‘Trainingsmissie Kunduz werd te positief afgeschilderd voor de Tweede Kamer’

Afghanistan De politietrainingsmissie in Kunduz werd bemoeilijkt door politieke druk uit Den Haag. Vervolgens was de verslaglegging te rooskleurig, blijkt uit een evaluatie.
De 37-jarige Nargis krijgt in januari 2013 haar politiediploma uit handen van de Nederlandse kolonel Roland de Jong. De politievrouw is weduwe en moeder van elf kinderen.
De 37-jarige Nargis krijgt in januari 2013 haar politiediploma uit handen van de Nederlandse kolonel Roland de Jong. De politievrouw is weduwe en moeder van elf kinderen. Foto Mona van den Berg/ANP

De Nederlandse politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz werd bemoeilijkt door politieke toezeggingen van het kabinet aan de Tweede Kamer. Uit angst om politiek draagvlak te verliezen werd de voortgang van de missie bovendien te rooskleurig voorgesteld. Dat concludeert een onafhankelijke evaluatiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De bevindingen werden donderdagavond aan de Tweede Kamer gestuurd.

De trainingsmissie om politiemensen op te leiden en de rechtsstaat te versterken was minder effectief dan had gekund doordat het kabinet de steun van de Tweede Kamer wilde. Zo sloot de missie niet altijd aan bij de behoeften in Afghanistan en de wensen van de bondgenoten van Nederland, constateert het verslag. De missie, die van 2011 tot 2013 duurde, was aan de korte kant en niet iedere politievrouw of -man kwam in aanmerking om door Nederland getraind te worden, tot ongenoegen van de autoriteiten aldaar.

De missie liet niet alleen inhoudelijk te wensen over, ook de rapportages aan de Tweede Kamer waren volgens de evaluatie „niet altijd transparant”. De missieleiding wilde „een zo gunstig mogelijk beeld van de missie creëren in de media en de Tweede Kamer”. Het aantal agenten in opleiding werd te hoog afgeschilderd en er werden onterecht certificaten verstrekt. Ook de verslaglegging over de versterking van de rechtsstaat was niet kritisch genoeg, vindt de dienst. Het kabinet heeft beloofd de werkwijze aan te passen.

‘Lange termijn ondergeschikt’

Bij het politieke besluit om naar Kunduz te gaan, speelde het langetermijnbelang voor Afghanistan als rechtsstaat volgens de evaluatie een ondergeschikte rol. Het belangrijkste was dat Nederland „op enigerlei wijze militair aanwezig [wenste] te zijn” in Afghanistan na het aflopen van de missie in Uruzgan.

Toezeggingen aan de Tweede Kamer hebben de missie bemoeilijkt, luidt het oordeel van de evaluatiecommissie nu. De politiemensen die werden opgeleid, mochten daarna alleen binnen Kunduz werken en alleen defensieve taken vervullen. Het ging uitsluitend om agenten van een van de vijf onderdelen van de Afghaanse politie, de AUP, ondanks de wens van zowel de Afghaanse autoriteiten als de Koninklijke Marechaussee om ook agenten van andere onderdelen op te leiden.

Het kostte premier Mark Rutte in 2011 grote moeite om in de Kamer steun te vinden voor de trainingsmissie. Zijn minderheidskabinet van VVD en CDA had te weinig zetels voor een meerderheid, en gedoogpartner PVV was tegen de missie. Uiteindelijk vond Rutte steun bij GroenLinks, D66 en de ChristenUnie. De steun van die gelegenheidscoalitie, ook wel de Kunduzcoalitie genoemd, was later ook nog nodig om de begroting voor 2013 erdoor te krijgen.

Kabinetsreactie

De ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD), Ank Bijleveld (Defensie, CDA), Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) en Ferdinand Grapperhaus (Jusitie en Veiligheid, CDA) onderschrijven in een brief het leeuwendeel van de zes aanbevelingen die in het rapport worden gedaan. Zo zal er in de toekomst geprobeerd worden om „verantwoorde doch flexibele politieke kaders te scheppen die zo min mogelijk belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van de missie”. Ook zeggen zij duidelijker te zijn over kritiek op het verloop van de missies, onder meer in de rapportages aan de Kamer. Wel wijzen ze erop dat het soms ook gewoon niet helemaal duidelijk is hoe de zaken ervoor staan.

Aan een van de aanbevelingen is volgens het kabinet al voldaan: er is sinds Kunduz meer aandacht voor vrouwen. Versterking van hun positie was een van de missiedoelen, maar een plan was er nog niet. Bovendien was „het overgrote deel van de Nederlandse uitgezondenden man”, zowel onder de militairen en politiemensen als onder burgerambtenaren. Zelfs het aantal vrouwelijke tolken was klein. Dit deed afbreuk aan de „geloofwaardigheid van het Nederlandse pleidooi in Afghanistan voor de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen”, aldus de evaluatie.

Het kabinet heeft bij de Kunduzmissie meer voor vrouwen gedaan dan waar de evaluatiecommissie naar heeft gekeken, benadrukt het kabinet. Toch erkennen ze dat er ook in het missieontwerp aandacht voor had moeten zijn. „Het onderwerp gender is tegenwoordig op structurele wijze verankerd bij uitzendingen van militair en politiepersoneel.”

Intussen is in Afghanistan een deel van de vooruitgang die onder meer met hulp van Nederland was geboekt alweer tenietgedaan, stelt zowel de evaluatiecommissie als het kabinet vast. De veiligheidssituatie in het gebied is verslechterd, onder meer doordat de strijd tegen de Taliban weer is opgelaaid. Ook is er nog altijd veel corruptie en politiek wanbeleid in het land. De veiligheidssituatie zal volgens de ministers pas écht structureel verbeteren als er een „inclusief intra-Afghaans vredesproces komt”.