Opinie

Twistgesprek: stop kinderen nooit in de politiecel

Criminaliteit Willen we zo met kinderen omgaan in Nederland, vraagt . Straattuig met kapmessen hoort achter slot en grendel, vindt . Een twistgesprek onder leiding van .
Twistgesprek

Wie als puber wordt betrapt op stelen in een supermarkt, kan uren in een politiecel worden vastgehouden. Als het aan de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) ligt, is dat straks verleden tijd. De RSJ adviseerde deze week in de wet vast te leggen dat minderjarigen die opgepakt worden als verdachten van een strafbaar feit, niet meer in de politiecel op te sluiten, maar onder te brengen op een kindvriendelijke alternatieve locatie, en voor maximaal 24 uur. Eva Huls, advocaat bij de internationale kinderrechten-ngo Defence for Children, sluit zich bij het advies aan en VVD-Tweede Kamerlid Jeroen van Wijngaarden niet – zij twisten daarom over de stelling: stop kinderen nooit in de politiecel.

Eva Huls is EH, Jeroen van Wijngaarden is JvW.

EH: „Ik denk aan alle kinderen die ik als jeugdadvocaat op het politiebureau moest bijstaan. Zo herinner ik mij een meisje, verdacht van winkeldiefstal, dertien jaar oud, twee knotjes in haar haar. Met pen stonden berichtjes gekriebeld op haar armen. Ze sloeg haar ogen naar mij op en begon te huilen, uit pure angst en wanhoop. Is dit werkelijk de manier waarop we met kinderen willen omgaan in Nederland?”

JvW: „Niemand wil een meisje van dertien dat een lolly gestolen heeft opsluiten. Maar straattuig dat met kapmessen van dertig centimeter de buurt terroriseert, hoort achter slot en grendel, of ze nu boven of onder de achttien jaar zijn. Dit klinkt wel als een ervaring die diepe indruk gemaakt heeft op het meisje en op jou. Toch hebben ook kinderen die stelen duidelijke grenzen nodig, nietwaar?”

EH: „Kinderen in de politiecel zijn nog verdachte. De rechter beoordeelt of sprake is van diefstal en welke reactie dan passend is. Ruim 21.600 minderjarigen zijn aangehouden in 2018. Het gros hiervan wordt verdacht van lichtere delicten. Een politiecel is niet geschikt voor minderjarigen, ongeacht de verdenking. Voor de zwaardere verdenkingen kunnen we toch alternatieven voor de politiecel verzinnen, zoals de RSJ aangeeft?”

JvW: „Het getuigt van weinig vertrouwen in de politie als je doet alsof je zomaar in een cel kunt belanden. Dan ben je met rottigheid bezig en dan kan het een wake-upcall zijn als je die celdeur dicht ziet vallen, juist voor jongeren die op het slechte pad dreigen te raken. De politie zoekt toch ook nu al altijd naar een balans tussen zorg en veiligheid, en houdt jeugdigen toch zelden langer dan 24 uur vast?”

EH: „Het gaat om een verdenking. Een wake-upcall is bestraffend en daarvoor is de politiecel niet bedoeld. De politie kan de minderjarige inderdaad ook heenzenden en later op het bureau uitnodigen voor verhoor. Maar dan verliest de minderjarige het recht op een gratis advocaat, dus dit gebeurt in de regel niet. Waarom zou je het uitgangspunt van de RSJ ‘geen kind in de politiecel, tenzij’ niet in de wet opnemen?”

JvW: „‘Geen kind in de politiecel, tenzij’ getuigt van wantrouwen in onze politie. We hebben het hier niet over zielige kinderen, maar over jeugdige criminelen. Daders worden helaas steeds jonger en plegen steeds zwaardere misdrijven. Daarom draai ik het om: verdachten altijd in de cel, tenzij politie en het OM dit niet in het belang van het kind achten. Aanstaande donderdag zal ik het kabinet vragen dat probleem met die gratis advocaat op te lossen.”

EH: „Het gaat niet om zielige kinderen, maar om kinderen met rechten. Uit de cijfers blijkt dat de jeugdcriminaliteit enorm is gedaald de afgelopen jaren. Het klinkt alsof je de onschuldpresumptie verlaat. Volgens het VN-Kinderrechtenverdrag is vrijheidsbeneming de ‘uiterste maatregel’. ‘Geen kind in de politiecel, tenzij’ voorziet juist in de behoefte van professionals om passend op te treden. Waarom zou je niet passend willen optreden?”

JvW: „We zijn het eens dat het belang van het kind voorop moet staan, maar bij een kind dat met messen overvallen pleegt, is ook het belang van onze veiligheid in het geding. Het lijkt erop alsof je de politie als boeman ziet, terwijl zij ook nu al waar dat kan veel kinderen gewoon thuis afzetten, waar het kind hopelijk een stevig gesprek met zijn ouders wacht. Want uiteindelijk zit de oplossing niet in wetten, verdragen of cellen met Nijntje-behang, maar bij de opvoeders die hun verantwoordelijkheid moeten pakken.”

EH: „Het klopt dat er mooie proefprojecten zijn waarin aan kinderen een stevige waarschuwing wordt gegeven, of kinderen thuis mogen slapen in het kader van een inverzekeringstelling. Het is dan ook geen wantrouwen richting politie. Het ‘ophouden voor verhoor’ kan nu niet anders dan op het politiebureau. De wet biedt geen alternatieve locatie. Het is toch in het belang van het kind als de wet dit wel biedt?”

JvW: „De gang naar het politiebureau doordringt een kind juist van het strafbare feit dat hij mogelijk heeft gepleegd en dat is goed. Vanwege het belang van gedegen politie-onderzoek, ook in het belang van het kind, moet politieverhoor in beginsel gewoon op het politiebureau plaatsvinden. En even voor de goede orde: de huidige werkwijze van de politie laat ruimte voor het maatwerk dat wij beiden willen en is ook in lijn met het Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van het Kind en de geldende rechtspraak.”

Lees ook: 13-jarige steelt blikje fris: urenlang de cel in

EH: „Goed om te lezen dat wij allebei maatwerk willen. Het verhoor kan inderdaad op het politiebureau plaatsvinden. Dat houdt niet in dat een kind in afwachting daarvan ook in de politiecel moet verblijven. Ik onderschrijf daarom de aanbevelingen van de RSJ. Vrijheidsbeneming is de meest vergaande reactie in het jeugdstrafrecht. Het is aan de rechter om te beoordelen of dit passend is. Een alternatieve locatie voor de politiecel verdient de voorkeur om beschadiging van kinderen te voorkomen. Als die niet beschikbaar is dan zou tenminste op elk politiebureau een kindvriendelijke (en niet: kinderachtige) ruimte aanwezig moeten zijn.”

JvW: „Eens dat je jongeren die verdacht worden van een strafbaar feit niet te lichtzinnig in een politiecel moet zetten, maar helaas vragen sommige misdrijven zoals geweld en beroving hier wel om. Dat mogen slachtoffers of nabestaanden van zulke misdrijven ook verwachten. Ik vind de aankleding van politiecellen iets om aan de politie zelf over te laten. Waar het om gaat is dat als jouw zoon of dochter een keer op het politiebureau belandt, hij of zij dan ook kindvriendelijk wordt behandeld en als het even kan zo snel mogelijk weer naar huis gaat. Laten we de mensen die zich dagelijks inzetten voor onze veiligheid het vertrouwen geven om zelf in te schatten wanneer het geoorloofd is een jonge verdachte wel of niet vast te houden op het bureau.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.