Rutte: rapport Kunduz ‘niet goed’

Missie Afghanistan Net als de Verenigde Staten stelde Nederland de resultaten van de militaire missie in Afghanistan rooskleuriger voor.

Zelfs de kok en de schoonmaker werden meegeteld in de statistieken. De tien jaar geleden in politiek Den Haag zo moeizaam tot stand gekomen Kunduz-missie – waarbij Nederlandse militairen lokale politieagenten zouden opleiden in deze noordelijke provincie van Afghanistan – moest en zou een succes worden. Dus wrongen de politiek verantwoordelijken in Nederland en de leidinggevenden in Afghanistan zich in allerlei bochten om het ook echt een succes te laten lijken.

Dit blijkt uit een onderzoek van de IOB, de evaluatiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat naar de Tweede Kamer is gestuurd. Dat de ruim 280 miljoen euro kostende missie niet de resultaten had opgeleverd zoals tevoren werd verwacht, was kort na de beëindiging ervan in 2014 al in grote lijnen bekend. Maar nieuw is wel dat voor het onderzoek ondervraagde betrokkenen zeggen „druk” te hebben ervaren om in rapportages „goede resultaten te laten zien”. Ook werd volgens veel geïnterviewden „voor het eerlijke verhaal te weinig ruimte geboden”.

Oppoetsen resultaten

Het eerlijke verhaal was dat er minder agenten werden opgeleid dan gerapporteerd. Agenten die dezelfde opleiding meerdere keren volgden werden bijvoorbeeld meerdere keren meegeteld. Ook deden mensen aan de zes weken durende opleiding mee die niet tot de doelgroep behoorden. Voorts werden een bij het politie-opleidingscentrum werkzame kok en een schoonmaker in de resultaatcijfers opgenomen.

Het oppoetsen van de behaalde resultaten doet denken aan de onthullingen van vorig jaar november in The Washington Post waaruit bleek dat de Amerikanen niet de waarheid is verteld over de oorlog in Afghanistan die de Verenigde Staten begin deze eeuw begonnen, na de aanslagen van 9/11. Het verloop van de strijd verliep moeizamer en de resultaten waren minder.

Het is dan ook niet toevallig dat het Kunduz- evaluatierapport van de Nederlandse inspectiedienst naar de Tweede Kamer werd gestuurd samen met antwoorden van het Nederlandse kabinet op vragen van het Kamerlid Sadet Karabulut (SP) over de Amerikaanse kwestie. Daarin erkent minister Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dat het om een „ernstige” zaak gaat. „Transparantie over wat wel en niet goed gaat bij militaire operaties is van belang” schrijft hij. Maar het kabinet moet volgens hem „ook de hand in eigen boezem steken” waarbij hij verwijst naar de bevindingen van de Kunduz-evaluatiecommissie.

Ook premier Rutte (VVD) beaamde vrijdag na afloop van de ministerraad dat er fouten zijn gemaakt. „Dit is niet goed, dit wil je niet”, zei hij. In een brief aan de Kamer naar aanleiding van de evaluatie schrijft het kabinet dat het parlement „er op dient te kunnen vertrouwen dat informatie die over missiebijdragen wordt gerapporteerd een zo correct mogelijke weergave is van de realiteit.”

Evaluatieonderzoek

Het kabinet voelt echter niets voor de suggestie van de IOB om tussentijds en na afloop van militaire missies evaluatieonderzoek te laten verrichten door een onafhankelijke partij.

„Gezien de politieke gevoeligheid van missies en de belangen van partners en bondgenoten is het onwaarschijnlijk dat een derde partij tijdens het verloop van de missie ter plaatse onderzoek kan uitvoeren”, schrijven de meest betrokken ministers.

Er is veel te doen geweest over het nieuwe Afghaanse avontuur van Nederland in Kunduz. Nadat in 2010, ten koste van een kabinetscrisis, Nederland besloten had niet langer grootschalig militair in Afghanistan aanwezig te blijven in de strijd tegen het terrorisme, zocht het eerste kabinet Rutte een mogelijkheid om toch nog iets te kunnen betekenen in het land. Nederland zou daardoor een rol kunnen blijven spelen in de internationale coalitie. Of, zoals D66-leider Alexander Pechtold het destijds verwoordde: „We moesten ons vlaggetje op de kaart van Afghanistan houden”.

Samen met GroenLinks gaf hij de aanzet tot een motie die het kabinet opriep om Nederland mee te laten helpen aan het trainen van politieagenten. Dat het niet om militairen ging maar om civiele agenten was voor GroenLinks essentieel. Het uiteindelijke kabinetsvoorstel leidde tot een hilarisch debat waarbij premier Rutte talloze toezeggingen deed aan GroenLinks – waaronder een ‘agentvolgsysteem’ – om de partij maar te behouden voor de benodigde meerderheid.