Vrees voor ‘mondiale recessie’ door Wuhan-coronavirus groeit

Gevolgen epidemie De markten zetten zich schrap voor het oprukkende Wuhan-coronavirus.

Het straatbeeld in de stad Kunming in de Chinese provincie Yunnan.
Het straatbeeld in de stad Kunming in de Chinese provincie Yunnan. Foto Wong Campion/Reuters

Evacuaties van buitenlandse werknemers, een stop op toeristen uit China, ruim 4.000 kilometer afgesloten grens tussen Rusland en China, het schrappen van honderden vluchten van en naar China, en de wereldgezondheidsorganisatie WHO die officieel spreekt van een internationale noodsituatie. De verspreiding van de nieuwe variant van het coronavirus, die in december voor het eerst opdook in de Chinese miljoenenstad Wuhan, zet door en de gevolgen worden met de dag groter.

Een medische remedie laat nog op zich wachten. Wetenschappers zijn begonnen met de ontwikkeling van een vaccin, maar verwachten pas over zes tot twaalf maanden een werkend middel te hebben. Tot die tijd is het voorkomen van besmetting de belangrijkste opdracht: voor China, maar ook in de rest van de wereld.

Wetenschappers verwachten pas over zes tot twaalf maanden een werkende remedie te hebben

Het virus is namelijk niet alleen fysiek (of medisch) een groot risico, maar ook economisch en zelfs politiek. De Chinese president Xi Jinping claimt dat het eenpartijenstelsel in het land cruciaal is voor een daadkrachtige aanpak van het virus. Het is inderdaad moeilijk voorstelbaar dat in minder strikt geleide landen de overheid in staat zou zijn hele steden van de buitenwereld af te sluiten en de bevolking gedwee binnenshuis te houden. Wel was China, net als bij de SARS-uitbraak, laat met het melden van het virus én laat met de eerste maatregelen ertegen.

Uit angst voor besmetting of omdat de overheid het gebiedt, wordt in grote delen van China niet gewerkt. Mensen mijden het openbaar vervoer, winkelcentra, restaurants, bioscopen, conferenties en hun werk. De voorzorgsmaatregelen lijken daarmee een groter economisch effect te hebben dan de directe gezondheidsimpact van het virus zelf.

Het Wuhanvirus is afkomstig van vleermuizen en lijkt iets minder dodelijk dan SARS. Dat beeld rijst op uit de eerste onderzoeken naar het virus.

Onderlinge verbondenheid

De economische schade beperkt zich niet tot China: de hele wereld wordt door het coronavirus geraakt. Om te voorkomen dat het zich verder over de aardbol verspreidt, nemen China’s handelspartners rigoureuze maatregelen. Luchtvaartmaatschappijen schrapten hun vluchten van en naar China, grenzen worden gesloten, toeristen geweerd. Een groeiende lijst landen evacueert zijn burgers, in elk geval uit Wuhan en de regio Hubei.

De besmettingen, en vooral onzekerheid over het verloop van de epidemie, vertalen zich in risico-avers gedrag op de effectenbeurzen. De aandelen van luchtvaartmaatschappijnen kelderen: KLM AirFrance verloor al bijna 15 procent. Oliemaatschappijen, altijd een goede indicator voor conjuncturele paniek, verloren 10 procent. Markten die de afgelopen jaren afhankelijker zijn geworden van China krijgen harde klappen: luxemerken als LVMH, Burberry en Kering verloren vele procenten sinds het virus uitbrak.

Het toont aan hoe verbonden de wereld inmiddels is geraakt met China. Bij de vorige grote Chinese virus-uitbraak, (SARS in 2002), was China net begonnen aan zijn opmars in de wereldeconomie. Nu is het land een van de grootste exporteurs van auto’s, technologie en grondstoffen, en is de Chinese middenklasse goed voor een fors deel in de mondiale verkopen van luxegoederen en het toerisme.

Economisch analisten buitelen inmiddels over elkaar heen met voorspellingen over het vervolg van de epidemie. Wat gaan de grondstofmarkten doen nu een deel van de productie in China stil ligt? Hoe houden automerken zich nu een belangrijk deel van hun markt (zowel productie als verkoop) op slot zit? En de techmarkt, kan die een bevriezing van productiehuis China aan? Apple-topman Tim Cook meldde eerder deze week dat zijn bedrijf een ongewoon grote marge in de voorspelling voor de omzet in het eerste kwartaal van 2020 hanteert, juist vanwege de onzekerheden over de impact van het corona-virus.

Gezien de massale aandacht voor het virus, houden de aandelenindices, los van een paar direct getroffen bedrijfstakken, zich nog betrekkelijk rustig. Europese en Amerikaanse indices verloren weliswaar een paar procentpunten, maar echt wegzakken doen ze nog niet. Is dat een kwestie van vertrouwen in de aanpak van het virus door China? Of is het stilte voor de storm?

China is steeds belangrijker voor de mondiale economie, maar de groei zakt er in

Onder de oppervlakte

Wie wat meer onder de oppervlakte kijkt, ziet dat de onrust op de financiële markten groter is dan de aandelenkoersen doen vermoeden. De afgelopen week was er een vlucht in sterke munten als de dollar en, regionaal, de Japanse yen. De Chinese renminbi, die ook buiten China om wordt verhandeld, verzwakte tot boven de 7 per dollar.

Het geld vloeide eveneens naar de meest veilige staatsleningen. Als de koers daarvan stijgt, dan zakt hun effectieve rente. De rente op Amerikaanse tienjarige staatsleningen daalde tot onder de officiële geldmarktrente van de centrale bank. Zo’n ‘omgekeerde rentestructuur’ kan worden gezien als een teken van naderend onheil – hoewel hier nog halverwege vorig jaar een vals alarm over was. Ook Duitse en Nederlandse staatsleningen zijn een vluchthaven. Terwijl de rente op de tienjarige Nederlandse obligatie juist aan het stijgen was, van min 0,56 procent vorige zomer tot min 0,08 procent twee weken geleden, daalt hij door vluchtgedrag nu weer, tot min 0,31 procent.

De financiële markten zetten zich dus wel degelijk schrap. Dat is ook te zien aan de beweeglijkheid, de ‘volatiliteit’, van de koersen. De VIX-index die dit meet, is inmiddels gestegen van tussen 12 en 13, naar rond de 17 – het hoogste niveau sinds de aanslagen op Saoedische olie-installaties van de vorige herfst. Code rood is dat nog lang niet, zelfs geen oranje. Maar geel is het al wel.

In hoeverre ook de rest van de wereld lijdt onder een economische klap voor China, hangt af van de grootte van die klap, en de echo die deze in de wereldeconomie geeft. Om met dat laatste te beginnen: volgens IMF-data maakte de Chinese economie in 2003, ten tijde van de SARS-epidemie, nog maar 4,3 procent uit van de wereldeconomie. Dit jaar is dat 16,9 procent, bijna viermaal zoveel. Bovendien, stellen economen van de Rabo, is de Chinese economie veel sterker verbonden met de rest van de wereld – zoals de lotgevallen van westerse bedrijven in het land en in de internationale productieketens al laten zien.

Volgens het IMF groeit de Chinese economie dit jaar met 5,8 procent. Dat is al de laagste groei sinds 1990. Maar deze prognose stamt van vóór de virusuitbraak. De meeste scenario’s zijn nog voorzichtig: de epidemie zou er een half procentpunt groei kunnen kosten. Maar naarmate het aantal besmettingen en overleden patiënten toeneemt, zal de schatting van de schade eveneens omhoog gaan.

Andy Xie, een toonaangevend commentator in Azië en voormalig econoom bij Morgan Stanley, liet donderdag een vrij ernstige schatting horen. Als de effectieve lockdown in China een maand gaat duren, kan dat volgens hem zó 2 procentpunt economische groei schelen. En dat is volgens hem nog een optimistisch scenario. Duurt het langer, dan neemt de schade navenant toe.

Nu de WHO spreekt van een internationale noodtoestand kan ze met haar adviezen de aanpak beter coördineren. De respons op het Wuhan-coronavirus is nog versnipperd

Een vrouw in Hongkong draagt een opengeknipte plastic fles bij wijze van geïmproviseerde beschermingsmaatregel.

Foto Anthony Wallace/AFP

Virus komt op slecht moment

Het virus komt op een voor de rest van de wereld al vervelend moment. Vorig jaar groeide de wereldeconomie met 2,9 procent, en dat was het laagste sinds de Lehman-crisis van 2008. Voor dit jaar voorzag het IMF twee weken geleden nog een lichte verbetering tot 3,3 procent. Dat is nog steeds erg laag, en het mede veroorzaakt door een verlies van economisch momentum in India. Maar nu de Chinese groei door het coronavirus alsnog verder moet worden afgewaardeerd, wordt het benauwd. De Rabo rept al van een kans op een ‘mondiale recessie’ – hetgeen overigens geen krimp betekent maar een zeer lage groei.

Is er, afgezien van effectief optreden tegen verdere verspreiding van het virus, iets tegen te doen? Hier wreken zich de stimuleringsprogramma’s en reddingsoperaties van staatsondernemingen die China eerder doorvoerde. Het Chinese begrotingstekort bedraagt, zonder ‘corona-effect’, dit jaar al 6 procent van het bruto binnenlands product – tweemaal de Maastricht-norm die eurolanden geen groter tekort dan 3 procent toestaat. Veel rek zit daar niet in: nu al projecteert het IMF zulke Chinese begrotingstekorten tot en met 2024, bij een staatsschuld die dan al is opgelopen tot 76 procent van het bbp.

Het antwoord zal dan ook maar zeer ten dele kunnen komen van economische stimulering door de overheid. De centrale bank, de People’s Bank of China, zal het vooral moeten opknappen.

Volgens economen van ING geldt dat ook voor de centrale banken van India, Australië, de Filippijnen en Thailand, die alle volgende week vergaderen. En de grote klapper komt nog. De Chinese beurzen gaan dan, voor het eerst sinds het virus uit de hand liep, weer open.