Energie

Bij bouw kolencentrales wist energiesector al dat overschot aan stroom zou ontstaan

Energiebedrijven hebben vijftien jaar geleden de planning van drie nieuwe kolencentrales in Nederland doorgezet, terwijl al voorzien werd dat er overcapaciteit in de elektriciteitsmarkt zou ontstaan. Dat blijkt een reconstructie van NRC over de periode waarin tot de bouw van nieuwe Nederlandse kolencentrales werd besloten.

Die centrales, opgeleverd in 2015 en 2016, zijn omstreden vanwege hun grote CO2-uitstoot. In geen enkel ander Europees land zijn zo recent nog op een dergelijke schaal kolencentrales gebouwd. De kosten bedroegen zo’n 6 miljard euro.

De besluitvorming rond de kolencentrales is nu politiek relevant. Vanwege het Urgenda-vonnis, dat in december werd bevestigd door de Hoge Raad, moet het kabinet op zeer korte termijn aanvullende maatregelen nemen om de CO2-uitstoot terug te dringen. Ook is in december wetgeving aangenomen die de drie kolencentrales vanaf 2030 verbiedt om kolen te stoken. Uniper, de Duitse exploitant van een van de centrales, heeft „de Nederlandse regering in kennis gesteld” dat het mogelijk een schadeclaim indient bij een internationaal tribunaal. Ook de Duitse exploitant RWE zegt een claim te overwegen.

De besluitvorming rond de drie centrales vond plaats tussen 2005 en 2008. Na de eeuwwisseling had het ministerie van Economische Zaken (EZ) zorgen geuit dat te weinig nieuwe elektriciteitscentrales werden gebouwd. Het ministerie moedigde juist de bouw van kolencentrales aan, onder meer omdat de zware industrie klaagde over hoge stroomprijzen.

Medio 2006 bleek echter al dat onverwacht veel energiebedrijven een vergunning voor een elektriciteitscentrale hadden aangevraagd. In totaal ging het om 9 gigawatt aan nieuwe installaties, waarvan bijna de helft kolencentrales – terwijl in Nederland destijds zo’n 15 gigawatt aan centrales stond.

Kolencentrales pagina E12-15