Rechter Marc van der Nat hield van een vonnis met ritme

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Marc van der Nat (1972-2019), raadsheer bij het hof van Amsterdam, had humor en een natuurlijk gezag.

Marc van der Nat was ook muzikaal. Foto uit 1983 of 1984.
Marc van der Nat was ook muzikaal. Foto uit 1983 of 1984.

Als rechter hield Marc van der Nat zich bezig met de eerste zaak tegen politicus Geert Wilders en het hoger beroep tegen crimineel Willem Holleeder. Maar hij bekommerde zich ook om de situatie van gedetineerden. Want als die in hun cel zitten en geen zelfbeschikking meer hebben, zo was zijn redenering, wie komt er dan voor hen op?

Van der Nat was senior raadsheer bij het gerechtshof in Amsterdam, waar hij zogeheten megazaken – omvangrijke, langdurige strafzaken – deed. Daarnaast was hij lid van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, die toetst of de overheid zorgvuldig omgaat met mensen die vastzitten. Met die twee functies had hij zijn draai helemaal gevonden. De benoeming tot senior raadsheer afgelopen jaar viel hem ten deel op relatief jonge leeftijd: 47.

Privé ging het hem ook voor de wind. Vijf jaar geleden had hij zijn partner Monique ontmoet, met wie hij twee kinderen kreeg, een derde is op komst. De verbouwing van hun huis vlotte goed. „Het loopt al maanden en het is nog niet af”, zegt Monique. „Maar we hadden er plezier in en Marc was er druk mee bezig. Dit jaar zouden we het huis af krijgen en een derde kind erbij, we keken er enorm naar uit. Marc vond zijn werk heel leuk, maar zijn gezin ging voor alles.”

Op de laatste dag van 2019 werd Van der Nat tijdens het hardlopen in het bos getroffen door een acute hartdood. Niets wees erop dat dit hem zou overkomen, hij had nooit lichamelijke klachten gehad.

Marc van der Nat groeide op in Hilversum, zijn vader was advocaat. Na de scheiding van zijn ouders bleven hij en zijn twee jongere broers hun vader zien en gingen ze vaak naar de Ardennen. Dat ze daar een oude boerderij opknapten kwam van pas bij de verbouwing van Marcs eigen huis. „Hij hield van klussen en thuis bezig zijn”, zegt broer Koen van der Nat.

Van huis uit kreeg hij ook liefde voor muziek mee, al op jonge leeftijd pakte Marc van der Nat de viool op. Hij speelde in het Cuypersensemble in Hilversum en later ook in het Ricciotti Ensemble. Violist en jeugdvriend Tim Kliphuis: „Naast de passie die we hadden voor de muziek was het soms ook lachen, gieren, brullen.”

Marc van der Nat in 2018.

Al heel vroeg wist Marc van der Nat dat hij rechter wilde worden. Na zijn studie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam werd hij raio (rechterlijk ambtenaar in opleiding) en liep hij stage bij het Openbaar Ministerie in Haarlem. Hij ging werken bij de rechtbank in Amsterdam en als raadsheer bij het Hof van Justitie in Den Haag.

Zijn muziekverleden zou hij nooit helemaal vergeten. „Ook in mijn rechtersbestaan speel ik graag eerste viool”, zei hij ooit in Trema, tijdschrift voor de rechterlijke macht, bij welke gelegenheid hij ook zei dat hij houdt van vonnissen met ritme, die lekker lopen en goed klinken.

Zijn potentie werd al vroeg onderkend. In 2012 kwam hij bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), waar hij al snel voorzitter werd. In die hoedanigheid adviseerde hij het ministerie van Justitie over detentie.

Van der Nat was „een uitmuntend rechter”, zegt collega Frederieke Leeflang van de RSJ, „die ijverde voor menswaardig omgaan met gedetineerden”. Hij kon zich boos maken over advocaten die door onvoldoende voorbereiding hun cliënt schade berokkenen, maar ook over collega-rechters die zelden of nooit een gevangenis van binnen zien. „Hij was een mooi mens – af en toe super-relativerend. We missen hem elke dag.”

Raadsheer bij het hof Marielle Leenaers, die Van der Nat bijna twintig jaar heeft gekend: „Hij had een natuurlijk gezag. Zijn kennis en kunde werden erkend en hij kon in een discussie zijn standpunt overtuigend brengen.”

Mensen uit zijn omgeving roemen ook zijn droge humor, bijvoorbeeld als het ging om de ‘boefjes’ die de rechtbank bezoeken. Met een grappige opmerking kon hij vaak precies op het goede moment de kou uit de lucht halen als een discussie hoog opliep.

Dat zat er thuis al in, zegt broer Koen. „Aan tafel werden gesprekken gevoerd en dat was elkaar vliegen afvangen en scherp reageren.”

„Marc was écht heel goed in zijn vak”, zei Herman van der Meer, president van het gerechtshof Amsterdam, tijdens de uitvaartplechtigheid. Frederieke Leeflang denkt dat hij misschien wel een van de beste strafrechters van Nederland was. „We waren al bang dat hij zou vertrekken naar de Hoge Raad. Als er íémand geschikt was om ooit president te worden van de Hoge Raad, dan was hij het.”