Recensie

Recensie Boeken

Ze praat over bloed, terwijl ze koffie drinkt

Asmaa Azaizeh In lange, beeldrijke gedichten laat de Palestijnse Asmaa Azaizeh (1985) zien op wat voor manieren de eindeloze cyclus van oorlog en geweld kan huishouden.

In het gedicht ‘Als stenen op de bodem’ maakt Asmaa Azaizeh (1985) een markante vergelijking, direct gevolgd door een scherp onderscheid:

de liefde is blind als bloedbaden
behalve dat bloedbaden
op zijn minst
de weg niet langer maken dan nodig is

Desondanks geeft de Palestijnse dichter de voorkeur aan de liefde, ‘aan de aangename donkere / zware hunkering, aan het geloof in jou, zomaar, zoals Gods liefde die wij niet / kennen en die ons niet kent’.

Even later, in het slotgedicht ‘Metafoor’, herneemt Azaizeh zich: ‘als ik gelijk had toen ik in een gedicht zei: “liefde is blind als bloedbaden” / loog ik’. De leugen heeft consequenties: ‘slachtoffers van bloedbaden zouden zich op mij wreken / omdat ik de vergelijking overdreef / en ze zouden jouw liefde van mijn huid strippen’.

Overdreven vergelijkingen of liegende dichters, die vormen het probleem niet, zeker niet in Azaizehs bundel Geloof me niet als ik vertel over de oorlog. Integendeel: ‘de tragedie is dat zij blind worden geloofd’. Hieraan voegt ze na twee beletseltekens – een soort wait for it – stoutmoedig en vlijmend toe: ‘als bloedbaden.’ Hier geen herhaling van het scherpe onderscheid, omdat dat voor zich spreekt.

Net als de liefde maken dichters evengoed de weg langer dan nodig. Gelukkig maar, in Azaizehs geval, want het biedt haar de mogelijkheid in haar lange en beeldrijke gedichten te laten zien op wat voor manieren de eindeloze cyclus van oorlog en geweld kan huishouden.

Malse gedachten

In ‘Ik geloofde niet dat ik ooit zou leren sterven’ recapituleert de dichter hoe ze zich bewust werd van haar sterfelijkheid, toen ‘de oorlog in Beirut mijn moeders gezang in de put verdronk’ en toen ‘het bloedbad van Hebron plaatsvond / op de taart van mijn negende verjaardag’.

Ook op andere manieren is haar leven met oorlog verbonden, in de vorm van geschiedvervalsing in de schoolboeken of ‘de geur van dode paarden in het zaad van mijn vader’. En wat te denken van de prijs die haar grootvader betaalde ‘voor het / werk van de katoenplukker voor het katoen waarvan zijn Ottomaanse uniform / werd gemaakt’?

Alledaagser is het breaking news dat haar leven versplintert. In het gelijknamige gedicht stormt het haar kamer binnen zonder te kloppen. Van dat soort gasten moet ze niets hebben; het verandert haar in een vampier: ‘ik zuig het bloed uit zijn aderen / ik begraaf het in een vloeipapiertje bij de lunch, voordat we het vlees van mijn / malse gedachten over de mensheid eten tijdens het avondeten’.

Breaking news heeft geen geloof, schrijft ze. Zij daarentegen wel, bijvoorbeeld in haar verbannen vrienden. Zij kloppen voordat ze binnenkomen, al compliceert ze het onderscheid:

de onwerkelijke herinneringen die ik opschreef over jullie vorige levens lijken
op de leugens van ware gedichten
ik benader ze als een acteur die op het toneel sterft en het publiek dat hem volgt
[…]
als stemmen die zongen
en daarna zwegen
net als jullie woedende gedichten
jullie gedichten trappen de deuren in als breaking news

Afgaande op de titel Geloof me niet als ik vertel over de oorlog en de vele momenten waarop de dichter haar bedrieglijke aard toont, ben je geneigd om de dichter wél te geloven wanneer het niet over de oorlog gaat, maar bijvoorbeeld over liefde, verlangen en gemis.

Alleen bezoedelt oorlog, overal hoor-, zicht- en voelbaar, alles, óók liefde, verlangen en gemis. Net als een dichter eigenlijk, want die laat dankzij een arsenaal aan beelden en metaforen ook overal sporen achter.

Nooit bloed geroken

Sporen van strijd, zoals op de taart en in de put hierboven. In de put, gevoed door het verdronken gezang, groeit het hart van de dichter ‘als een granaatappelboom’: ‘telkens als een tak breekt klim ik langs een andere omhoog naar je toe / mijn geheel breekt en ik word een nest’. Toch geneert ze zich over de oorlog te schrijven, zoals ze toegeeft in het titelgedicht van deze onstuimige bundel. Ze bekent nog nooit een schot gehoord te hebben, behalve uit een jachtgeweer, en nog nooit bloed uit een wond geroken te hebben, behalve toen ze voor het eerst menstrueerde. Ze praat over bloed, terwijl ze koffie drinkt, en over ‘het afgebrande theater in Aleppo terwijl ik nu / voor jullie sta in dit theater met airco.’

De dichter bevindt zich in een spagaat. Hoezeer die het gat tussen gedicht en wereld ook probeert te dichten, hoezeer je de dichter óók blind wil geloven, helemaal mogelijk is het niet. En dat is de leugen van het ware gedicht.