Opinie

Verdient onze economie een 9?

Marike Stellinga

Zondag gaf Klaas Knot de Nederlandse economie een 9. Presidenten van centrale banken worden in landen als het onze niet aangesteld om jubelstemmingen aan te jagen, maar Knot zei het toch. Waarom een 9? De werkloosheid is laag: 3,2 procent. „Ik kan me niet heugen in mijn professionele bestaan dat ik ooit eerder een dusdanig laag werkloosheidscijfer heb gekend,” zei Knot (52) in tv-programma Buitenhof. „Conjunctureel beter dan dit kan het eigenlijk niet.”

Het kan aan mij liggen, maar erg jubelig voelt Nederland niet. Ja het gaat goed, maar of de gevoelstemperatuur een 9 is, vraag ik me af. Dat blijkt ook uit ook de barometers van ons gemoed. Het consumentenvertrouwen (CBS) lag in 2019 veel lager dan in 2017 en 2018. Het is nog wel net bovengemiddeld. Het SCP schat de stemming wat hoger in, 8o procent is tevreden over de eigen financiën. Ook hier is de stemming wat gedaald. Laten we zeggen dat het gemoed ergens tussen een 6 en een 8 ligt.

Die gematigd positief gestemde Nederlanders steken op hun beurt supervrolijk af bij de sombere analyses over Nederland die politici in Den Haag de afgelopen weken op hun bord gekieperd krijgen. Ik doe een greep: op de arbeidsmarkt is een tweedeling te zien tussen kansarm en kansrijk die de welvaart bedreigt (commissie-Borstlap). De kwaliteit van het onderwijs daalt, en ook hier is een tweedeling zichtbaar. In de geestelijke gezondheidszorg is een stille ramp gaande. En de woningmarkt loopt vast: te veel mensen kunnen geen betaalbaar huis vinden, koop of huur, zeiden experts deze week in de Tweede Kamer. Hoogleraar Peter Boelhouwer: „Dit is een schrijnend probleem. Ik begrijp niet dat jullie dit als politiek laten gebeuren.” Hallo 9, waar ben je gebleven??

Wij hebben een boom-bust-economie: diepere dalen en hogere pieken dan andere landen

Volgens mij is deze gekke tegenstrijdige situatie - een economische 9 en toch zoveel sombere analyses - te verklaren door een venijnige eigenschap van onze economie. Die is namelijk grillig: we zakken in diepere dalen en beklimmen hogere pieken dan andere landen. We hebben een boom-bust-economie, zoals Knot zondag in herinnering bracht. De oorzaak ligt in de huizenmarkt. We hebben relatief veel hypotheekschuld, en zijn daarom kwetsbaar voor dalingen van de huizenprijzen. Bovendien hebben we veel spaargeld vaststaan in pensioenfondsen. Bij een recessie teren consumenten noodgedwongen snel in op hun uitgaven.

Die grilligheid is bij gewone op- en neergangen al niet fijn maar nu hebben we er sterker last van. De financiële crisis (2008) en de eurocrisis (2010) waren heftig, en in reactie is er gesaneerd, hervormd en bezuinigd. Zoveel dat het ons vermogen om nu mee te hollen met een opgaande economie heeft beschadigd. Neem de woningmarkt. Niet alleen hebben gemeenten te weinig huizen gebouwd. Op de afdeling ‘planning’ is ook bezuinigd. Gevolg: nu zijn er niet genoeg ambtenaren om snel en slim bijbouwen van huizen te regelen.

Hetzelfde speelt volgens mij bij politici in Den Haag. In de crisis werd de blik versmald tot het financiële. De toekomst was even buiten beeld. Nu probeert het kabinet de gaten te vullen die toen zijn gevallen. Maar de economie schreeuwt om de stap daarna: de langetermijnvisie. Die omschakeling gaat langzaam: het duurt even voordat de mannen en vrouwen in Den Haag weer zo weids durven denken.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.