Opinie

Sterfscènes om te janken

Frits Abrahams

Aan sterfscènes had ik de afgelopen dagen geen gebrek, al bleef het gelukkig beperkt tot mijn kunstgenot. Het ging om twee scènes die sterk aan elkaar deden denken, ook al was er een groot verschil in tijd en toon. Voor de ene scène was Leonard Cohen verantwoordelijk, voor de andere Giacomo Puccini.

De overeenkomsten drongen zich op toen ik naar de opera La Bohème van Puccini zat te kijken. Het was een uitvoering door de Royal Opera House, maar je hoefde er niet voor naar Londen, je kon het op je gemak live bekijken in de bioscoop om de hoek, samen met al die andere bezoekers in meer dan duizend bioscopen in 26 landen. We zijn er al bijna aan gewend, maar het blijft een verbluffende ervaring. Laten we hopen dat de Brexit geen einde zal maken aan deze avonden.

In opera’s wordt gretig gestorven, dat is bekend. Hoe dichter de dood nadert, hoe mooier er wordt gezongen. Op het alledaagse sterfbed gaat het er meestal anders aan toe, maar dat valt buiten het werkgebied van de Royal Opera House. In La Bohème schittert de naaister Mimi in het slotduet, terwijl ze nota bene aan tuberculose ligt te bezwijken. Het lot van Mimi treft ons diep; ik weet zeker dat ik nu ook namens álle bezoekers in die duizend bioscopen in 26 landen spreek. Zij heeft een ellendig leven achter de rug. Ze vatte in haar jonge jaren een grote liefde op voor ene Rodolfo, die als student in Parijs even arm was als zij. De liefde lijkt wederzijds totdat Rodolfo de wijde wereld in trekt en haar in de steek laat; hij kan haar niet onderhouden en bovendien verveelt hij zich bij haar.

Nu Mimi stervende is, lijkt Rodolfo spijt te krijgen, althans, hij kweelt opeens dat hij toch „voor altijd” bij haar wil blijven. Makkelijk gezegd, nu het niet meer hoeft, maar Mimi is er blij mee en daarom wij in de bioscoop ook.

In Rodolfo en Mimi herkende ik veel van Leonard Cohen en zijn Noorse vriendin Marianne Ihlen. Twee dagen vóór La Bohème had ik de documentaire Marianne & Leonard: Words of Love gezien; een veel betere film dan ik had verwacht. Regisseur Nick Broomfield laat zien hoe Cohen en Marianne elkaar tijdens de jaren zestig op het Griekse eiland Hydra leren kennen in armoedige, artistieke kringen, hoe ze verliefd worden en hoe Cohen haar laat vallen als hij beroemd is geworden.

Marianne reist hem achterna, maar hij kiest telkens voor andere vrouwen, zoals die keer dat hij haar in New York ontvangt en toch met Janis Joplin het bed induikt (en er in een liedje, Chelsea Hotel #2, over schrijft). „Het deed me zoveel pijn”, zei ze er later over. „Het verwoestte me, het bracht me op de rand van zelfmoord. Ik wilde dood.”

Marianne begint een ander leven, trouwt een Noor, maar kan Cohen niet vergeten. We zien haar in de film twee dagen voor haar dood op haar sterfbed. Cohen heeft haar een briefje geschreven: „Dearest Marianne, I’m just a little behind you, close enough to take your hand. This old body has given up, just as yours has too, and the eviction notice [het ontruimingsbevel] is on its way any day now. I’ve never forgotten your love and your beauty. But you know that. I don’t have to say anymore. Safe travels old friend. See you down the road. Endless love and gratitude. – your Leonard.

Marianne hoort de tekst en we zien hoe ze haar hand uitstrekt bij de woorden: „Close enough to take your hand.”

Mooie woorden van Leonard, maar toch een beetje Rodolfo-achtig. Puccini, die veel compassie had met vrouwen, zou ze geschreven kunnen hebben, al was het maar om ons aan het janken te krijgen.