Coalitiepolitici die grinniken om het gestuntel van de eigen bewindslieden

Deze week: gestuntel in het kabinet, stilstand in de coalitie, Ruttes nieuwe gele schoenen, PvdA in winterslaap, VVD en CDA in vervroegde campagnestand. Ofwel: lichtzinnige stagnatie in de Haagse politiek.

Loop door de Haagse gangen en je ziet ze meteen. De ddb’tjes: druk druk belangrijk. Mensen die dus nooit tijd hebben. Mensen die appen tijdens het wandelen – en struikelen tijdens het appen.

Een decor dat gemakkelijk vertekent. Want waar je dynamiek meent te zien, waar mensen een leven van overvolle agenda’s overbrengen, daar hoeft niet automatisch veel van betekenis te gebeuren.

Dit laatste is op dit moment de werkelijkheid van Den Haag: het nieuwe jaar is alweer een maand op streek, maar het voelt alsof 2019 nog steeds niet voorbij is.

Alles van vorig jaar gaat gewoon door. Donderdag en vrijdag demonstreerden de leraren, volgende week komen de boeren weer (praten). De MCSP, de ministeriële commissie voor stikstof en PFAS, komt nog steeds met grote regelmaat bijeen. Nog altijd is het definitieve stikstofbeleid niet vastgesteld.

Je dacht na de jaarwisseling: de coalitie zal geleerd hebben van de eigen besluiteloosheid in het najaar. De coalitie zal niet weer al die demonstraties over zich heen laten komen. Productiviteit zal er zijn. Energie, dynamiek, prestaties.

Jammer maar helaas. En dus laat de laatste Peilingwijzer een verdere stijging voor Forum voor Democratie zien. De partij die volgens eigen opgave in ledental nu de grootste van het land is.

Zo heeft die zielloze stilstand van Rutte III ook iets lichtzinnigs. Want gelijktijdig merk je aan alles dat coalitiepartijen, vooral VVD en CDA, zich mentaal al hebben gewapend voor de campagne.

Het is de werkelijkheid achter die ddb’tjes: partijen die zich nu al klaarmaken voor de jacht op de kiezer volgend jaar. Partijen die vooral met zichzelf bezig zijn – niet met het land.

Het beperkt zich niet tot de coalitie. Laatst schreef ik dat PvdA en GroenLinks komend najaar met één beweging de electorale dynamiek naar hun hand kunnen zetten.

Breng ze samen op één lijst, of kondig een gezamenlijke fractie na de verkiezingen aan, en de inhoudelijke beweging naar links in bijna alle partijen (woningmarkt, arbeidsmarkt, klimaat, onderwijs, etc.), komt ook in beeld op de electorale kaart.

Alleen: de twee partijleiders voelen er weinig voor. Maar je merkte meteen, zeker in de PvdA (van hoog tot laag), en in mindere mate GroenLinks, dat de belangstelling onder leden groot is.

Dus het verraste me niet toen ik hoorde dat een PvdA’er uit Nijmegen een motie had zitten typen voor het komende partijcongres, in maart, die het partijbestuur vraagt „het proces te starten om tot zo’n gezamenlijke lijst te komen”.

Maar zo’n motie wordt pas op het congres toegelaten als hij honderd steunbetuigingen heeft – en wat bleek: dat wilde deze week totaal niet lukken.

Oppositiepartij in winterslaap.

In de SP is het erger. De partij produceert nog zelden een nieuw idee, en lokaal is het verval ronduit droevig. De afdeling Breda staat onder curatele na een handgemeen tijdens een vergadering, met bijrollen voor een geschorst raadslid en een man die in december nog 36 procent haalde als kandidaat-partijvoorzitter.

Intussen staat de coalitie al zozeer in campagnestand dat CU en D66 donderdag het (genuanceerde) rapport over voltooid leven hanteerden voor een Nieuwsuur-debat met hun fractiespecialisten. Elkaars profiel opvijzelen.

De keuze van D66-voorman Jetten voor een twistgesprek met Baudet over ‘activistische rechters’, ook bij Nieuwsuur, werd minder gewaardeerd in de coalitie.

Sinds Pechtold hebben de Democraten de overtuiging dat je onzin niet moet negeren maar bestrijden. In andere partijen wezen ze erop dat van alle nationale instituties de rechterlijke macht het hoogste vertrouwen bij de bevolking heeft. Dit steeg ook vorig jaar nog, ondanks de gerechtelijke uitspraken over stikstof en Urgenda.

Dus in de coalitie klaagden ze: waarom een nieuwe kans geven aan een onzinnige klacht die bovendien niet aanslaat?

Maar vooral de vroege campagnebewegingen van VVD en CDA, en het loeren op elkaar, vallen op. CDA’ers menen te zien dat Rutte, die na tien premierschap het risico loopt dat kiezers op hem zijn uitgekeken, zijn profiel aan het vernieuwen is.

Op sociale media: de premier die opgewekt binnenstapt bij een fietsenstalling. In gesprek met slachtoffers van de toeslagenaffaire: een huilende premier. Bij de Nationale Holocaustherdenking: de premier die gedragen excuses maakt voor het overheidshandelen. In overleg met boeren en natuuractivisten: de premier op knalgele gympen.

Aan de andere kant zien ze bij de VVD dat Jack de Vries („u draait en u bent niet eerlijk”, campagne 2006) is teruggekeerd als CDA-adviseur. De partij noemde Ruttes debatoptreden in de toeslagenaffaire vorige week via Pieter Omtzigt „doodeng”. Ze meent met Hugo de Jonge en vooral Wopke Hoekstra mensen te hebben die de premier kunnen verslaan.

„Het CDA gaat voor the kill”, zoals een VVD-prominent taxeerde.

Het gevolg van dit loeren is ook dat relatief klein coalitiegedoe rumoer veroorzaakt. Bijvoorbeeld een plan van staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) om een verhuizing van een marinierskazerne naar Vlissingen af te blazen.

Tegen journalisten werd vorige week gesuggereerd dat Visser donderdagavond 16 januari de coalitie, in gesprek met fractiespecialisten, overviel met dit plan – waarna ze ‘s anderendaags, 17 januari, bakzeil haalde in de ministerraad.

Een van haar opponenten zou daar CDA-vicepremier De Jonge zijn geweest, Zeeuw van geboorte. Hij klaagde dat hij van niets wist.

Maar het vreemde was: talrijke CDA-politici, zoals minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) waren toen allang geïnformeerd. Minister Raymond Knops (Binnenlandse Zaken, CDA) schreef het weekend van 11 januari al een – afwijzende – brief aan Visser. Ook was er ambtelijk contact over de kwestie met Financiën.

Zoals een CDA’er zei: „Ik geloof dat bijna al onze bewindslieden het wisten, behalve onze vicepremier.”

Het leidde vanzelf tot speculaties over de positie van De Jonge in het CDA.

Fractievoorzitters uit de coalitie namen grinnikend kennis van het gestuntel rond Vissers plan.

Vorig jaar beklaagden ministers zich intern over het bestuursmodel van Rutte III, waarbij in beeldbepalende dossiers (klimaat, kinderpardon, etc.) de fractievoorzitters fungeerden als Raad van Bestuur en bewindslieden als hun uitvoerders.

Dit ‘omgekeerd dualisme’ was staatsrechtelijk onjuist, mopperden ministers. Dus nu wordt rond sommige fractievoorzitters gesmaald hoe vlot alles loopt als de fractievoorzitters erbuiten blijven. Vorig jaar de ruzie tussen Wiebes en Hoekstra over het investeringsfonds. Nu het gedoe tussen De Jonge en Visser rond de kazerne. „Knap werk.”

Zo ongeveer is politiek op dit moment. Partijen die zich extreem vroeg in de campagnestand hebben gezet, met alle spanningen en speculaties van dien. Een coalitie die op gevoelige dossiers (stikstof) maar niet tot besluiten komt, geen respons op de aanhoudende maatschappelijke onvrede kan vinden, en blijft steggelen over het bestuursmodel.

Je kan zeggen dat hier regie ontbreekt. Maar het lijkt er meer op dat de coalitie richting en innerlijke overtuiging ontbeert.

Dit hoeft niet betekenen dat het zaakje vroegtijdig omvalt. Het betekent wel dat er weinig nodig is om dit gammele geheel aan het wankelen te brengen.