Reportage

Del Carmen Alvarado is slim, sterk en grappig. En wereldkampioen

WK veldrijden De 21-jarige Nederlandse Ceylin del Carmen Alvarado is de nieuwe wereldkampioen veldrijden, na een race waarin haar landgenoten Annemarie Worst en Lucinda Brand haar tot het uiterste dreven.

Ceylin del Carmen Alvarado viert haar eerste wereldtitel veldrijden.
Ceylin del Carmen Alvarado viert haar eerste wereldtitel veldrijden. Foto Gian Ehrenzeller/EPA

Vlak nadat ze uit haar moegestreden lichaam op wilskracht nog een ultieme krachtsinspanning heeft weten te persen, is ze naast haar fiets ineengezegen op de landingsbaan van het militaire vliegveld in Dübendorf, bij Zürich. Haar ellebogen rusten op haar knieën en haar voorhoofd op haar onderarmen, zodat haar gezicht is weggestoken en ze zich heel even van de buitenwereld afzondert in een poging te beseffen wat ze zojuist heeft gedaan. Waar ze tien jaar van gedroomd heeft, is ineens werkelijkheid geworden, naar dit resultaat was ze al op zoek toen ze als meisje het veldlopen voor de cross had ingewisseld op aanraden van haar vader, die fietsen ook zo mooi vond maar daarmee moest stoppen vanwege zijn dienstplicht.

‘Ik wil voor iedereen een voorbeeld zijn’

Ceylin del Carmen Alvarado is wereldkampioen veldrijden, op haar 21ste al, haar tijd ver vooruit. Ze huilt, en huilt, en als moeder Ramona uit een mensenhaag stapt en haar oudste dochter een papier met een Bijbeltekst voorhoudt, huilen ze samen. ‘No te he dicho que si crees, verás la gloria de Dios?’, staat er in zwarte letters, het vraagteken geaccentueerd. Het is een vers uit Johannes, vrij vertaald: ‘Ik heb je toch gezegd dat je, als je Mij gelooft, zal zien hoe machtig God is?’ In gesprek met NRC vertelde ze een week eerder al hoe het geloof haar helpt in het leven, en ook met haar sport. Ze bidt voor maar ook tijdens een race, vraagt Hem om kracht als ze eigenlijk niet meer aan kan klampen, en dan kan ze doorgaan waar ze liever was gestopt.

Vandaar dat haar benen haar niet meer kunnen dragen, ze heeft zo diep in haar reserves moeten tasten dat ze onderweg naar een tent waar ze even op adem kan komen en zich kan opfrissen, ondersteund moet worden, voor ze naar het podium wordt geleid om de regenboogtrui om haar schouders gehangen te krijgen.

De wind raast over het vliegveld en doet witte tentdoeken klapperen als ze in een eerste flashgesprekje zegt dat ze niet kan beschrijven wat ze voelt noch kan begrijpen waartoe ze aan het einde van ruim veertig minuten wedstrijd in staat is gebleken, omdat ze zo vreselijk moe was in dat laatste rondje door zompig grasland, toen haar landgenoten Lucinda Brand en Annemarie Worst haar tot het uiterste dreven. Er was niks grappigs meer aan, zou ze later zeggen, het deed eigenlijk alleen maar pijn. Des te zoeter is de overwinning, en des te harder komt het Wilhelmus binnen, het volkslied van het land waar ze op haar vijfde naartoe kwam, na een prille jeugd in de Cariben, op de DominicaanseRepubliek.

Tranen van geluk

Met het tricot voor beste veldrijder om haar bovenlichaam en ook een gouden medaille om haar nek, wellen de tranen weer op, maar dit keer zijn ze van geluk. Precies een jaar geleden was ze nog ontroostbaar geweest, nadat ze bij de beloftecategorie zichzelf niet was, en als titelfavoriet genoegen moest nemen met een derde plaats. Achteraf bleek ze een griepje onder de leden te hebben, haar talentvolle lichaam was verzwakt geweest. Noodgedwongen leerde ze te verliezen, in retrospectief werd ze wijzer van die teleurstelling, omdat ze moest zien los te laten wat toch niet meer te beïnvloeden viel.

De soms verstikkende wil om haar zelfopgelegde verwachtingen in te lossen, had haar in haar tienerjaren meer dan eens dwarsgezeten, op school en op de fiets. Ze vond dat ze haar talent niet mocht verkwisten, maar nu ze die karaktertrek moest zien te omzeilen om verlies te verwerken, werd ze sterker, mentaal weerbaarder, bevrijd van de kramp van perfectionisme.

Je kon het zien in de veldrit van Ronse, half december vorig jaar. Toen ze in de Vlaamse modder van fiets moest wisselen, maakte haar mecanicien een fout. Haar rijwiel viel op de grond, het stuur stond scheef, maar terwijl haar concurrenten voorbij staken, bleef ze ijzingwekkend kalm – ze kreeg er na afloop complimenten over. Uiteindelijk won ze de cross, en leerde ze dat paniekeren alleen maar energie kóst.

Zo ontpopte ze zich tot de verrassing van het veldritseizoen, won ze meer dan tien wedstrijden en reisde ze opnieuw als favoriet naar een WK, waar ze mee had mogen doen in een categorie lager, tegen vrouwen onder 23 jaar. Maar ze vertrouwde erop dat ze wereldkampioen kon worden op het hoogste niveau. Een week geleden, thuis aan de keukentafel in Rotterdam, zei ze niet eens zenuwachtig te zijn. „Valt wel mee eigenlijk”, klonk het. Ze had er vooral zin in. Op zondag werd ze bij de laatste wereldbekerwedstrijd nog wel even op haar nummer gezet. Zesde werd ze slechts, maar ook daar lag ze niet meer wakker van. Ze tekende tussendoor zelfs een nieuw contract bij haar werkgever, eentje voor vier jaar. Bij Alpecin-Fenix hebben ze al lang gezien dat ze met haar dé vrouw voor de toekomst in handen hebben.

Een Nederlands podium bij het WK veldrijden in Zwitserland (v.l.n.r): Annemarie Worst (zilver), Ceylin del Carmen Alvarado (goud) en Lucinda Brand (brons). Foto Gian Ehrenzeller/EPA

Nederlands kwartet

In Dübendorf klinkt even na drie uur het startschot, en vier vrouwen in oranje schieten er meteen vandoor, al in de eerste van vijf ronden heeft een Nederlands kwartet de wedstrijd onder controle, niet toevallig ook de hoofdrolspelers van het voorbije seizoen. Yara Kastelijn is de minste van het stel, ze moet al gauw met een van pijn vertrokken gezicht afhaken. Lucinda Brand, vorig jaar tweede op het WK, wordt telkens op een gaatje gereden, ook omdat haar zadelpen afbreekt en ze een half rondje staand op haar pedalen moet zien door te komen, met hevig verzuurde benen tot gevolg. Steeds als er steile dijkjes met modder en graspollen opdoemen, staan haar benen in de fik en moet ze in de achtervolging.Pas in de slotronde breekt ze. Duidelijk wordt dan dat de wereldtitel naar Annemarie Worst of Ceylin del Carmen Alvarado zal gaan, ook de twee sterksten van de voorbije weken.

Ze gaan zij aan zij steile bruggen over, gebouwd van bouwsteigers en neergelegd omdat een vliegveld in beginsel voor veldrijden niet geschikt is. Bij de glibberige dijkjes houden ze elkaar op, want ze komen er fietsend niet boven, moeten welhaast kruipend omhoog.

Samen sprinten ze naar de laatste hindernis, alsof de finish daar al ligt. Het is ze te doen om de beste uitgangspositie voor de sprint. Annemarie Worst lijkt te gaan winnen want rijdt de brug als eerste over, kan na een bocht naar links de finishvlag zien hangen voor ze op haar pedalen gaat staan, maar voelt dan dat haar benen leeg zijn, ze kan geen snelheid meer maken, de strijd tot hier is te hevig geweest. Haar ogen zijn bloeddoorlopen na afloop, ze kan van teleurstelling geen zinnig woord uitbrengen. „Ik koop hier niets voor”, zei ze tegen de NOS.

Ceylin del Carmen Alvarado, de vrouw die vindt dat ze niet kan sprinten, dendert haar vol overtuiging voorbij, en steekt haar rechterarm in de lucht nog voor ze de finishlijn passeert. Met de kreet die ze slaakt spuit er slijm in dikke draden haar mond uit. Ze is tot voorbij het uiterste gegaan, maar kan een uur later alweer lachen. Op de Dominicaanse Republiek „they’ll probably go nuts”, zegt ze. Vijftig journalisten lachen met haar mee, betoverd door haar verschijning. Ze is slim, ze is sterk, en ze is grappig. Er lijkt wel een nieuw wielericoon opgestaan.