik probeerde vooral te luisteren, zonder te oordelen. Dat is vaak al heel wat waard.”

Deed u dat ook als een jonge vrouw voor de zoveelste keer terugging naar een man die slecht voor haar was?

„Er was soms letterlijk sprake van vriendjes die thuis de boel kort en klein sloegen, maar toch weer in genade werden aangenomen. Dat is natuurlijk moeilijk te verkroppen, en ja, dan had ik wel iets van: wat doe je jezelf aan? Maar ik was toch vooral benieuwd waarom ze deze stap zetten. Vaak had dat te maken met het idee dat ze tóch een gezinnetje wilden stichten, omdat de maatschappij dat verwacht én in de hoop dat het kind zo een beter leven zou krijgen. Om dat soort inzichten was het me in dit onderzoek te doen.”

Wat kunnen instanties die met jonge moeders werken. doen met de uitkomsten van uw onderzoek?

„Het is heel belangrijk om te beseffen dat jong moeder worden op zich het probleem niet is. Vrouwen slagen erin die omschakeling te maken, ook op sociaal gebied. Ze gaan gewoon minder vaak stappen, en in plaats daarvan thuis spelletjesavonden doen. En wie wil uitgaan, regelt opa of oma als oppas.

„De problemen die jonge moeders ervaren, hebben vooral te maken met de wijze waarop de maatschappij is ingericht. Ze komen in de knoei met werk of opleiding, omdat die niet of onvoldoende rekening houden met de nieuwe situatie. We hebben dus niet alleen meer maatwerk nodig in de hulpverlening, maar ook aanpassingen van regels en beleid op school, bij de woningbouw en andere instituties. Daar zijn jonge moeders mee geholpen.”